De dikke dijen van de rivier

Jean Giono: Het zingen van de wereld (Le Chant du Monde). Vert. Jeanne Holierhoek. Uitg. Coppens & Frenks. 281 blz., prijs ƒ 49,90.

Aan Jean Giono (1895-1970) is de laatste decennia nauwelijks meer aandacht besteed. Hij leek bijgezet in de literatuurgeschiedenis als een einzelgänger die voor de oorlog ergens ver weg in de Provence een soort mythische streekromans had geschreven waarin hij lyrisch en bijna mystiek de natuur verheerlijkte. En voorts hing er een vaag waas om hem heen van min of meer 'fout' geweest in de oorlog. Giono, die de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog had meegemaakt, werd aan het begin van de Tweede Wereldoorlog gearresteerd wegens trotskistische en pacifistische sympathieën. Na de oorlog werd hij, op instigatie van de communisten, ironischerwijze opnieuw gearresteerd vanwege beweerde collaboratie, voornamelijk omdat de thematiek van zijn boeken op dat moment leek te stroken met de nazistische natuurverheerlijking en Blut- und Boden-theorieën. Eén van die vooroorlogse romans, Het zingen van de wereld, is nu door Jeanne Holierhoek opnieuw vertaald en van een uitvoerig en boeiend nawoord voorzien.

In Het zingen van de wereld roept Giono een eigen sombere en door meedogenloze natuurwetten geregeerde wereld op die niet exact in tijd en ruimte is te plaatsen. Het verhaal is in wezen het relaas van de reis die de twee hoofdpersonen Antonio de visser en Matroos de zeeman over 'de rivier' maken van hun eigen 'Gaaieneiland' naar het vreemde 'land van Rebillard', waar de stierenfokker Maudru de scepter zwaait, om Tweeling, de zoon van Matroos, te zoeken. Veel belangrijker dan de draad van het verhaal zijn de overweldigende lyrische beschrijvingen van de natuur en van zintuigelijke ervaringen, vooral van geuren en geluiden, in het boek. Het is geen roman in de traditionele zin van het woord, want er is in feite geen verteller met overzicht over het geheel of een hoofdpersoon die reflecteert over wat hij ervaart. Alles bij Giono leeft, is gepersonificeerd en met elkaar verbonden - bergen, wind, rivier, sneeuw, wolken, huizen, bomen, vissen en vogels. Alles gehoorzaamt aan ondoorgrondelijke natuurkrachten. Als de bevroren rivier aan het einde van de winter begint te kruien “begon ze onder het ijs haar dikke dijen te roeren...” en een paar weken later “zongen de weilanden (-) gedempt een fluwelen lied”. De mens is onverbrekelijk verbonden met die natuur, maar niet meer dan een nietig onderdeel ervan, bijna letterlijk “een broodkruimel in de schoot van het universum”.

Het zijn Giono's meeslepende beschrijvingen van zijn magische en onheilspellende universum en zijn heel eigen taalgebruik - dat in Holierhoeks knappe vertaling volledig tot zijn recht komt - die ervoor zorgen dat het tijd lijkt voor een herwaardering van deze grotendeels vergeten en soms verguisde schrijver.

Maison Descartes. Vijzelgracht 2A in Amsterdam organiseert op 12 februari een avond over Giono, waar voor de pauze Le mystère Giono, een documentaire over de schrijver, wordt vertoond en na de pauze een discussie over zijn schrijverschap plaatsvindt met o.a. Jeanne Holierhoek en Philippe Noble.