Spijbelaars zijn toch maar lastpakken

Het ministerie van onderwijs wil het schoolverzuim terugdringen. Zonder scholing is de kans op een baan gering. Maar scholen staan niet te trappelen om de spijbelaars te corrigeren.

Op een bankje in het Rotterdamse winkelcentrum Zuidplein zit Michael (16). 'Ik spijbel wel eens, maar niet als ik les heb', zegt de VBO-leerling cryptisch. Met 'les' bedoelt hij: Nederlands, Duits of Engels. 'Alleen bij onbelangrijke vakken zoals gym blijf ik soms weg. Ik vind school niet leuk, maar je hebt het nodig. Ik wil later een eigen bedrijf beginnen, een disco of zo. Daar heb ik diploma's voor nodig.'

Had staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) deze woorden gehoord, ze zou waarschijnlijk instemmend hebben geknikt. 'Geen beroep geleerd, geen toekomst. Zo werkt het in een land als Nederland meestal', zei de bewindsvrouw vorige week in Den Haag. Ze sprak op een symposium over voortijdige schoolverlaters. Het bestrijden van spijbelen en voortijdig schoolverlaten heeft Netelenbos tot 'prioriteit' verheven.

Jaarlijks verlaten circa 80.000 jongeren het onderwijs zonder 'startkwalificatie' (dat wil zeggen: tenminste 2 jaar MBO of een gelijkwaardige opleiding - volgens het ministerie het minimum om jongeren enige kans te geven op de arbeidsmarkt) Juist bij het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) is de uitval het grootst. Bijna de helft (45 procent) van de MBO-leerlingen verlaat de school voortijdig.

Begin jaren tachtig kregen onderzoekers belangstelling voor spijbelen en schoolverlaten. Natuurlijk waren er altijd al leerlingen die spijbelden en zonder diploma van school gingen. Maar omdat er op de arbeidsmarkt lange tijd wel behoefte was aan laaggeschoolden, ervoer niemand dat als een groot probleem.

'Voor de spijbelaar verminderen de maatschappelijke kansen', schrijven de samenstellers van de vorige week verschenen Voortijdig School Verlaten Almanak. 'Bovendien leidt spijbelen veelal tot schadelijk tijdverdrijf, variërend van baldadigheid tot drugs- en alcoholgebruik.' De almanak, uitgegeven in opdracht van het ministerie, geeft een overzicht van eerdere onderzoeken en is bedoeld als naslagwerk voor iedereen die beroepsmatig met jongeren te maken heeft.

'Je moet onderscheid maken tussen verschillende soorten spijbelaars', zegt E. Roede, verbonden aan het SCO/Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam. 'Zo heb je 'intelligente spijbelaars'. Dat zijn leerlingen die een onbelangrijk vak laten schieten om een belangrijke repetitie voor te bereiden.'

Het is niet altijd een ramp als leerlingen spijbelen, vindt Roede: 'Het leidt er niet automatisch toe dat leerlingen zonder diploma de school verlaten. Maar het omgekeerde geldt wel. Leerlingen die de school voortijdig verlaten, hebben bijna altijd een historie van spijbelen.'

Wie zijn die problematische spijbelaars die uiteindelijk afhaken? De Voortijdig Schoolverlaten Almanak vat samen: 'In een lager sociaal milieu wordt meer uitval gezien dan in een hoger. Jongens vallen vaker uit dan meisjes, allochtone jongens meer dan autochtone en Marokkaanse jongens het meest.'

Zo groot als de belangstelling voor het onderwerp is bij ambtenaren en wetenschappers, zo gering is de interesse van schoolbestuurders. De Rekenkamer hield eind vorig jaar een enquête onder 130 scholen. Negentig procent daarvan gaf aan voortijdig schoolverlaten als een gering probleem te zien. 'Het is moeilijk om alle scholen ervan te overtuigen dat er een probleem is', verzucht A. Verlaan, werkzaam bij het ministerie, tijdens het symposium in Den Haag. 'Te vaak zegt een school als een leerling afhaakt: goed dat hij weg is, want hij hoorde hier toch niet. Of gewoon: blij dat we dat lastpak kwijt zijn.'

De boodschap van het ministerie aan jongeren luidt: 'Je staat er niet alleen voor, er is op school altijd iemand met wie je over je probleem kunt praten'. Met die leuze begint Netelenbos volgende maand een 'massamediale campagne'. Als er op school niemand is om mee te praten dan kunnen ze binnenkort 'de onderwijstelefoon' (40 cent per minuut) bellen. De TV-spotjes om het probleem van voortijdig schoolverlaten onder de aandacht te brengen worden zowel op de publieke omroep (Postbus 51) als bij de commerciëlen vertoond.

R. van der Staay, leerplichtambtenaar in Rotterdam, vindt de aandacht uit Den Haag voor 'drop outs' terecht, 'maar veel te laat'. 'Het gaat langzaam mis', zegt ze, 'we krijgen hier zo vaak met kinderen te maken die uitvallen omdat ze gedragsproblemen hebben. Vroeger vochten ze wel eens. Maar als je ziet hoeveel er tegenwoordig langs komen die wapens op zak hebben.'

In Rotterdam is de gemeentelijke afdeling Leerplichtzaken vorig jaar begonnen systematisch alle basisscholen te bezoeken. Van der Staay: 'Je moet beginnen op de eerste dag dat ze naar school gaan. Daarom wijzen we basisscholen erop dat ze het aan ons moeten doorgeven als kinderen langer dan drie dagen ongeoorloofd verzuimen. Sommige scholen doen dat heel netjes, maar er zijn er ook die zeggen dat ze nooit verzuim hebben.'

