Nederlandse hulp bij modernisering Letse opera

Voorstelling: Tosca van G. Puccini door de Nationale Opera van Letland o.l.v. Aleksandrs Vilumanis m.m.v. o.a. Eva Maria Ferrada Westbroek, Frank van Aken en Vladimir Okuns. Decor: Frank Raven; licht: Henk van der Geest; regie Jan Bouws. Gezien: 7/2 Rotterdamse Schouwburg. Herhaling aldaar: 8/2. Tournee t/m 7/3.

De gisteren in Rotterdam begonnen tournee van de Nationale Opera van Letland, die in ons land 21 voorstellingen geeft van Puccini's Tosca, is het resultaat van Nederlandse culturele ontwikkelingshulp. De goedkope voorstellingen die Oosteuropese operagezelschappen hier sinds enige jaren geven, lijken vaak afkomstig uit het operamuseum. Daarom togen regisseur Jan Bouws, ontwerper Frank Raven en belichter Henk van der Geest naar Riga voor de enscenering van een Tosca, die meer tegemoet zou komen aan de westerse smaak.

De problemen in Riga waren groot: het was er zeer koud - ook in het pas gerestaureerde fraaie theater waar Wagner nog dirigeerde - en het bleek zeer lastig om een eeuwenlang gekoesterde uitvoeringstraditie te doorbreken. Een aantal zangers had moeite om de personages een profiel te geven dat anders is dan gebruikelijk. En ook bleek het voor sommigen ondoenlijk om te proberen te acteren en een eind te maken aan de gewoonte om telkens weer naar de rand van het podium te lopen en daar over de orkestbak heen de zaal in te zingen.

De keuze voor regisseur Jan Bouws, hoofd regie van de Nederlandse Opera, was al een compromis tussen west en oost. In ons land wordt hij op grond van de voorstellingen die hij lang geleden bij de Nederlandse Opera en de toenmalige Studio ensceneerde, beschouwd als behoorlijk traditioneel. Maar voor Oosteuropese begrippen is hij een pure avantgardist: hij toont Tosca immers in een deels abstraherend decor dat niet een levensechte kopie is van de drie Romeinse locaties waar het verhaal zich afspeelt: de kerk San Andrea delle Valle, het palazzo Farnese en de Engelenburcht.

Het decor van Frank Raven bestaat uit een staketsel met verplaatsbare panelen. De kerk wordt aangeduid met een paar halve blauwe zuilen, met elkaar verbonden door stangen. De kamer van politiechef Scarpia is vrijwel kaal, al staat daar de gebruikelijke soupertafel. De executieplaats op de Engelenburcht is al even schetsmatig aangeduid. De scène wordt per acte in toenemende mate beheerst door een ongenaakbaar portret van Napoleon: het verhaal over bevrijding speelt in 1800.

De westerse operalessen bevielen echter niet iedereen en een aantal Letse zangers is na de première van deze voorstelling, vorige week dinsdag, in Riga achtergebleven. Voor de Nederlandse tournee, die gebruik maakt van wisselende bezettingen, werden zij zeer onlangs vervangen door twee jonge Nederlandse zangers. Het is een merkwaardige beslissing: neo-kolonialisme in de cultuur! Het was toch de uitdrukkelijke bedoeling van deze produktie om de Letten wat te leren, niet om Nederlandse zangers werkgelegenheid te verschaffen?

Eva Ferrada-Westbroek, geboren in Belfast, opgeleid in Den Haag en vorig jaar winnares van het eerste Internationale Zangconcours in Rome, zong gisteravond de titelrol. En Frank van Aken, in 1994 winnaar van het Cristina Deutekomconcours, was Cavaradossi. Beiden hebben een opvallend forse strot, die zij keer op keer flink vibrerend opentrekken ten koste van nuances en dramatische kleuring. In nummers als Recondita armonia, Vissi d'arte en E lucevan le stelle hebben ze veel volume, maar weinig lengte in de slotnoten.

Wellicht was het onwennigheid als gevolg van gebrek aan repetities of misschien zijn deze Nederlanders werkelijk niet in staat om geloofwaardig te acteren - in ieder geval leek hun optreden weinig te verschillen van wat men hier bij andere gelegenheden ook zeer traditionele Oosteuropese zangers ziet presteren. Het tweetal zong in duetten af en toe onbeschaamd front zaal, uitroepen als Assasino! (Moordenaar!) of Muori! (Sterf!) klonken met weinig realiteitsgehalte. De Scarpia van Vladimirs Okuns is even schetsmatig.

Verbazingwekkend is de analyse van de opera, die Jan Bouws en dramaturg Willem Bruls maken in het programmaboek. Ze zien Tosca als een onwetend slachtoffer in een wereld vol mannen die haar bedriegen. Maar Tosca weet best wat er aan de hand is: ze vertelt Scarpia waar de gevluchte Angelotti zich bevindt en ze bedriegt Cavaradossi wel degelijk als ze beweert dat ze niets heeft verraden.

De vraag is in welke mate deze Tosca zich wezenlijk onderscheidt van de Oosteuropese èn van de Westeuropese traditie, nu hier telkens weer de cliché's uit oost èn west opduiken. Voor de Tosca-kenners zijn er zeker verschillen met welke traditie dan ook. Er worden vooral meer kruisjes geslagen dan ooit. De kleine rol van Spoletta krijgt idioot veel aandacht, nu hij hier kluchtig wordt getypeerd als het neurotische voormalige beste jongetje uit de klas van de Politie Academie. Tijdens de eerste acte wordt in de kerk de rookmachine aangezet. Voordat Tosca Scarpia vermoordt, legt ze eerst nog een keer de briefopener in afschuw weg. En ze springt van de Engelenburcht af in de richting van de zaal.

Alles bijeen is de voorstelling, die niet zonder problemen in het orkest wordt begeleid, op zijn best niet meer dan redelijk te noemen. Het niveau dat de Nederlandse Opera en ook Opera Forum in het verre verleden bereikten met Scarpia's als Jan Derksen en Henk Smit, wordt hier nog niet gehaald. En het verschil met een ècht westers-interessante Tosca, zoals de Vlaamse Opera die nu brengt in de op conceptueel niveau fascinerende regie van Robert Carsen, is van principiële aard. Maar aan het Rotterdamse publiek bleek deze Tosca wel degelijk goed besteed.

    • Kasper Jansen