Voetbal kent verschil tussen tv-beelden en realiteit

Luc Nilis, de stervoetballer van PSV, sloeg tegenstander Eric Viscaal met een vuistslag buiten westen. De scheidsrechter zag niks, het slachtoffer voelde niks en de dader deed niks. Alleen de televisiekijker zag iets gebeuren. Een reconstructie van een 'rare' zaak.

ROTTERDAM, 8 FEBR. Voetballers, trainers en bestuurders hebben een paradoxale band met de televisie. Iedere minuut zendtijd is van commercieel belang. De voetballer schroeft via de tv zijn marktwaarde omhoog, de club turft het aantal minuten dat de sponsornaam in beeld is. Maar soms, als het oog van de camera een door de scheidsrechter onopgemerkte overtreding registreert, voelen voetballers zich bespied en betrapt.

Bijvoorbeeld op 24 januari, in de 39ste minuut van de bekerwedstrijd De Graafschap-PSV. De stand is 1-1, het kan in stadion De Vijverberg nog alle kanten op. Bij een duel op het middenveld houdt Eric Viscaal van De Graafschap sterspeler Luc Nilis vast bij arm. De sierlijke topscorer van PSV is daar niet van gediend, rukt zich geërgerd los en raakt zijn tegenstander met de linkervuist vol in het gezicht. Een fraaie linkse hoek, Regilio Tuur oogstte applaus voor minder ferme klappen. Viscaal zakt ineen, scheidsrechter Zuidema wuift dat de voordeelregel van toepassing is, en Nilis loopt met de bal aan de voet door. Een zuivere pass op Numan, en plotseling staat PSV op een 2-1 voorsprong.

Viscaal merkt niets van het doelpunt. Hij ligt groggy op de bevroren grasmat. Als hij bijkomt, hoort hij gejuich en kijkt hij in het gezicht van de verzorger. “Ik had een gezwollen lip en knallende koppijn.”

In de rust roepen Stan Valckx en Jan Wouters de speler van De Graafschap ter verantwoording. Viscaal stelt zich aan, hij is een matennaaier, vinden de PSV'ers. De Graafschap-trainer Fritz Korbach is na afloop een andere mening toegedaan. Het incident met Nilis en Viscaal heeft de wedstrijd beslist. De scheidsrechter moet nodig naar de opticien, oordeelt Korbach. “Als je zulke dingen niet meer ziet, is het tijd voor een bezoekje aan Hans Anders. Daar krijg je twee brillen voor de prijs van een.”

PSV-trainer Dick Advocaat neemt het op voor zijn paradepaardje. “Nilis is een heel lieve jongen. Hij wordt wel honderd keer per wedstrijd geschopt en tegen zijn hoofd geslagen en doet niets.” De PSV-coach zegt het bewuste incident niet te hebben gezien. “Maar als ik het wel had gezien, zou ik hetzelfde hebben gezegd. Ik neem geen stelling tegen mijn eigen spelers.”

Frank Arnesen maakt zich na afloop zorgen over de uitzending van Studio Sport. De PSV-manager loopt zenuwachtig rond en vraagt: “Was het op de televisie, was het op de televisie, jongens?” Advocaat blijft laconiek: “Als de beelden uitwijzen dat Nilis geslagen heeft, dan was het waarschijnlijk een Amsterdamse cameraman.”

De twee hoofdrolspelers staan intussen de pers te woord. Nilis - “Ik ben een hele rustige Belg” - is zich van geen kwaad bewust. “Ik heb niet geslagen. Zoiets doe ik niet, dat weten jullie ook wel. In het vuur van het spel kan van alles gebeuren, maar ik kan me niets herinneren.”

Viscaal staat er met zijn gescheurde lip beteuterd bij. “Wat zegt Nilis? Dat hij niks heeft gedaan? Kom zeg. Ik geef toe dat ik de eerste overtreding maakte, maar hij sloeg me wel degelijk.” De oud-speler van PSV begrijpt er niks van: “Het doet pijn dat een magnifieke voetballer als Nilis tot zoiets in staat is.” Viscaal beticht scheidsrechter Keimpe Zuidema van partijdigheid. “Volgens mij heeft hij gezien wat er is gebeurd; hij stond er vlakbij. Ik vroeg het hem nog, maar hij gaf geen antwoord. Maar ja, dat gaat in alle landen zo: de topclubs worden bevoordeeld.” Arbiter Zuidema, hoofdinspecteur van politie in Amsterdam, lacht meteen alle kritiek weg. “De waarheid is voor mij wat er gebeurt op het veld en niet op de televisie.” Ook de KNVB-rapporteur op de tribune heeft niks onoorbaars vastgesteld.

