Verlengde schooldag helpt niet

Een van de laatste experimenten met achterstandsbestrijding in het onderwijs, de verlengde schooldag, is in Amsterdam grotendeels op een mislukking uitgelopen. Tot die conclusie komt onderwijskundig onderzoeker Kees van der Wolf, verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij onderzocht op zestien hoofdstedelijke basisscholen welk effect de extra programma's hadden die vooral allochtone schoolkinderen na schooltijd kregen aangeboden.

Het idee van de verlengde schooldag kwam begin jaren negentig uit de Verenigde Staten overwaaien en de toenmalige minister van welzijn, volksgezondheid en cultuur, Hedy d'Ancona, reserveerde voor de vier grote steden een aardige som geld om experimenten met deze vorm van achterstandsbestrijding te gaan opzetten. Het onderzoeksrapport van Van der Wolf is inmiddels gereed, maar nog niet openbaar gemaakt omdat de teleurstellende resultaten bij de verschillende schoolbesturen tot een terughoudende opstelling hebben geleid. De belangrijkste conclusie die Van der Wolf trekt uit het vergelijkend onderzoek tussen zestien scholen met een verlengde schooldag en vier scholen zonder deze extra activiteiten, is dat de verlengde schooldag tot geen enkel positief effect heeft geleid. Sterker: de scholen uit de controlegroep zonder verlengde schooldag scoorden op een aantal terreinen beter.

Het centrale idee achter de verlengde schooldag is dat kinderen in achterstandssituaties, in tegenstelling tot hun beter bedeelde leeftijdgenootjes, weinig deelnemen aan buitenschoolse sociaal-culturele activiteiten en daardoor weinig gelegenheid krijgen om via 'informele leerprocessen' hun horizon te verbreden. Ze gaan nauwelijks naar muziek- of schilderclubs, volgen geen computercursussen en zijn beduidend minder vaak lid van een sportclub. Voor hun ontwikkeling moeten zij het dus vooral hebben van wat er in de klas gebeurt. Wanneer het daar ook niet zo soepel verloopt, bijvoorbeeld omdat ze een taalachterstand hebben of omdat het onderwijs niet best is, dan dreigt er al op kinderleeftijd een tweedeling te ontstaan, die in een later stadium nauwelijks meer weg te werken is.

Met de extra programma's die in de verlengde schooldag worden aangeboden kan het mes aan twee kanten snijden: deze kinderen maken kennis met sociaal-culturele activiteiten die hun een bredere oriëntatie op de samenleving bieden, en binnen schooltijd kan er meer tijd ingeruimd worden voor essentiële zaken als taal en rekenen. Het experiment met de verlengde schooldag op de zestien Amsterdamse scholen heeft drie jaar geduurd en er is totaal 1,7 miljoen gulden in gestoken. Voor de drie andere grote steden, Rotterdam, Den Haag en Utrecht werden vergelijkbare bedragen uitgetrokken.

Onderzoeker Van der Wolf heeft zich in zijn metingen niet alleen beperkt tot de effecten op het gebied van rekenen en taal. Hij heeft ook bekeken of de kinderen er sociaal-emotioneel beter van werden, of ze toepasbare kennis en ervaring opdeden door een bepaalde cursus, of ze vaker naar buitenschoolse clubs gingen en of de ouders van de kinderen meer bij de school betrokken raakten. Op geen van deze vijf onderzoeksgebieden kon een positief effect worden gemeten.

Het meest positieve resultaat is volgens Van der Wolf dat opvallend veel kinderen de verlengde schooldag 'hartstikke leuk' hebben gevonden. Dat vindt hij geen onbelangrijk gegeven, 'maar je moet je dan serieus afvragen of deze sociaal-culturele activiteiten via het onderwijs moeten lopen. Uit dit onderzoek blijkt dat de verlengde schooldag, zoals deze nu is georganiseerd, geen enkele bijdrage aan de achterstandsbestrijding levert. De opbrengst is nul komma nul.'

De onderzoeker heeft forse kritiek op de vrijblijvende en vluchtige organisatie van het experiment. Scholen hadden elk hun eigen beweegredenen om mee te doen, sommigen kregen het van hun bestuur opgedrongen, anderen deden het uit concurrentieoverwegingen. 'Ze gingen voor het geld, niet voor de inhoud', concludeert Van der Wolf, die dat nog eens extra treurig vindt omdat er voor dit uit Amerika overgewaaide panacee een goedlopend project om tot kwaliteitsverbetering te komen werd stopgezet.

De redenen waarom het experiment mislukt is liggen op verschillende terreinen, zo wijst het onderzoek uit. De meest fundamentele misser is volgens Van der Wolf dat de scholen niet gedwongen werden om hun inspanningen op het gebied van taal en rekenen te vergroten nu een deel van de leuke aktiviteiten na schooltijd plaats gingen vinden. 'Het onderwijs zelf is er geen steek beter van geworden', oordeelt de onderzoeker. Scholen hadden bovendien zorgvuldiger geselecteerd moeten worden.

Een tweede kritiekpunt ligt in het feit dat de activiteiten van de verlengde schooldag los stonden van hetgeen er in de klas gebeurde. Veel leerkrachten wisten nauwelijks waar de kinderen na schooltijd mee bezig waren, hun betrokkenheid bij de verlengde schooldag was gering, zo toonde het onderzoek aan. De buitendocenten die de muziekgroepen, theaterlessen en computerclups leidden waren pedagogisch gezien slecht tegen hun taak opgewassen, wat weer ordeproblemen tot gevolg had. Daarnaast moest Van der Wolf vaststellen dat scholen van te voren onvoldoende hebben nagedacht over de inhoud van het naschoolse aanbod: het was te breed en werd daardoor oppervlakkig. Hoewel het gesternte waaronder het project van start ging gunstig was, er was veel geld en veel steun, werd er beleidsmatig zo ongeveer tegen alle regels gezondigd. Geen gemeenschappelijke doelen, een 'stroperige start', strijdige prioriteiten en slechte coördinatie.

Het grootste misverstand dat achter dit fiasco schuil gaat is volgens Van der Wolf dat het doen van 'leuke en interessante dingen' leidt tot betere resultaten bij taal en rekenen. Dat verband is volgens hem nog nooit aangetoond. 'Wat wel is aangetoond is dat je leerachterstanden bestrijdt door heel veel tijd aan deze twee kerntaken te besteden.'

Sinds 1 januari 1996 is de geldkraan voor de verlengde schooldag dicht gedraaid en is het aan de schoolbesturen om dit initiatief uit eigen middelen voort te zetten. Na het kritische onderzoeksverslag van Van der Wolf zal het enthousiasme daarvoor wel enigszins getemperd zijn.