Wales met miljarden klaargestoomd voor de volgende eeuw

In de jaren dertig was Cardiff, de hoofdstad van Wales, de drukste haven ter wereld. De kolenexport bracht heel Wales tot welvaart. Als het aan de autoriteiten ligt, wordt Cardiff weer een internationaal handelscentrum. Door de aanleg van een dam zal een grote baai ontstaan. Miljardenplannen voor een “groen businesspark rondom een prachtige haven” krijgen gestalte. Aangelokt door lage lonen en Europese subsidies staan ondernemers, waaronder veel Japanners, in de rij om in Wales te investeren. Toch beschouwen sommigen het gebied nog steeds als een uithoek. Reportage over het nieuwe elan van Wales.

Schots en scheef liggen plezierbootjes en viskotters in het donkergrijze slijk. Watervogels wroeten in het slik naar voedsel. Het zeewater heeft zich het overgrote deel van de dag veertien meter teruggetrokken. Na de Baai van Fundy in Canada kent Cardiff het sterkst wisselende getij ter wereld.

Over twee jaar is deze situatie voorbij. Dan is de dam klaar en verdwijnt het modderlandschap definitief onder water en verankeren de bootjes nooit meer ongewild in de haven. Achter de barrage ontstaat in de baai een groot meer van tweehonderd hectare met zoet rivierwater uit de Taff en Ely. Langs de oevers zal een recreatief gebied ontstaan met haventjes en tal van horeca- en winkelbedrijven, alsook musea en het ultramoderne Opera House, die jaarlijks twee miljoen bezoekers moeten aantrekken.

De aanleg van de dam is een onderdeel van een plan om Cardiff economisch klaar te maken voor de volgende eeuw. De dijk is een katalysator die ervoor moet zorgen dat de Welshe hoofdstad weer net zoals ten tijde van de kolenindustrie een internationaal handelscentrum wordt. “Modder en slib trekken geen investeerders aan. Een groen businesspark rondom een prachtige haven wel”, vertelt John Pickup, director of environment van de Cardiff Bay Ontwikkelingsmaatschappij. “We bouwen hier woningen voor twintigduizend mensen en hopen dertigduizend nieuwe banen te creëren.”

Tot 1930 had Cardiff de drukste haven ter wereld. De export van kolen bracht de stad tot grote welvaart. In 1913 werd er maar liefst veertien miljoen ton kolen verscheept. De komst van olie betekende de sluiting van de mijnen en de doodsklap voor Cardiff, en allengs veranderden de docklands in een industriële woestenij.

In 1987 kwam de ommekeer. Vanaf die tijd is de Cardiff Bay Ontwikkelingsmaatschappij bezig om het havengebied van honderdtien hectare op te knappen. De hele operatie kost 2,4 miljard pond (circa 6 miljard gulden) en daarmee is de bouw van Cardiff Bay een van de grootste projecten van deze soort in Europa.

In het havengebied is alle rotzooi verwijderd. Sterk vergiftigde grond is afgevoerd of met een laag beton bedekt. De eerste woningen en nieuwe ondernemingen staan al op hun plaats. Eind vorig jaar startte een joint venture van het Japanse Nippon Electric Glass en het Duitse Schott Glaswerk: Ocean Technical Glass, dat beeldbuizen zal gaan produceren. Met een bedrag van tweehonderd miljoen pond deed het bedrijf de hoogste investering in Wales ooit.

Maar wat staat de bewoners en ondernemers van Cardiff Bay te wachten wanneer straks, door al dat water in de baai, het grondwaterpeil drastisch zal stijgen. Pickup: “Zoiets gebeurt niet, dat hebben we uitgebreid onderzocht. Niettemin blijven we zestienduizend gebouwen nauwlettend in de gaten houden. Mochten aldaar alsnog de kelders onderlopen, dan kunnen de getroffenen een beroep doen op verzekeringen die we speciaal daarvoor in het leven hebben geroepen. Want tja, we zijn op het ergste voorbereid.”

De ontwikkelingen in Cardiff zijn exemplarisch voor het nieuwe elan van Wales. Het land gaat het economisch voor de wind. Waar de werkloosheid in 1986 nog veertien procent bedroeg, is deze vandaag teruggebracht tot acht procent. De daling was sterker dan in de rest van het Verenigd Koninkrijk. Buitenlandse investeerders hebben de streek al een tijdje ontdekt en ze trekken tal van Welshe leveranciers mee. Officiële statistieken bevestigen de opleving van de Welshe economie. De industriële produktiviteit in Wales was in 1994 hoger dan het landelijke gemiddelde. “Aan het eind van datzelfde jaar bleek dat we 11,2 procent boven het niveau van 1990 zaten. In heel Engeland gold voor die periode slechts een stijging van 0,6 procent”, aldus David Rowe-Beddoe, voorzitter van het Welsh Development Agency (WDA). Dit bureau is opgericht in 1976, ten tijde van de vele mijnsluitingen, om Wales van nieuwe economische impulsen te voorzien. De WDA waakt over de werkgelegenheid en is investeerders op allerlei manieren ter wille. Onder ander assisteert het agentschap bij het vinden van subsidiegelden. Wales is al jaren een speerpunt van zowel de Britse regering als de Europese Unie.

