Zeventien nominaties bij de Rotterdamse Designprijs; Mode, media en één boek

Sieraden waar je vieze handen van krijgt, ontoegankelijke cd-roms, en een aardige ANWB-praatpaal. Het zal de jury van de Rotterdamse Designprijs niet makkelijk vallen om een winnaar te kiezen uit de karige selectie van inzendingen. Hoe moet je een drukpers vergelijken met een voorgevormde kalebas?

Rotterdamse Designprijs 1996, t/m 17 maart in de Kunsthal, Rotterdam. Inl 010-4400301. Items, febr. 1996, ƒ 23,50.

Het is strengheid troef dit jaar bij de vierde editie van de Rotterdamse Designprijs. Van de 294 inzendingen heeft de Nederlandse selectiecommissie er niet meer dan 17 tot de laatste ronde doorgelaten. Daaruit zal dezer dagen de buitenlandse jury - dit jaar bestaande uit Paula Antonelli, Alfredo Arribas en Rick Poynor - de winnaar kiezen. Op 2 maart maakt directeur John Thackara van het Vormgevingsinstituut bekend wie de prijs, van ƒ 40.000,-, heeft gewonnen.

Die zeventien nominaties, die nu in de designgalerie van de Kunsthal worden tentoongesteld, laten een duidelijke verschuiving zien ten opzichte van de voorgaande jaren. Zo zijn er dit jaar wel modecollecties maar nauwelijks accessoires, terwijl eerder hoeden en schoenen ruim vertegenwoordigd waren. De enige sieraden zijn de Ouroboros-serie van Ruudt Peters, genoemd naar de slang die zich in zijn staart bijt en daarmee de cyclische tijd symboliseert. Je kunt ze niet dragen in de gebruikelijke zin, maar alleen in je hand klemmen en ze daarna neerleggen of in je zak laten glijden. Naarmate ze vaker door je handen gaan slijt de laag menie, of schoolbordzwart, of roestprimer waarmee ze zijn bedekt en komt geleidelijk het zilver, of koraal, of kwarts te voorschijn.

Er is dit jaar maar één boek, maar dat is dan wel meteen bijzonder en sympathiek. Gerda Mulder bedacht een ingenieus en speels 'kindervertaalboek' in het Nederlands, Duits, Frans, Spaans, Engels en Turks. Daarin staan duizend woorden, alle talen door elkaar maar in alfabetische volgorde, met de vertalingen in de vier andere talen erbij. Vanwaar deze karige vertegenwoordiging van een vakgebied waarin Nederland sterk heet te zijn (en dat de eerste Rotterdamse Designprijs kreeg, in de persoon van Roelof Mulder).

Is er zo weinig ingezonden, of vond de jury het allemaal waardeloos? Vooral dat laatste, te oordelen naar het nominatierapport dat in het februarinummer van het tijdschrift Items staat afgedrukt: “De vormgeving lijkt in een impasse geraakt, met name bij de disciplines die traditioneel sterk waren zoals de grafische vormgeving, het meubelontwerp, accessoires en sieraden. Er is daar sprake van een zekere gekunsteldheid, van een gebrek aan verfrissende en gedurfde ideeën, die daarentegen bij de mode, de nieuwe media en ook de industriële vormgeving in ruime mate aanwezig lijken te zijn.” Harde woorden, zeker na de even scherpe waarschuwing tegen zelfvoldaanheid die de jury van de Best Verzorgde Boeken van vorig jaar liet horen.

Inderdaad is dit het jaar van mode, met collecties van Saskia van Drimmelen en Alexander van Slobbe, en media. In een enkele inzending vallen ze zelfs samen, zoals bij de cd-rom die het bureau Opera ontwierp voor de ontwerpers van Le Cri Néerlandais en het Vormgevingsinstituut: a portable show voor private viewing, aldus de toelichting. Voor ieder van de vijf ontwerpers is een ander interface gekozen, zeg maar een andere systematiek om de kijker te laten doordringen tot de beelden en de informatie die erachter zit, wat de toegankelijkheid bepaald niet vergroot.

De cd-rom van de hippe muziek- en performancegroep Volvo verheft het plagen van de gebruiker zelfs tot regel: het tekentje dat het volgende item moet oproepen, vlucht weg over het scherm in plaats van netjes te wachten totdat je het aanklikt. De selectiecommissie heeft gelijk als ze opmerkt dat deze cd-rom “eerder een mentaliteit wil verbeelden dan informatie bieden... Niet praktisch, snel of inzichtelijk, wel vernieuwend en genereus.”

Manipulatie, maar dan van de natuur, is ook de grondslag van een serie verpakkingen voor badzout en zeeppoeder die rechtstreeks aan de biotechnologie van de vierkante tomaat lijkt ontleend: de kalebassen van Velthuizen en Wall. Die laten ze in een mal groeien, waardoor de bolle onderkant min of meer vierkant wordt. Als er aan de binnenkant van de mal grafische patronen en zelfs woorden worden aangebracht, zijn die aan het eind van het groeiproces ook in de huid van kalebas te zien. De ontwerpers zijn nog op zoek naar een fabrikant voor dit geestige staaltje eco-design.

De twee laatste Designprijzen gingen naar industriële ontwerpen: een medisch apparaat van Philips en een tapijt voor grootverbruikers van Diek Zweegman. Ook dit jaar is dit deelgebied goed vertegenwoordigd, met een fiets, een behangdrukpers, een 'zacht lampje' van kunststof, een 'mobiele vakantiewoning' met uitklapbare vleugels die de oppervlakte verdrievoudigen, en de praatpaal van Chrit Gerrits van ingenieursbureau Material. Er zijn al exemplaren van deze praatpaal geplaatst die bijnamen hebben gekregen als 'engel', 'Broer konijn' en 'Dr. Spock' - een goede indicatie voor de sympathie die het ontwerp oproept met zijn grote gele oren, die in feite dienen om het geluid te versterken.

Opnieuw zal de jury bij het kiezen van een winnaar worden geconfronteerd met de vraag hoe je een drukpers moet vergelijken met een voorgevormde kalebas, een tentoonstellingsontwerp met een colbert, een fiets met een cd-rom. Dat dit ook nuttig is, juist in een land dat zich graag op de veiligheid van het functionalisme verlaat, bracht architectuurcriticus Bart Lootsma onder woorden bij de opening van de tentoonstelling zaterdag. “De vergelijking van geheel verschillende objecten dwingt om op andere abstractieniveaus te denken”, zei hij. “We worden ons bewust van de verschillende contexten waarin objecten functioneren, in plaats van alleen de strikt functionele. (-) De nadruk komt te liggen op de culturele uitspraak die de ontwerpers met hun produkt doen.”

    • Tracy Metz