Wijziging

Er wordt volgens Van der Staay tegenwoordig op jongere leeftijd verzuimd dan enkele jaren geleden. J. Backers, leerplichtambtenaar in Emmen en bestuurslid van de Landelijke Vereniging van Leerplichtambtenaren, bevestigt het beeld dat Van der Staay schetst. 'Vroeger waren ze 15 of 16 als ze bij ons kwamen. Tegenwoordig zijn ze 12 of 13.'

Door een wijziging in de leerplichtwet, anderhalf jaar geleden, kunnen leerplichtambtenaren tegenwoordig tegen leerlingen vanaf 12 jaar proces-verbaal op maken wegens schoolverzuim. Vroeger waren alleen de ouders daarop aanspreekbaar. Van der Staay is blij met de wetswijziging. Ze krijgt de laatste jaren steeds vaker te maken krijgt met kinderen op wie de ouders de greep volledig kwijt zijn geraakt. Zo'n proces-verbaal is dan een nuttig middel, zegt ze. Ze heeft er afgelopen jaar zeven uitgeschreven. 'Maar justitie doet er niks mee.'

Volgens J.H. Wesselink, persofficier van justitie in Rotterdam, heeft het openbaar minsterie geen principiële bezwaren tegen het bestraffen van minderjarige leerlingen. “Maar we willen daar uiterst terughoudend in zijn.” Ook Van der Staay lijkt het weinig zinvol om spijbelaars het gevang in te sturen, maar ze ziet wel wat in alternatieve straffen. Een cursus sociale vaardigheden bijvoorbeeld. De leerplichtambtenaar: 'Een leerling die het normaal vindt dat hij tegen een leraar die in de weg staat 'sodemieter op' zegt in plaats van 'mag ik er even langs?', krijgt ook later op zijn werk problemen.'

Sommige scholen proberen de problemen wel aan te pakken. Op het Christelijk College Henegouwen, een brede scholengemeenschap in het centrum van Rotterdam, krijgen leerlingen uit de eerste en tweede klas sinds kort het vak 'leefstijl'. 'Daarin komen dingen aan de orde als: Hoe maak je afspraken? Wat wordt er van je verwacht?', zegt leerlingcoördinator G. Hospes. 'Kinderen zijn gebaat bij duidelijkheid en daar horen regels bij', vindt ook zijn collega L. Kranendonk. Op het Henegouwencollege hebben de leerlingen de regels op schrift gekregen. Komen ze twee keer te laat dan moeten ze zich de volgende ochtend om half acht op school melden; drie keer te laat betekent twee uur terugkomen op vrijdagmiddag. Samen met de conciërge zorgen de twee leerlingcoördiatoren ervoor dat alle collega's bijhouden welke leerlingen ontbreken en dat de ouders van de spijbelaars direct gebeld worden. 'En dat werkt', zegt Kranendonk.

Zo'n systeem lijkt simpel en voor de hand liggend, maar is het niet, zegt T. van Rossum, een van de samenstellers van de Voortijdig School Verlater Almanak. 'Namen van spijbelaars worden vaak nog wel opgeschreven in een klasseboek, maar daarna moet er natuurlijk iemand gaan bellen. Op veel scholen is dat niet zonder meer zo. Vooral op grote scholen kunnen leerlingen gemakkelijk verdwijnen.'

Scholierenonderzoek

Landelijke cijfers van schoolverzuim heeft het ministerie niet. Wel stelt het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) in zijn tweejaarlijkse scholierenonderzoek enkele vragen over spijbelen. Afgaand op wat jongeren zelf zeggen, zijn ze niet meer, maar juist minder gaan spijbelen. In 1994 gaf 13 procent aan wel eens te spijbelen,in 1984 was dat nog 16 procent. Om de registratie van schoolverzuim te verbeteren komen er op inititatief van het ministerie nu overal 'Regionale Meld- en Coördinatiepunten' (RMC's).

En verder hoopt staatssecretaris Netelenbos dat het op school zo 'leuk' wordt, dat leerlingen minder geneigd zullen zijn te verzuimen. De hoogste klassen van HAVO en VWO moeten veranderen in een 'studiehuis', aldus de 'Tweede Fase'-plannen waaraan wordt gewerkt. De leerlingen moeten in plaats van les zelfstandig huiswerk maken. Op de MAVO en in het beroepsonderwijs moet meer ruimte komen voor praktijkopdrachten en stages.

Maar toch, naar schatting 25.000 leerlingen per jaar zullen desondanks de school verlaten voordat zij een MAVO- of een VBO-diploma hebben behaald, zo verwacht het ministerie. Netelenbos wil daarom dat gemeenten voor deze leerlingen, samen met bedrijven en scholen, 'arbeidsmarktgerichte leerwegen' gaan opzetten. Dat zijn vormen van onderwijs waarin werken en leren worden gecombineerd. De leerlingen kunnen er geen diploma mee behalen maar ze hebben tenminste enig uitzicht op werk.

'Het probleem is hardnekkig en taai', zegt T. Eimers die bij het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen in Nijmegen onderzoek deed naar voortijdig schoolverlaten. Maar enige relativering is volgens hem wel op zijn plaats. 'Het aantal jongeren dat zonder diploma school verlaat is de afgelopen jaren nauwelijks toegenomen. Het is vrijwel constant. Alleen de toegenomen beleidsaandacht is nieuw.'

Een leerling die het normaal vindt dat hij tegen een leraar 'sodemieter op' zegt in plaats van 'mag ik er even langs?', krijgt later ook op zijn werk problemen

    • Jeroen van der Kris