Ook bij dwergmangoesten heerst stress aan de top

Hoe meet je stress bij dieren zonder ze stress te bezorgen? Meting van hormoonniveaus door aftappen van bloed heeft nadelen. Bovendien moet dat bij dierentuindieren die met onnatuurlijke stress te maken hebben. Een simpele oplossing wordt steeds vaker toegepast: het verzamelen van faeces- en urinemonsters van in het wild levende dieren, waarin diezelfde hormonen zijn te vinden. Het wordt al helemaal makkelijk als die dieren de monsters zelf komen inleveren. Zo kun je wilde dwergmangoesten leren op gezette tijden op een plastic sandaal te komen urineren.

Dwergmangoesten (Helogale parvula) en hyenahonden (Lycaon pictus, de Afrikaanse wilde honden) vormen het middelpunt van een nieuwe discussie over de kosten van dominantie (Nature 379; Science 271). Onderzoekers van de Rockefeller University in New York publiceerden onlangs gegevens uit twee reservaten in Tanzania. Binnen veertien verschillende groepen dwergmangoesten bleken leidende vrouwtjes de hoogste niveaus te vertonen aan stresshormonen. Hetzelfde werd gevonden bij hyenahonden. Conclusie: juist de hogere dieren staan sterker bloot aan stress.

De onderzoekers koppelen dat rechtstreeks aan de agressieve contacten die de dieren met hun groepsgenoten hebben. Ondergeschikte dieren kunnen agressieve interacties uit de weg gaan. De leidende dieren moeten hun dominantie voortdurend laten blijken.

Anders dan werd vermoed, spelen bij de voortplanting stresseffecten geen rol. De leiders slagen er goed in zich voort te planten. Niettemin is het aannemelijk, dat een hoog stressniveau ook bij deze soorten negatieve effecten met zich meebrengt - gedacht wordt aan verkorting van de levensduur.