Nacht met ruziënde Oudijslandse goden

Het RO Theater in Rotterdam staat morgennacht in het teken van de Edda, de Oudijslandse verzameling van gedichten, goden- en heldenliederen. Marcel Otten zorgde voor een moderne en leesbare vertaling.

Edda, een midwinternachtdroom door het RO Theater en VPRO Radio 1 en 2, William Boothlaan 8, Rotterdam, 00.00-07.00u. Res.: 010-404 7070. Vertaling van de Edda (Ambo Klassiek) is uitverkocht; herdruk verschijnt 19/2.

ROTTERDAM, 8 FEBR. In het westen van IJsland, niet ver van de hoofdstad Reykjavik, ligt de vlakte Thingvellir. Hier loopt de geologische breuklijn tussen Europa en Amerika. Een hoog oprijzende wand behoort aan het Amerikaanse continent toe, het lager gelegen veld aan Europa.

Volgens Marcel Otten (1951), vertaler van de Edda, is het goed mogelijk geweest dat delen van deze verzameling gedichten en liederen over de Skandinavische godenwereld hier ooit werd opgevoerd. Otten: “Die wand werkt als een prachtige klankkast. Het kan niet anders of de Edda is hier als theater gespeeld. Maar zeker weet ik het natuurlijk niet, het is iets voor de fantasie.”

Dat de Edda voor alles een theatraal boekwerk is, is een ontdekking van Marcel Otten. Hij is sinds jaren vertaler van toneelstukken voor grote Nederlandse gezelschappen; hij vertaalde onder meer Grieks en Decadence van Steven Berkoff en veel van het werk van de onlangs overleden schrijver Heiner Müller. In het najaar van 1994 verscheen zijn vertaling van de Edda. “Wat Skandinavisten nooit bespeurd hebben,” vertelt hij met iets van spotlust in zijn stem, “is dat de Edda vol zit met theatrale effecten. Er zijn terzijdes, monologues intérieur, flash-backs. Wanneer je het stuk leest als een theatertekst, dan valt alles op zijn plaats. Net als bij Shakespeare is er die afwisseling van verheven ernst met grollen en kluchten. Er wordt gespot met conventies, zoals Shakespeare dat ook doet door clowns en doodgravers te introduceren. De wetenschappers hebben bijvoorbeeld steeds een catalogus van dwergennamen genegeerd of gezegd dat die niet in de oorspronkelijke Edda thuishoort. Dat is niet waar. Die vrolijke lijst dient juist als luchtig element na een verheven passage.”

De mythische Oudgermaanse wereld waarover het in de Edda gaat speelt zich af tussen de achtste en de dertiende eeuw. In 1275 werd het verhaal, dat voorheen bestond uit mondelinge overlevering, opgetekend. De oeroude drang van mensen om elkaar verhalen te vertellen vormt de kern van dit boek. Dat is de reden dat het RO Theater en de VPRO Radio besloten er een hele nacht te wijden, geheten Edda, een midwinternachtdroom. Om twaalf uur 's nachts begint het festijn, dat tot zeven uur de volgende ochtend voortduurt. Elke ruimte van het gebouw wordt benut, van het podium via het trappenhuis naar de foyer en nog verder. De nacht van 9 op 10 februari is niet willekeurig gekozen. Het is vlak voor het grote IJslandse midwinterfeest, Thorrablót geheten, een feest in de vorm van een groot gelag waarbij de deelnemers zich, behalve in de drank, verliezen in verhalen en liederen. De acteurs van het RO Theater, met verteller Joop Keesmaat als spil, voeren scènes uit de Edda op. Er is muziek, een dramatische klucht, er zijn winter- en lentegedichten. De VPRO Radio zendt de voorstelling live uit. De toeschouwers moeten geen weloverwogen regie verwachten. De essentie is de mondelinge overdracht. Bert Janssens en Marcel Otten begeleiden de acteurs.

Vertaler Marcel Otten is geen skandinavist, wel een hartstochtelijk kenner van Oudengels, Oudfrans en Oudijslands. Hij was al jaren geïntrigeerd door de sages van IJsland, waarover in Nederland nauwelijks iets is te vinden. Otten: “Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben wij gedaan alsof wij geen enkele band met de Germaanse godenwereld en het Germaanse culturele erfgoed hebben, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik houd van die filosofieën van de koude grond, die in de overleveringen staan. Ik heb er meer banden mee dan met de Griekse mythologie. Wijsheden als 'vel een boom als het waait' of 'vaar uit bij goed weer' spreken me meteen aan. Ook Wagner putte veel van zijn inspiratie voor bijvoorbeeld Der Ring des Nibelungen uit de IJslandse literatuur, meer nog dan uit het Nibelungenlied zelf.

“De explosie van literatuur in IJsland in de twaalfde en dertiende eeuw is onvoorstelbaar. De Vikingen hadden het land ontdekt en hun moederland, Noorwegen, verloren. In sages verhalen de schrijvers van het leven, zowel van de goden als van de gewone mensen, in IJsland, Groenland en Noorwegen. Het is een verleden vol strijd en tragiek, waarin de helden als Freya, Thor en Odin het voor het zeggen hebben. Wat we ons vooral moeten realiseren is dat de invloed van de Germaanse cultuur op onze geschiedenis groot is geweest. Daarom alleen al is deze midwinternacht een feestelijke kennismaking met de wereld van Skandinavië, die veel dichter bij ons staat dan we eigenlijk vermoeden.”

Aan de hand van de acteurs dwalen de toeschouwers in de nacht van vrijdag op zaterdag rond door het theater van het RO. Elk verhaal heeft een nieuwe locatie, elk verhaal vereist ook zijn eigen vorm. Soms wordt er gesproken, dan weer gezongen. Componist Patricio Wang opent de midwinternacht met een gezongen vertelling, De ballade van Hlöd, uitgevoerd als een klein, dramatisch oratorium voor cello, bariton en verteller. Zo gaat het openingsvers: “Hlöd werd geboren in het Land van de Hunnen / met dolk en zwaard, in een lang maliënkolder, / een ringversierde helm en een scherpe kling, / met een goed getemde hengst in het heilige woud.”

    • Kester Freriks