Voorlopig laatste kans op vluchtige satellieten bij ring van Saturnus

Op 11 februari kruist de aarde voor de derde maal het vlak van de ring van Saturnus. Aardbewoners zien de ring dan opnieuw precies op zijn kant, waardoor hij, omdat hij zo dun is, vrijwel geen licht meer naar de aarde zendt. Deze situatie biedt astronomen de voorlopig laatste kans om te zoeken naar nog onbekende satellieten, die anders door het felle licht van de ring worden overstraald.

Vele satellieten van Saturnus zijn ontdekt in de jaren dat de ring even onzichtbaar was.

De ring van Saturnus bestaat uit ontelbare rotsblokken, keien, gruis en stofdeeltjes die in het vlak van de equator rond de planeet cirkelen. De ring is zeer uitgestrekt, maar ook heel dun: plaatselijk is hij slechts 10 tot 100 meter dik.

Doordat de rotatie-as van Saturnus niet loodrecht op zijn baan staat, kijken we afwisselend op het noordelijk en het zuidelijk halfrond. Ook de ring doet aan die afwisseling mee en daardoor kijken we ongeveer om de vijftien jaar - een halve omloop van Saturnus rond de zon - tegen de zijkant van de ring aan.

Doordat de baanvlakken van de aarde en Saturnus een kleine hoek met elkaar maken, zijn er vaak drie momenten waarop we de ring precies op zijn kant zien. Tijdens de twee eerdere ringpassages, op 22 mei en 10 augustus vorig jaar, werden met behulp van de Hubble Space Telescope enkele satellietjes gesignaleerd die in 1980 waren ontdekt vanuit de Amerikaanse Voyager-ruimteschepen.

Ook werden zeven nieuwe kandidaat-satellieten gevonden. Nauwkeurige analyses hebben echter aan het licht gebracht van drie van hen waarschijnlijk ook betrekking hebben op reeds bekende satellieten. Een van de overblijvende kandidaten, nummer S6, blijkt ook voor te komen op negen opnamen die gemaakt werden op de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op La Silla in Chili. Op grond van alle waarnemingen heeft men nu berekend dat dit object zich precies op dezelfde afstanden van Saturnus bevindt als diens buitenste, smalle en lichtzwakke F-ring.

De onderzoekers sluiten niet daarom niet uit dat dit object geen satelliet is, maar een tijdelijke opeenhoping van materiaal in deze ring. Hiervoor pleit ook het feit dat dit object zo helder is, dat het al in 1980 door de Voyagers had moeten worden ontdekt.

    • George Beekman