PvdA dringt aan op aftreden Couzy

DEN HAAG, 8 FEBR. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer vindt dat de bevelhebber van de landmacht, luitenant-generaal Couzy, ernstig moet overwegen op te stappen vóór zijn pensionering op 4 juli. Volgens Kamerlid Zijlstra (PvdA) zou Couzy “de eer aan zichzelf moeten houden”.

Aanleiding is de brief die de bevelhebber op 22 januari aan zijn commandanten schreef. Couzy schreef daarin dat de landmacht tot eind 1996 moet kunnen beschikken over dienstplichtigen. Enkele dagen later gaf hij staatssecretaris Gmelich Meijling echter het advies de opkomstplicht vier maanden eerder af te schaffen dan voorzien.

Zijlstra kwalificeerde de brief van 22 januari als “de druppel” en verwijt de bevelhebber dat deze de politieke top van het departement voor de zoveelste keer “voor joker heeft gezet”, omdat het Couzy ontbreekt aan politiek besef. “De Kamer benoemt noch ontslaat generaals”, verklaarde Zijlstra. “Verder dan erop aandringen dat Couzy bij zichzelf te rade gaat, kan ik dan ook niet gaan.”

Kamerlid Van den Doel (VVD) noemt de uitspraak van Zijlstra “goedkoop”. De fracties van VVD en D66 hebben weliswaar kritiek op de bevelhebber, maar verwijzen voor het vaststellen van het personeelsbeleid naar het ministerie van Defensie. Van den Doel: “Ik ga er van uit dat minister Voorhoeve adequate maatregelen neemt.” CDA'er Hillen verwijt de PvdA-fractie met de kritiek op Couzy de aandacht af te leiden van de volgens hem twijfelachtige leiding door de politieke top van het departement. “Er is bij Defensie zo vaak sprake van miscommunicatie, dat je je moet afvragen of dat ministerie wel goed geleid wordt”, aldus Hillen.

Hillen bracht staatssecretaris Gmelich Meijling dinsdag in moeilijkheden bij het debat over de vervroegde afschaffing, door de 22 januari-brief van Couzy plotseling tevoorschijn te halen. Het debat was door de Kamer aangevraagd om de staatssecretaris te wijzen op de ongelukkige manier waarop hij de vervroegde afschaffing bekend had gemaakt. Enkele maanden eerder was vervroeging volgens Gmelich Meijling in het geheel niet mogelijk.

De onrust die in de Tweede Kamer was ontstaan na bekendmaking van de brief van de landmachtbevelhebber, berust volgens het ministerie van Defensie op 'een misverstand'. De staatssecretaris haalde Couzy gisteren naar het departement, waar Couzy uitlegde dat het gewraakte citaat slechts een inleidende weergave was van de huidige situatie - dienstplicht tot 31 december 1996 - om in het vervolg van de brief in te gaan op het vervroegd laten afzwaaien van dienstplichtigen die geen zinvol werk meer deden.

“Een rookgordijn, die verklaring”, meent PvdA'er Zijlstra. “Het doet niets af aan de feiten: er is miscommunicatie in het departement waardoor Gmelich Meijling in moeilijkheden komt.”