Verdelen

Fotografe Jacquie Wessels fotografeerde in het openbaar etende mensen, Hanneke Breuker interviewde verschillende mensen over een bijzondere eetervaring. Tekst en foto hebben geen direct verband met elkaar, maar ze zeggen wel alletwee iets over wat iedereen dagelijks doet: eten.

Naam: Andrée Monique Douglas. Geboorteplaats: Paramaribo. Woonplaats: Rotterdam. Nationaliteit: Nederlandse. Geslacht: vrouwelijk. Leeftijd: 40 jaar. Kleur haar: donkerbruin. Kleur ogen: donkerbruin. Lengte: 1.83 m. Gewicht: 80 kg.

Suriname kent verschillende eetculturen, ik ben dus gewend aan allerlei soorten en manieren van eten. In mijn familie, ook bij de generatie van mijn grootouders, neemt eten een belangrijke plaats in. Ze slepen altijd overal met eten, nemen het mee van reizen. Als mijn vader terugkomt uit Noorwegen dan zitten er geheid een paar zalmen in zijn tas. Mijn broer is patissier, hij maakt de heerlijkste zoetigheden, we praten altijd over eten en zijn altijd aan het proeven. We nemen als souvenirs uit andere landen vaak etenswaren mee, om te laten proeven. Ik heb een tante en zij maakt de lekkerste roti's van allemaal, een andere tante maakt een heerlijke traditionele Chinese schildpadsoep. De ooms en tantes kwamen op bepaalde dagen bij mijn oma eten, omdat oma op die dag een bepaald gerecht klaargemaakt had, Moksie Alesie: een rijstgerecht. Er wordt altijd veel eten klaargemaakt, er blijft altijd eten over, want stel dat er nog iemand komt of dat er iemand nog honger heeft.

Wat ik zo raar vind in Nederland is dat wanneer er bijvoorbeeld taart gegeten wordt en er vijf mensen zijn, dan wordt de taart in vijven gedeeld. In Suriname gaat dat niet zo: iedereen neemt een stukje en als er nog iemand komt kan die ook wat nemen, er is altijd 'genoeg', hoe weinig het ook is.

Ik sta open voor alle dingen op eetgebied, maar er is toch een aantal dingen waarbij me dat niet meer lukt.

Een Gambiaanse vriend van mij heeft een keer een gerecht met rupsjes klaargemaakt. Er is in Delft een winkel waar je Westafrikaanse gewassen en die gedroogde rupsen kunt kopen. Met veel aandacht hebben we die rupsjes uitgezocht, maar toen het gerecht eenmaal klaar was konden we het niet eten. De Gambiaanse vriend heeft ook niet van het gerecht gegeten, hij had inmiddels zelf een barrière tegen het eten van rupsjes ontwikkeld.

Als kind vond ik bijvoorbeeld gestoofde kippepootjes heerlijk; ik bedoel het onderste gedeelte van de poot, dat gele kraakbeendeel. Als kind smulden we daarvan. Als je lang in West-Europa bent wordt je manier van eten beïnvloed.

Als ik lekker eet wil ik onmiddellijk weten wie de kok is. Een goede kok is een feest. Tussen mijn werk in het Museum voor Volkenkunde en mijn huis is een restaurant, de baas is misschien wel de beste kok van Rotterdam. Als ik daar 's morgens langs kom en een aantal gerechten klaar zie staan en de mooi uitgestalde groentes en kruiden, ga ik direct watertanden.

Ik vind niet snel iets raar of bizar, je mag zeggen dat je het niet lekker vindt, maar niet dat het vies is. Ik heb van mijn ouders geleerd dat je eten met respect moet behandelen.

    • Hanneke Breuker