Verzegelde kiezen

Tandbederf komt aanmerkelijk minder voor dan vroeger. Volwassenen mogen van de tandarts tegenwoordig ook best wat snoepen, mits ze zorgen voor een goede mondhygiëne. Bejaarden en kinderen moeten appels blijven eten.

Tandbederf of tandcariës nam in de jaren zestig verschrikkelijke vormen aan. Nog steeds is het een van de meest voorkomende ziekten op onze aardbol. Maar onmiskenbaar is er in het Westen sprake van een grote cariës-daling, vooral bij de jeugd. Hiervoor worden diverse oorzaken genoemd. Mensen zijn tegenwoordig bewuster van hun gebit en hechten meer belang aan de gezondheid ervan. Daarnaast zijn er meer tandartsen, informeren de massa-media het publiek beter en schrijven artsen antibiotica voor. Maar de belangrijkste oorzaak van de daling is fluoride, dat nu ook in tandpasta's zit. In een lage concentratie aanwezig, zo nemen tandheelkundigen aan, biedt fluor flink bescherming.

Over de invloed van suiker en snoep wordt veel genuanceerder gedacht dan in de jaren zestig en zeventig. Inmiddels is bekend dat het effect van voedingsmiddelen op tandbederf vooral afhangt van de toestand in de mond. Belangrijk zijn vooral de conditie van de plaque en de hoeveelheid speeksel in de mond. De plaque is het laagje bacteriën, voedingsbestanddelen en speekselresten op de randen van gebitselementen en tandvlees. De bacteriën in de plaque vormen zuur, en dat is meteen de oorzaak van tandbederf: het zuur tast het glazuur aan door het te demineraliseren. Is de plaque met bacteriën dun, en is er voldoende speeksel aanwezig, dan wordt het gevormde zuur snel geneutraliseerd. Bevat de plaque ook nog fluoride, dan herstelt of remineraliseert dit wonderbaarlijke element het aangetaste glazuur zodanig, dat de kans op blijvende schade aan de tand of kies sterk afneemt.

Soms vormt de mond weinig speeksel. Dit is het geval tijdens de slaap. Bij zo weinig speeksel is gebitschade te verwachten wanneer men veel suikerhoudend voedsel eet. De zuurvorming door bacteriën - als gevolg van suikers - zal langer aanhouden. Bejaarden die nog een eigen gebit hebben zijn daarom een risico-groep. Door het optreden van speekselklieraandoeningen of medicijngebruik hebben zij meer last van tandbederf.

In het algemeen kunnen gezonde volwassenen die zorgen voor een goede mondhygiëne en die tandpasta met fluoride gebruiken, zonder schade vijf tot zes keer per dag zoetigheid eten. Maar bij jonge kinderen gaat die stelling niet op. Mondhygiëne en fluoridegebruik blijven bij de kleintjes een probleem. Het beschermende glazuur is vaak dunner dan bij volwassenen. Ouders doen er daarom, net als in de tijd van de cariësexplosie vijfentwintig jaar geleden, verstandig aan suikergebruik bij hun kinderen zoveel mogelijk te beperken.

Recent onderzoek naar tandbederf bij groepen kinderen leert dat zestig procent van de toename van cariës is te vinden bij twintig procent van de onderzochte leeftijds-cohorten. Dat betekent dat men kan spreken van cariës-risicogroepen: kinderen uit de lagere milieus en uit migranten-gezinnen. Kinderen die op zesjarige leeftijd cariës-vrij zijn, zullen waarschijnlijk ook daarna weinig last van tandbederf krijgen. Andersom is een sterk aangetast gebit bij volwassenen vaak te wijten aan tandbederf in de jeugd.

Merkwaardig aan het element fluor is dat zijn remmende invloed op tandbederf vooral optreedt op de vrije, gladde vlakken van onze gebitselementen, zoals op de kanten die grenzen aan de tong en de wangen. Tussen de knobbelige kauwvlakken van de kiezen in de scherpe fissuurtjes of groefjes is fluor veel minder effectief. Inmiddels onderscheiden tandheelkundigen zes fissuurtypes, variërend van een u-vormig groefje tot een k-vorming fissuurtje. Sommige typen groefjes zijn meer cariësgevoelig dan andere. Overigens is op de kauwvlakken tandbederf ook met röntgenfoto's lastig te diagnostiseren.

Tandartsen kunnen bij het boren onder een ogenschijnlijk gaaf oppervlak ongemeen grote gaten vinden. Men spreekt in dat geval van verborgen cariës.

Al in de jaren dertig was bekend dat er een verband is tussen de manier waarop de groefjes zijn gevormd en het ontstaan van tandbederf. Maar deze kennis wordt pas de laatste vijftien jaar benut. Een langzamerhand ingeburgerde maatregel ter preventie is het gebruik van tandlakken of sealants. Op doorgebroken kiezen worden de groefjes zo snel mogelijk dichtgelakt en zo verzegeld. De schadelijke mondbacteriën kunnen zich daardoor minder goed in de groeven nestelen. Onderzoek wijst uit dat dit een zeer effectieve maatregel is om fissuur-cariës te voorkomen.

    • M.A.J. Eijkman