Zo komt Wales in aanmerking voor zogeheten structuurfondsen, een subsidiepakket van in totaal 141 miljard ecu (bijna 300 miljard gulden) dat wordt verdeeld over een vijftal 'doelstellingregio's'. Net zoals andere streken in Groot Brittannië, waaronder Cornwall, delen van Devon en de westelijke helft van de Midlands, en het noorden van Engeland, valt Wales onder een categorie regio's die te kampen hebben met economische moeilijkheden voortvloeiend uit het verval van traditioneel sterk vertegenwoordigde industrieën. Om die reden ontvangt Wales tussen 1994 en 1997 ruim 180 miljoen ecu. Eenzelfde bedrag krijgt het land voor de ontwikkeling en herstructurering van plattelandsgebied. Ook komt Wales in aanmerking voor communautaire initiatieven als 'Resider' in het leven geroepen om problemen rondom de herinrichting van voormalig ijzer- en staalindustriegebied op te vangen. De verbetering van het milieu, bevordering van nieuwe economische bedrijvigheid en ontwikkeling van menselijk potentieel heeft hierbij prioriteit.

Andere communautaire hulpprogramma's waarop Wales aanspraak maakt, hebben betrekking op onder meer de steenkool- en visindustrie. “Buiten deze structuurfondsen stelt de Europese Unie geld beschikbaar voor projecten die een 'transnationaal' karakter hebben, dus investeringen waarbij meerdere Europese regio's betrokken zijn. In dit verband hebben we bij elkaar zo'n 11 miljoen ecu gekregen”, aldus June Fernandez, directrice van het WDA-kantoor in Brussel.

Het agentschap heeft vestigingen in ieder werelddeel om de Britse regio te promoten en vooroordelen over het gebied weg te nemen. Want Wales wordt allang niet meer omringd door grauwe sluiers kolengruis. De organisatie doet er dan ook alles aan om het woon- en leefmilieu van Wales te verbeteren en het landschap te regenereren. Voorkeur hebben de voormalige steenkoolvalleien in Zuid-Wales en het kustgebied in het zuiden en noorden, regio's die sterk afhankelijk waren van de steenkoolindustrie, maar waar nauwelijks nog een spoor van de rijke mijngeschiedenis is terug te vinden.

“Vanaf 1983, toen we actief met het aantrekken van investeringen zijn begonnen, hebben we 1100 projecten aangetrokken, die met elkaar een bedrag van 5,5, miljard pond vertegenwoordigen. Daardoor zijn 75 duizend banen geschapen en 35 duizend behouden”, aldus Fernandez. “En”, voegde Rowe-Beddoe tijdens zijn nieuwjaarspeech hieraan toe, “het afgelopen jaar is het aantal banen nog eens met 60 procent toegenomen in vergelijking met 1994.”

Een van de grootste WDA-projecten wordt uitgevoerd rondom de voormalige 'kool- en staalstad' Llanelli, een stad van 55.000 inwoners aan de zuidkust even ten westen van Wales. Na de vele mijnsluitingen en het failliet van het grote Duport Steel Works in 1981 veranderde de eens zo welvarende streek in een spookstad. Pas nadat de Britse regering voorstelde nabij Llanelli (uit te spreken als Ganeggi) een vuilnisstortplaats voor Brits huishoudafval te openen, kwam de lokale overheid in actie.

In 1990 werd de Llanelli Ontwikkelingsgroep opgericht die samen met de WDA een ambitieus en miljoenen verslindend project begon om driehonderd hectare verwaarloosd industriegebied een totaal nieuw aanzicht te geven. Het resultaat van die samenwerking is verbluffend. Binnen vier jaar is ieder litteken dat herinnerde aan het verleden uitgewist. Graafmachines happen de laatste resten vervuilde aarde weg. Er zijn een kwart miljoen planten en bomen geplant. Kolenafvalbergen worden gedecimeerd en van een keurig grasmatje voorzien. Tussen heuveltjes, meren en parken moeten de meest luxueuze woonwijken en businessparken verschijnen. Binnen- en buitenlandse bedrijven functioneren in Llanelli al geruime tijd naar behoren. Ook de eerste bewoners zijn al in hun nieuwe huizen getrokken. “Ja hoor”, garandeert Rory Dickinson, woordvoerder van de Llanelli Ontwikkelingsgroep, “die mensen kunnen in hun tuintjes gerust sla en spinazie telen.”

