UEFA geeft bonden en clubs huiswerk mee

GENEVE, 8 FEBR. De UEFA streeft naar een gezamenlijke aanpak van clubs en bonden om de problemen op te lossen die de zaak-Bosman heeft opgeleverd. Tijdens het topberaad gisteren in Genève gaf voorzitter Lennart Johansson alle afgevaardigden van de betrokken teams en lidstaten van de Europese Unie een vragenlijst mee.

De kwesties hebben betrekking op de afschaffing van het transfersysteem en op de opheffing van de nationaliteitsclausule.

Een speciale werkgroep van de UEFA zal het huiswerk maandag in Londen beoordelen. Op basis van alle antwoorden zal de commissie tot voorstellen komen om zoveel mogelijk pijnpunten te verhelpen. Tijdens een bestuursvergadering op 20 februari wil de UEFA tot daadwerkelijke besluitvorming komen.

Zaterdag praten alle Nederlandse profclubs in Zeist over het nieuwe beleid dat noodzakelijk is na de Bosman-affaire. Afschaffing van (ook) het nationale transfersysteem zals daarbij het belangrijkste onderwerp zijn.

Jos Staatsen, voorzitter van het sectiebestuur van de KNVB, somde in het bijzijn van de acht andere leden van de Nederlandse delegatie in Zwitserland bereidwillig enkele vragen van de UEFA op. En gaf meteen antwoord.

“Of we voor een overgangsregeling zijn? Ja, mits mogelijk. En wij zien die mogelijkheid niet.”

Moet de buitenlandersregel nu meteen verdwijnen of aan het einde van het Europa-Cupseizoen?

Staatsen: “De KNVB en de betrokken clubs Ajax, PSV en Feyenoord willen beloven om zich aan de huidige reglementen te houden, mits alle andere kwartfinalisten daartoe ook bereid zijn.”

Michael van Praag, voorzitter van Ajax: “Dat lijkt ons een eerlijke en haalbare zaak. Je moet een toernooi eindigen met de regels waarmee je bent begonnen. Ik denk echter niet dat we alle clubs daartoe kunnen overhalen. En als er één club dwarsligt, gaat het hele verhaal al niet meer door.”

Zijn de profclubs bereid om een bepaald percentage af te staan aan de amateurclubs ter compensatie van de afschaffing van het transfersysteem?

Staatsen: “Niet van toepassing in Nederland. De profs betalen jaarlijks al vier miljoen aan de amateurs.”

Hoe zijn de gevolgen van de zaak-Bosman het best op te vangen?

Staatsen: “We hebben al een paar adviezen klaar liggen. Zaterdag gaan we in Zeist tot besluitvorming over. We willen bij voorbeeld een jeugdopleiding verplicht stellen. De clubs zullen bovendien een verplicht bedrag daarvoor dienen vrij te maken. Ook moeten de kosten van de opleiding van een jeugdspeler worden terugbetaald bij een overstap. We willen daarnaast een aantal spelers uit eigen kweek verplicht stellen in het elftal en/of in de A-selectie. Ook denken we nog aan een maximaal aantal spelers in de A-selectie, een salarisplafond per club en een Europees licentiesysteem met financiële voorwaarden waaraan de clubs moeten voldoen.”

Moeten de nationale regeringen aandringen op een uitzonderingsparagraaf voor sport in het Verdrag van Rome?

Staatsen: “Van protectie verwachten wij niet veel heil. Profclubs vormen steeds meer een onderneming. Een aparte status, dus ook met aparte regels, is niet gewenst.”

Moet de UEFA met de internationale spelersvakbond FIFPRO, die de zaak-Bosman aanhangig maakte, verder in gesprek blijven?

Staatsen: “Dat is onvermijdelijk, gezien de Nederlandse situatie.”

Blijft er reden voor een beperkende maatregel tegen het aantal buitenlanders van buiten de EU?

Staatsen: “Ja, wat dat betreft houden wij vast aan de huidige regel. We zijn bovendien gebonden aan het vergunningenstelsel van het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening.”

Staatsen vond de discussie over de Bosman-affaire tamelijk bizar. “Vele afgevaardigden moesten nog even hun boosheid en emoties kwijt over de uitspraak van het Europese Hof.

Ik waande me af en toe een half jaar terug. Sommige lidstaten en ook de UEFA wilden zelfs het vonnis nog gaan aanvechten.''

Staatsen zei toen opgestaan te zijn. “Ik heb toen gezegd dat we met een 'fact of life' te maken hebben. Als je daar nu nog tegen in opstand wil komen, lever je een achterhoedegevecht in een reeds verloren oorlog, zei ik. Die uitspraken namen de afgevaardigden mij niet in dank af. Maar ik moest het toch even kwijt.” (ANP)