Pensioen speerpunt bij CAO Philips

Het CAO-seizoen 1996 gaat weer van start. De komende maanden zullen vakbonden en werkgevers in de meest uiteenlopende sectoren en bedrijven onderhandelen over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel. Bonden eisen loonsverhogingen van om en nabij de drie procent en een 36-urige werkweek, werkgevers willen een langere bedrijfstijd, flexibele roosters en een afbouw van de VUT.

Vandaag in deze serie Philips.

ROTTERDAM, 8 FEBR. Bij het elektronicaconcern Philips beginnen de CAO-onderhandelingen steevast in een gespannen sfeer. Met een feilloos gevoel weten onderneming en vakbonden onderwerpen op de agenda te zetten waarmee ze elkaar de gordijnen in kunnen jagen. Twee jaar geleden stelde Philips de toeslagen voor het werken op zaterdag ter discussie, in 1996 is de hoogte van het pensioen tot speerpunt gekozen. De vakbonden stellen op hun beurt tevreden vast dat Philips weer goed draait en vinden dat het tijd is om de werknemers daarvan financieel te laten meeprofiteren.

De onderhandelingen gaan op 29 februari pas van start, maar Philips-topman Timmer heeft zijn eerste woede-aanval over de voorstellen van de vakbonden al achter de rug. Eind oktober hoorde Timmer - op weg naar een bijeenkomst van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging - via de autoradio dat de Industriebond FNV bij Philips een 36-urige werkweek eiste. In zijn toespraak voor de werkgevers reageerde Timmer vervolgens furieus: “Een werkweek van 36 uur; daar moet ik in het buitenland eens mee aankomen. Daar vragen ze mij steeds hoe het toch kan dat Nederlanders zoveel vakantie hebben.”

Timmer kan gerust zijn: hoewel de Industriebond FNV de eis voor een 36-urige werkweek niet laat vallen, zal de bond voor dit onderwerp niet al te hard op zijn strepen gaan staan, zo bleek eerder deze maand uit de toelichting van onderhandelaar Ties Hagen bij de presentatie van de officiële voorstellen.

De gematigde opstelling van de FNV-bond heeft het vakbondsfront bij Philips weer versterkt: de VHP Philips en De Unie, beide vooral actief onder het midden- en hoger kaderpersoneel, hebben eerder laten weten niets te zien in een 36-urige werkweek. Alleen de Industriebond CNV pleit eveneens voor verdere arbeidsduurverkorting bij de Nederlandse Philips-bedrijven.

Waar de vier bonden het in ieder geval over eens zijn, is dat de circa 40.000 werknemers van Philips recht hebben op een flinke loonsverhoging. De Industriebonden FNV en CNV en De Unie willen dat de lonen in 1996 met drie procent omhoog gaan, de VHP Philips heeft ingezet op vier procent. Volgens de VHP is deze eis gerechtvaardigd, zo staat in het CAO-bulletin voor de leden, gezien “de inzet van het personeel, de getoonde flexibiliteit, de bereidheid tot het verrichten van onbetaald overwerk en het daarmee bereikte resultaat, dat onder meer tot een stevige productiviteitsstijging heeft geleid.”

Philips heeft haar voorstellen voor het komende CAO-overleg nog niet officieel bekendgemaakt. Uit informeel overleg met de vakbonden is inmiddels duidelijk geworden dat het concern ingrijpende veranderingen wil op het gebied van VUT- en pensioenregelingen.

Op het gebied van de VUT liggen de wensen van Philips in één lijn met die van andere werkgevers: in plaats van de huidige omslagregeling (waarbij werkenden via premieheffing betalen voor de uitkeringen van vervroegd uitgetreden collega's) wil Philips werknemers in de toekomst zelf laten sparen voor de mogelijkheid om eerder op te houden met werken. Tegelijkertijd met de invoering van een kapitaaldekkingsstelsel wil Philips de regeling versoberen: nu bedraagt de VUT-leeftijd 60 jaar (56 jaar voor het hoger personeel), straks hebben werknemers waarschijnlijk met 62 jaar voldoende pré-ensioen bij elkaar gespaard. Wie eerder wil ophouden, krijgt een lagere uitkering; langer doorwerken levert werknemers na het pensioen meer geld op.

Philips wil niet alleen de VUT aanpakken, ook de pensioenregeling moet er aan geloven. Op dit moment krijgen werknemers van Philips na de pensioengerechtigde leeftijd maandelijks 70 procent bruto van het laatstverdiende salaris op hun bank- of girorekening. Philips wil deze regeling, die in Nederland voor vrijwel alle werknemers geldt, vervangen door een constructie waarbij het pensioen wordt gebaseerd op het salaris dat gemiddeld tijdens de loopbaan is verdiend. Omdat het gemiddelde loon veelal lager ligt dan het laatstverdiende salaris, wordt de pensioenregeling vanzelf goedkoper. De bonden staan niet te juichen bij dit voorstel, maar onder bepaalde voorwaarden zijn ze wel bereid hierover te praten. Op dit moment zijn hun pensioendeskundigen hard aan het narekenen wat de plannen van Philips voor de werknemers precies inhouden.

    • Marcella Breedeveld