Uitzendkracht te kort in dienst voor aanmeten veiligheidsschoen

Steeds vaker worden uitzendkrachten slachtoffer van een bedrijfsongeval. Gebrek aan toezicht, bescherming en met name gebrek aan instructies zijn de belangrijkste oorzaken.

ROTTERDAM, 8 FEBR. “Kijk maar de andere kant op”, kreeg de 23-jarige uitzendkracht Remko Babis te horen toen hij vroeg om een veiligheidsbril. De verplichte beschermingsbril werd niet verstrekt. Afgelopen zomer tijdens uitzendwerk op Verzinkerij Noord Nederland in Groningen kreeg Babis verfschilfers in zijn ogen.

Bedrijfskundestudent Babis is één van de duizenden uitzendkrachten die op het werk aan hun lot worden overgelaten. Bedrijven maken in toenemende mate gebruik van 'flexibeler' personeel. Volgens cijfers van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) is het aantal uitzendkrachten in Nederland vorig jaar met 18 procent gestegen. In 1994 werkten per dag 140.000 mensen als uitzendkracht. Vorig jaar waren dat er volgens nog niet gepubliceerde cijfers 165.000.

Gebrek aan instructies, toezicht en bescherming leiden steeds vaker tot ongelukken met tijdelijke krachten, meldt de Inspectiedienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorheen de Arbeidsinspectie. Uit gegevens van het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden blijkt dat weliswaar het totaal aantal ongelukken op het werk afneemt, maar dat steeds meer jongeren slachtoffer worden van een bedrijfsongeval. CBS-cijfers geven aan dat onder jongeren tot 20 jaar, vergeleken met werknemers tussen 25 en 30 jaar, bijna twee keer zoveel ongevallen plaatshebben. Bij werknemers onder de 20 jaar gebeuren op de 1.000 arbeidsplaatsen (omgerekend naar voltijdsbanen) 57 ongelukken per jaar. In groep 25-30 jaar is dat aantal 32.

De bedrijfskundestudent Babis moest twee artsen consulteren, twee oogdruppelkuren volgen en kon anderhalve maand slecht zien. Soms loopt een bedrijfsongeval dramatischer af. In januari verloren bij incidenten twee uitzendkrachten het leven tijdens uitzendwerk bij een opslag- en transportbedrijf in Rotterdam. Beiden vielen van een container toen ze een net over een andere container wilden bevestigen.

Inspecteur H. Kamerling van regio Zuidwest: “Mocht uit het onderzoek blijken dat er een verband tussen de twee ongevallen bestaat, dan is de werkgever dubbel het haasje. Dat zullen wij moeten melden aan justitie met consequenties voor de strafmaat.”

P. Ulenbelt, hoofd afdeling arbeidsomstandigheden van de Industriebond FNV, zegt dat uit cijfers blijkt dat in België uitzendkrachten driemaal zo vaak slachtoffer zijn als werknemers in vaste dienst.

Volgens Kamerling verplicht de Arbeidsomstandighedenwet, afgekort de Arbo-wet, Nederlandse bedrijven alle ongevallen te melden aan de Inspectiedienst. “Maar dat gebeurt heel vaak niet.” P. van Ostaijen, secretaris sociale zaken van de werkgeversorganisatie VNO/NCW, is het daarmee oneens. “Er zijn grensgevallen die werkgevers niet doorgeven, zoals een snee in de vinger. Maar alle serieuze, fysieke letsels worden gemeld.”

De ABU, die ruim 70 procent van de Nederlandse uitzendbureaus vertegenwoordigt, heeft gedragsregels opgesteld waaraan zowel bureaus als werkgevers zich moeten houden. “Onze bureaus zijn verplicht uitzendkrachten te allen tijde goed voor te lichten. Maar op de werkvloer is het bedrijf zelf verantwoordelijk voor de uitzendkrachten”, aldus een woordvoerder.

Van voorlichting door het uitzendbureau was in het geval van Babis geen sprake. “Er was niets uitgelegd. Ja, vooraf werd gevraagd of ik ook last van hoogtevrees had.” De werkbrug die hij moest schoonkrabben was op acht meter hoogte. Babis kreeg een krabber uitgereikt met de opdracht de brug 'op het oog' schoon te krabben. Vervolgens liet de laatst aanwezige werknemer hem achter met de woorden 'kijk maar wanneer je wilt stoppen'.

Volgens Van Ostaijen is het probleem dat instructies duidelijk en volledig moeten zijn, “maar de tijd die daaraan wordt besteed mag ook weer niet te lang duren. Anders is de periode van effectieve arbeid van de tijdelijke werknemers te klein”.

Vakbondsman Ulenbelt: “Uitzendkrachten zijn voor bedrijven vaak een blinde vlek. Het zittende personeel is niet blij met ze omdat ze voortdurend aandacht vragen, en dat gaat ten koste van hun eigen werk. De verantwoordelijkheid voor de uitzendkrachten wordt op de werkvloer vaak afgeschoven op collega's of de chef.” Kaderleden melden Ulenbelt, naar zijn zeggen met grote regelmaat, dat tijdelijk personeel zonder enige uitleg aan het werk wordt gezet. “Het is schrijnend dat bepaalde bedrijven niet eens de noodzakelijke beschermingskleding verschaffen, terwijl ze daartoe formeel wel verplicht zijn. De redenering is vaak: 'Je bent hier een maand, dus koop je eigen veiligheidsschoenen maar'.”