Overleven in Overijssel om af te kicken

UTRECHT, 8 FEBR. Als zwervende junk had Peter Andriessen (26) een druk bestaan. Zo gauw de winkels open waren ging hij op pad voor zijn dagelijkse portie heroïne. “Ik deed in koffie, waspoeder, vlees en jassen: alles wat uit de winkel komt. In Utrecht kende ik enkele families die mijn handel afnamen. Ik had het zo druk dat ik geen tijd had om op Hoog Catharijne rond te hangen.”

Sinds maart is Andriessen clean. Hij werkt nu in het horeca-etablissement van zijn ouders in een Brabants dorp. Zijn afkicksucces is mede te danken aan een survivaltocht, georganiseerd door het Utrechtse Inloopcentrum Hoog Catharijne voor drugsverslaafden en het Centrum Maliebaan voor verslavingszorg. Aanvankelijk sorteerde het geploeter in de Overijsselse Weerribben geen effect. Toch gaf het Andriessen genoeg zelfvertrouwen om uiteindelijk uit de scene te stappen.

'Survivallen' is een geliefde bezigheid voor ondernemers, werknemers, studenten en andere bevolkingsgroepen die moeten samenwerken of zichzelf willen tegenkomen. Ook in afkickprogramma's wordt zware activiteit als een heilzaam middel beschouwd, meestal als onderdeel van een veelomvattend programma. Hier was dat niet het geval. “De mensen zijn gewoon van de straat geplukt”, zegt V. van Vliet, coördinator van het Inloopcentrum Hoog Catharijne.

Tijdens vier bijeenkomsten (op een stormbaan, wandelen op kompas, slapen in een militair tentje en abseilen) werd de motivatie en de fysieke conditie getest, waarna elf junks werden uitverkoren voor een weekje Weerribben. Dat was in oktober 1994. “Het was niet echt afzien”, zegt Andriessen nu. “We hebben gekanood, gefietst en tot onze nek door een sloot gebaggerd.”

Net voor de survival was Peter Andriessen (gebruiker met tussenpozen sinds 1988), evenals vier andere deelnemers via een Detox-programma lichamelijk al afgekickt; alleen de geest moest zich nog aanpassen. Dat viel tegen. “Meteen nadat ik uit de kliniek kwam, moest ik nog snel een pasfoto laten maken voordat ik naar de Weerribben vertrok, en toen heb ik gauw even gebruikt.” Toch was de week een openbaring. “Je gaat normaal boodschappen doen en ziet hoe dat ook al weer ging. Ik kreeg mijn maatschappelijk plichtsgevoel weer terug.”

Na de detoxificatie kwam de deceptie. Na de survival kreeg de groep nog twee weken nazorg van het Centrum Maliebaan in een conferentieoord in de bossen, om te werken 'aan het op de rails krijgen van de persoonlijke vervolgtrajecten', aldus het programma. De cursisten kregen onder meer te horen dat ze zich konden inschrijven bij een woningbouwvereniging en een arbeidsbureau.

“In die tien dagen merkten we dat er geen vervolgtraject was”, zegt Andriessen. “Vóór de survival was ons verteld dat er ook iets aan de woon- en werksituatie gedaan kon worden, als we iets zouden laten zien. Dat klonk ons als muziek in oren. Na afloop van die twee weken in de bossen werden we in de stad afgezet met de boodschap: het is leuk geweest en succes ermee. Ik had nog 25 gulden op zak en kon naar de Sleep In. Datzelfde weekend ben ik weer begonnen met gebruiken.”

Coördinator Van Vliet van het Inloopcentrum ontkent dat er loze beloften zijn gedaan. “We hebben gezegd dat we geen rugzak met banen of huizen hadden. Maar die verwachting was er wel ingeslopen.” E. Essed, hoofd ambulante zorg van het Centrum Maliebaan, meent dat de verwachtingen over en weer te hoog gespannen waren. “Het was de bedoeling dat er in het structurele natraject voorzieningen zouden zijn, maar die stamp je niet in een-twee-drie uit de grond. Het is moeilijk om panden te krijgen, want het gaat nu eenmaal om een omstreden voorziening. Een buurt staat zo op tilt.”

Volgens de organisatoren van de survivaltocht zijn vijf van de elf deelnemers nu toch clean. Wel behoeft de nazorg meer aandacht. Bijvoorbeeld door tijdens een survival met de deelnemers langs een aantal loketten te trekken, oppert Van Vliet. “Het gaat er om dat je actief met ze aan de gang blijft.”

Peter Andriessen vond uiteindelijk via Van Vliet een kamer bij het Leger des Heils. Later kwam hij echter terecht in een tentje op een camping. Daar besloot hij met zijn verslaving te stoppen en zijn ouders weer op te zoeken. Een jaar tevoren had hij de dag na de verjaardag van zijn moeder de kas van de zaak gejat. “Dankzij die survival durfde ik terug te gaan. Als ik zoiets aan kan, kan ik dit ook, dacht ik.”

De naam Peter Andriessen is gefingeerd.

    • Bert Determeijer