Nog steeds is Llanelli in beweging. Het stadscentrum is een bouwput. Niet alleen omdat voetpaden en wegen worden aangepakt, maar ook vanwege de komst van een ultramoderne shopping-mall. “Al die geïnvesteerde miljoenen betalen zich vanzelf terug”, meent Dickinson. “ We hebben berekend dat de inwoners van de streek ieder jaar elders zo'n zevenenzeventig miljoen pond besteden, omdat ze hier voor veel van hun inkopen niet terecht kunnen. Die consumenten moeten voortaan weer in Llanelli hun boodschappen doen. Het stadscentrum moet een regionale functie krijgen. Zeg nou zelf: je moet nieuwe bedrijven iets te bieden hebben. Goede behuizing, ruimte voor ontspanning en een kloppend en makkelijk te bereiken stadshart. Langs de kust ligt een vogelreservaat. En wat te denken van ons prachtige strand”, vertelt Dickinson, die gemakshalve vergeet dat tevens grote delen van de kust rondom Llanelli bij eb lange tijd droogvalt.

Wales telt momenteel ongeveer tweehonderdtachtig ondernemingen. Veel ervan komen uit Noord-Amerika, Duitsland en Japan. De concentratie van Japanse bedrijven is opvallend. De eerste onderneming uit dat land arriveerde in 1973: Takiron Plastics. Een jaar later opende Sony in Bridgend zijn eerste produktiebedrijf in Europa, en daarmee was de electronicagigant de eerste investeerder in Groot-Brittannië. Volgens de overlevering is dat mede te danken aan Prins Charles, die in 1970 tijdens een bezoek aan Japan vernam van Akio Morita, een van de twee oprichters van Sony, dat het bedrijf in Europa een fabriek wilde openen. “Je zou eens aan mijn land moeten denken, Wales”, schijnt Charles toen te hebben gezegd. “Tenslotte ben ik Prins van Wales.”

Met drieduizend werknemers is Sony Manufacturing Company UK vandaag een van de grootste werkgevers van het land. Het bedrijf telt twee fabrieken, te weten in Pencoed en Bridgend, beiden gelegen aan de M4-snelweg naar Londen, waar onder meer kleurentelevisies, computerbeeldschermen kathodestraalbuizen worden gemaakt.

In het kielzog van Sony volgden vele andere Japanse bedrijven, met name uit de auto- en elektronicabranche, die Wales als hun gateway voor Europa gebruiken. Om enkele grote namen te noemen: Toyota, Panasonic, Aiwa, Sharp, enzovoorts. Allen werden in eerste instantie aangetrokken door de subsidiemogelijkheden en juichende verhalen over het arbeidspotentieel. Ook steeds meer andere Aziatisch investeerders komen daarop af.

Getuige de cijfers uit de New Earnings Survey verdient de Welshe beroepsbevolking gemiddeld tien procent minder dan elders in Groot-Brittannië. Toch ligt hun produktiviteit bijna tien procent hoger. Sony-woordvoerder John Bevan: “Onze twee fabrieken in Wales zijn de meest produktieve van al onze Europese vestigingen.”

June Fernandez, directrice van het WDA-kantoor in Brussel, probeert sinds kort Nederlandse Kamers van Koophandel voor haar land te interesseren. “Misschien zijn er Nederlandse ondernemers die een distributeur in Wales zoeken. Ook kennen we Welshe bedrijven die zich in het buitenland willen vestigen. In Nederland concentreren we ons vooral op ondernemingen in de voedingsmiddelenindustrie. Daar zijn jullie goed in en die branche is sterk groeiende in Wales.”

Fons Aaldring, voorzitter van de directie van Delta Dairy Foods Holding in Apeldoorn, producent van kant-en-klaar-maaltijden, kan die groei beamen, ofschoon hij pas na vestiging in Wales merkte dat alle Britse concurrenten eveneens in het gebied zaten. “Zo'n verzameling van bedrijven in de voedingsindustrie is alleen maar interessant. Dat betekent dat steeds meer grondstoffenleveranciers en transportbedrijven naar de regio trekken.”

De lage lonen en subsidiemogelijkheden waren ook voor Delta de voornaamste reden om zich in Wales te vestigen. Aaldring: “Omdat in Engeland over het algemeen veel oude fabrieken staan, moesten we een nieuwe fabriek bouwen. Dat vergde een investering van negen miljoen pond en dan is een financiële ondersteuning uiterst welkom. Tuurlijk, er zijn meer gebieden in Groot-Brittannië die qua subsidiëri ng interessant zijn. Maar hier zit je redelijk dicht bij Londen en ben je met de boot en het vliegtuig zo in Ierland.”

