Omstreden Taiwan

PLOTSELING IS ER de mogelijkheid dat een van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in een regionale oorlog verwikkeld raakt.

Grootscheepse invasie-oefeningen op de Chinese kust tegenover het ruim 21 miljoen inwoners tellende Taiwan zouden een aanwijzing vormen voor een op handen zijnde Chinese poging dat dissidente eiland te veroveren, waarmee een einde zou komen aan een van de meest succesvolle vrije-marktexperimenten in het Verre Oosten. Nadat verschillende hoge Amerikaanse functionarissen zich deze week ernstig verontrust hadden getoond, zwakte president Clinton zelf gisteren de spanning enigszins af. Hij zei geen invasie op Taiwan te verwachten.

Het zou niet de eerste keer zijn dat een Amerikaanse president zich door een in Amerikaanse ogen irrationeel gedragende tegenstander laat verrassen. Het jongste voorbeeld was Saddams onverwachte bezetting van Koeweit. Dus wat de waarde is van Clintons geruststellende opmerkingen moet worden afgewacht. Wat ook het oogmerk van het regime in Peking mag zijn, in ieder geval heeft het bereikt dat de aanstaande presidentsverkiezingen op Taiwan onder grote spanning zijn komen te staan. De zittende president Lee Teng-hui maakt een goede kans te worden herkozen en dat is nu juist wat China lijkt te willen voorkomen. Lee's bezoek vorig jaar aan de Verenigde Staten moet alsnog worden afgestraft. HET ECONOMISCH SUCCES van Taiwan heeft de leiders in Peking jaloers en argwanend gemaakt. Hoe groot de ideologische verschillen tussen Taipeh en Peking ook waren, beide regimes gingen altijd uit van één China, van de erkenning dat Taiwan een Chinese provincie was. Maar onder druk van de autochtone Taiwanezen, wier stem dankzij de doorzettende democratie meer gewicht kreeg, heeft de gedachte van een eigen Taiwanese staat zich van een vage hypothese langzamerhand ontwikkeld tot een denkbare optie. Lee en zijn voorouders zijn geboren Taiwanezen en dat maakte zijn reis naar Amerika extra pikant. Niet dat de geboorte van een Taiwanese natie-staat voor de deur staat, maar in Peking wenst men iedere verwijzing naar die mogelijkheid bij voorbaat de kop in te drukken.

Toch betekenen de landingsmanoeuvres meer dan alleen maar een poging tot het uitoefenen van politieke druk in specifieke omstandigheden. Hongkong staat op het punt weer in het Rijk van het midden op te gaan, de Chinese intimidatie in de Zuidchinese Zee neemt ieder jaar toe ten koste van de positie van de buurlanden, met Russische hulp worden de Chinese strijdkrachten gemoderniseerd en van nieuw wapentuig voorzien. China streeft regionale hegemonie na, desnoods met militaire middelen, zoveel is zeker, en de veronderstelling dat een eigen koers varend Taiwan niet past in die politiek, ligt voor de hand. Of Peking een rooster volgt of dat het zich laat leiden door de opportuniteit is onduidelijk. Maar dat de inlijving van Hongkong de gretigheid voedt, mag worden aangenomen. DE AMERIKANEN, als handhavers van het machtsevenwicht in de regio, staan voor een dilemma. Zij hebben in 1979 de Volksrepubliek erkend en de handen officieel van Taiwan afgetrokken. Bovendien heeft de regering-Clinton zich in toenemende mate gericht naar de verlangens van het in de Chinese markt geïnteresseerde Amerikaanse zakenleven. Anderzijds zou een de facto inlijving van Taiwan, door verovering of door steeds verder opgevoerde druk, de positie van Japan, Zuid-Korea, de Filippijnen en de ASEAN-landen en daarmee van de Verenigde Staten zelf niet ongemoeid laten.

Washington zal zo lang mogelijk trachten China met behulp van de wortel van de door internationale handel en investeringssteun bevorderde economische ontwikkeling in toom te houden. Maar het zal toch ten minste de stok achter de deur willen houden voor het geval China tegen alle gezond verstand in de eigen regio in een vernietigend conflict zou willen meesleuren.