De tuchtcommissie van de voetbalbond besluit de volgende dag toch een vooronderzoek in te stellen. In principe kan iedereen de tuchtcommissie attenderen op een strafbaar feit. Maar in het geval-Nilis besluit het strafcollege tot een vooronderzoek op grond van de tv-beelden en kranteverslagen. Een niet ongebruikelijke handelwijze. Diverse malen zijn voetballers geschorst op grond van tv-beelden. Edwin Gorter (destijds FC Utrecht) stak in 1994 de PSV'er Björn van der Doelen met opzet bijna een oog uit. Zonder de televisie zou hij niet voor zes wedstrijden zijn geschorst. En een half jaar geleden berispte de tuchtcommissie PSV'er Jan Wouters naar aanleiding van publicaties in de krant. Zowel de scheidsrechter als de waarnemer had de discriminerende uitspraken tegen Yassine Abdellaoui van NAC (“Kut-Marokkaan, rot op naar je eigen land”) niet gehoord.

Het gebruik van tv-beelden als bewijsmateriaal is de clubs al jaren een doorn in het oog. De tuchtcommissie wordt vaak willekeur verweten. Wanneer worden tv-beelden als bewijslast gebruikt en wanneer niet? Ook wordt steeds geschermd met het begrip rechtsongelijkheid: de tv-camera's volgen vooral de topclubs. “Moet je maar niet elke week op tv komen”, zei Korbach na afloop pesterig tegen Advocaat.

In de zaak-Nilis vraagt de tuchtcommissie Nilis, Viscaal, de beide clubs en de aanvoerders Arthur Numan en Jan Oosterhuis voor woensdag 31 januari om een schriftelijke verklaring. Nilis stelt samen met manager Arnesen een verweerschrift op. De Belgische international nuanceert zijn eerdere beweringen. “Viscaal trok aan mijn shirt, ik maakte een draaiende beweging. Daarbij heb ik hem in het gezicht geraakt”, aldus Nilis in het Algemeen Dagblad.

'Slachtoffer' Viscaal besluit na overleg met trainer Korbach de lezing van Nilis te onderschrijven. In zijn brief aan de tuchtcommissie laat de oud-PSV'er weten “lichamelijk contact met Nilis te hebben gehad”. In het Algemeen Dagblad licht Viscaal zijn standpunt toe. “Over deze affaire is al te veel gezegd en geschreven. Ik heb de commissie een brief gestuurd. Daarmee is voor mij de zaak afgedaan. De tuchtcommissie moet mij ook niet oproepen om in Zeist te verschijnen, want ik ga daar niet heen.” Trainer Korbach doet de klap van Nilis opeens af als “een ongeval of een incident”. “Als Nilis nou een halve gek zou zijn geweest die dit al drie, vier keer eerder had geflikt, was het verhaal anders geweest.”

“Als je me nodig hebt, bel je maar”, reikte Korbach collega Advocaat na het bekerduel de hand. Of de twee trainers het op een akkoordje hebben gegooid, zal onduidelijk blijven. Afgelopen vrijdag besloot de tuchtcommissie van de KNVB geen nader onderzoek in te stellen naar de “slaande beweging” van Luc Nilis. Bij gebrek aan een belastende verklaring kan de voetballer volgens artikel 27 van het Reglement tuchtrechtspraak betaald voetbal niet in staat van beschuldiging worden gesteld. Televisiebeelden alleen, hoe belastend ook, vormen geen onomstotelijk bewijs.

Prof. mr. N.J.P. Giltay Veth noemt de uitkomst van de zaak-Nilis “raar en opvallend”. Meer wil de voorzitter van het arbitrage-instituut van de KNVB niet over de kwestie zeggen. “Ik breng mijzelf in een lastig parket als ik publiekelijk over mijn collega's oordeel.”

In Engeland heeft de politie regelmatig voetballers gearresteerd die zich op het veld misdroegen. De profspeler Duncan Ferguson belandde het afgelopen najaar in de gevangenis wegens op het voetbalveld. Op basis van tv-beelden veroordeelde de rechtbank in Edinburgh de aanvaller van Everton wegens een kopstoot tot drie maanden cel.

In Nederland zal het openbaar ministerie niet zo snel ingrijpen. Mr. A. Lunenborg, persofficier van het arrondissement Zutphen waaronder Doetinchem ressorteert, is niet van plan in het 'geval-Nilis' zelf actie te ondernemen. “De KNVB heeft een eigen tuchtrechterlijke procedure. In beginsel stellen wij ons daarom terughoudend op bij overtredingen op het voetbalveld. Bovendien rechtvaardigt dit vergrijp ook geen ambtshalve ingreep.” Als Eric Viscaal bij de politie aangifte zou doen van mishandeling, dan wordt het anders, aldus Lunenborg. Of een aangifte van een toeschouwer ook in behandeling wordt genomen, weet de persofficier niet. “Daar kan ik niet direct ja of nee op zeggen.”