In Wales zijn momenteel zo'n dertig Nederlandse ondernemingen actief. Veel ervan zijn min of meer door 'toeval' in Wales terecht gekomen. Zoals DSM Resins, dat acht jaar geleden Freeman Chemicals uit het Engelse Chester overnam dat een unit bezat in Deeside, in Noord-Wales. Van Leer, een bedrijf dat verpakkingspapier voor de voedingsmiddelen- en snackindustrie van een dun laagje aluminium voorziet, kocht in 1987 Convertec uit Caerphilly. Omdat de activiteiten van die onderneming prima aansloten bij die van de Nederlandse vestiging in Amstelveen. De NCM Groep (Nederlandse Credietverzekeringsmaatschappij) nam vijf jaar geleden de Britse Insurance Services Group (ISG) over, een overheidsinstantie die ressorteerde onder de Exports Credits Guarantee Department en waarvan het hoofdkantoor in Cardiff stond.

In navolging van hun Japanse collega's prijzen de Nederlandse ondernemers vooral loyaliteit en produktiviteit van de Welshe werknemers. Aaldring: “Ze houden van aanpakken. Er is veel werkloosheid, dus de mensen zijn blij dat ze voor je kunnen werken.”

Marcel Wendrich, woordvoerder van de NCM Groep: “De Welshmen zijn van die kleine bonkige kereltjes. Sturdy men, zeggen ze in Engeland. Niet zeuren, maar de schouders eronder. Zoals ze dat ook doen in het rugbystadion 'Cardiff Arms Park'. Het is toch bijzonder knap hoe ze de overgang van kolen en staal naar totaal andere industrieën hebben opgepakt. Ik ben ervan dan ook overtuigd dat Wales over een aantal jaren een centrum van economische activiteiten zal zijn. Dan groeit de levensstandaard in het gebied vanzelf wel naar de rest van het Verenigd Koninkrijk toe.”

Vorig jaar brak het aantal vliegtuigpassagiers van Cardiff International Airport voor het eerst door de magische grens van een miljoen. De luchthaven ondergaat momenteel dan ook de zoveelste verbouwing. Ook de KLM ruikt een toenemende belangstelling voor Wales. KLM Cityhopper heeft op twaalf van de vijfentwintig vluchten tussen Amsterdam en Cardiff recentelijk een groter toestel ingezet.

Maar zal Wales, met een bevolking van drie miljoen, inderdaad uitgroeien tot een Europese 'tijger'. Met driehonderdduizend inwoners is de hoofdstad Cardiff naar Britse begrippen slechts een dorp. Desondanks blijven Nederlanders investeren in de streek. Niet alleen in de bouw van fabrieken, maar ook in centra voor onderzoek en ontwikkeling. “Ook zien we een toenemende vraag naar technisch hoog gespecialiseerd personeel. Dergelijke ontwikkelingen zijn een teken dat het investeerders voor de wind gaat. Ze richten zich op een lange termijn politiek en hebben vertrouwen in Wales”, aldus Fernandez, die vindt dat de regio, los van alle subsidies en het goede arbeidspotentieel, voldoende andere voordelen heeft. Zij noemt onder meer: de aanwezigheid van genoeg industrieel gebied en een betrouwbaar en gekwalificeerd aanvoerapparaat, een goede infrastructuur en de onmiddellijke nabijheid van klanten.

Dat laatste is algemeen directeur, Evert van Doesburg, van ICS Industrial Control Systems uit Hardinxveld, een bedrijf dat computers voor vrachtwagens ontwikkelt, absoluut niet met Fernandez eens. Hij besloot de stad na acht jaar weer te verlaten. “We zijn naar het midden van Engeland verhuisd”, vertelt hij, “want Wales is toch te veel een uithoek. Londen is vier uur rijden. Wij moeten dicht bij de klanten zitten en die bevinden zich meer centraal in Engeland. Daarbij kijkt een Engelsman naar Wales zoals wij een beetje lacherig naar België kijken.”

Oude bewoners van de Welse hoofdstad vinden het vreselijk dat het authentieke karakter van hun stad is opgeofferd aan het toerisme en zakenleven. De bouw van de dam is hen een doorn in het oog. “Ik zal de beweging van het water in de baai missen, de wisselingen van eb en vloed, de weerkaatsing van het zonlicht over de glinsterende slijken”, mijmert een oud-mijnwerker die uitrust op een bankje bij de waterkant. “Cardiff zal nooit meer hetzelfde zijn.”

    • Cor Hospes