Universiteit verliest vooral 'stapelaars'

Het aantal eerstejaars aan de universiteit daalt, maar aan de hogescholen stijgt het licht. Wat is er aan de hand?

ROTTERDAM, 8 FEBR. Het 'stapelen' aan hogescholen en universiteiten neemt af. Dat is de belangrijkste verklaring van de scherpe daling van het aantal eerstejaars in het hoger onderwijs die dit collegejaar optreedt.

Tien procent minder eerstejaars dan vorig jaar zit er nu in de collegebanken, 28.535 studenten in plaats van 31.731. Bijna de helft van die daling is te wijten aan de vermindering van het aantal HBO-gediplomeerden dat naar de universiteit is gegaan, 1.450 minder dan vorig jaar, zo blijkt uit cijfers van het CBS. In vorige jaren begonnen telkens rond de 6.000 studenten met een HBO-diploma aan een academische studie, in het huidige studiejaar is dat aantal plotseling tot iets meer dan 4.000 gedaald.

Deze daling van het aantal 'stapelaars' is goed verklaarbaar. Het is het gevolg van maatregelen van minister Ritzen (Onderwijs) uit 1991. De generatie die toen ging studeren, en die dus vorig jaar voor het eerst afstudeerde, kreeg - om het 'stapelen' tegen te gaan - nog maar vijf jaar beurs en daarna nog slechts twee jaar lang het recht studieleningen af te sluiten. Voordien had een student recht op zes jaar beurs plùs drie extra beursjaren voor een tweede (universitaire) studie.

Een ander, onverwacht fenomeen in het huidige studiejaar is dat het percentage van de VWO-gediplomeerden dat direct doorgaat naar de universiteit met bijna drie procentpunten is gedaald, van 66,3 naar 63,4. De afgelopen jaren lag dat percentage vrijwel constant rond de 66,5 procent. Deze vermindering is goed voor een kwart van de daling van het totale aantal eerstejaars, ongeveer achthonderd studenten. Dit effect staat los van het demografische effect van het gestaag dalende aantal VWO-gediplomeerden. De piek lag in 1987, met 35.000 gediplomeerden. De daling van 28.857 gediplomeerden in 1994 tot 27.873 in 1995 is goed voor ongeveer eenvijfde van de afname van het aantal eerstejaars dit studiejaar.

Onduidelijk is wat de VWO'ers die onverwachts niet naar de universiteit gingen wel zijn gaan doen. Een jaar naar Amerika? Uitzendwerk? Naar de hogeschool? Cijfers zijn er nog niet. In augustus moet het onderzoek klaar zijn dat Ritzen hierover heeft besteld bij de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ritzen zei vorige maand te vermoeden dat VWO'ers alvorens te gaan studeren nu eerst nog een jaartje 'rondkijken' in de maatschappij. De beperking van de studiefinanciering zou dat stimuleren. Tot de onverwachte verwerping van de prestatiebeurs door de Eerste Kamer, in juni 1995, ging iedereen ervan uit dat al vanaf dit studiejaar studenten nog maar vier jaar studiefinanciering zouden krijgen - terwijl de gemiddelde studieduur nog altijd boven de vijf jaar ligt. Het kiezen van de juiste studierichting is daardoor nog veel belangrijker geworden. Veel VWO'ers zouden daarom eerst een jaartje willen nadenken, is de gedachte. Ook J. Roeleveld, een van de onderzoekers van de UvA die net met het onderzoek is begonnen, denkt dat het goed mogelijk is dat de 'twijfelstudent' zijn keuze uitstelt.

Maar L. Coïni, schooldecaan in Nieuwegein en algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Schooldecanen, denkt dat de meeste van deze 'verdwenen' VWO'ers gewoon naar het HBO zijn gegaan. “Ik heb eerder het gevoel dat het 'een jaartje wat anders doen' juist is afgenomen. Wat voor mogelijkheden zijn er? De werkloosheid voor mensen met alleen een VWO-diploma is hoog.” Scholieren zijn steeds zorgelijker over hun keuze door de voortdurende bezuinigingen en de beperking van de studieduur, merkt Coïni. “En de druk van thuis om maar snel te gaan studeren is groot, want niemand weet wat er nog voor maatregelen zullen aankomen om het studeren weer duurder te maken.”

Niet bekend

Opmerkelijk is dat de aspirant-studenten die wel naar de universiteit zijn gegaan vooral de 'modieuze' studies links hebben laten liggen. Van de grotere studierichtingen zijn het vooral vakken als 'technische bedrijfskunde', 'gezondheidswetenschappen' en 'communicatiewetenschap' die het sterkst zijn gedaald in hun aantal eerstejaars (respectievelijk met 20, 30 en 33 procent).