Ligeti bindt klokken en wolken tot muziek van bijzonder niveau

Concert: Symfonieorkest van het Koninklijk Conservatorium o.l.v. Reinbert de Leeuw. Werken van Ligeti en Niculescu. Gehoord 6/2, Koninklijk Conservatorium Den Haag. Herhaling: 8/2 Beurs van Berlage Amsterdam.

György Ligeti's Clocks and Clouds ontstond in de incubatieperiode van de opera Le Grand Macabre, een ongrijpbaar absurdistisch muziektheater, zowel komisch als tragisch. Clocks and Clouds voor koor en orkest uit 1972-'73 is ook zo'n illusionistisch spel op hoog niveau. Het is tevens een van de bijzonderste ervaringen op het derde orkestconcert in het Ligeti-project van het Haagse Koninklijk Conservatorium.

De titel 'Klokken en Wolken' verwijst naar een lezing van de Oostenrijks-Engelse filosoof Sir Karl Popper uit 1965, waarin wolken staan voor onordelijke systemen tegenover klokken waarin alles overzichtelijk is. Popper betoogde dat er geen scherpe scheiding is te trekken tussen gaswolken en muggenzwermen enerzijds en precisiemachines en het zonnestelsel anderzijds. Klokken kennen wel degelijk afwijkingen en ooit zullen we de interacties van de kleinste deeltjes in een gaswolk onder controle krijgen.

Ligeti is vooral geïnteresseerd in de tussenfases: precieze puntjes die tot wolken samenklonteren en vage wolkenmassa's die in puntjes uiteenvallen. Maar natuurlijk is Clocks and Clouds meer dan dat. Het is prachtige muziek voor twaalfstemmig vrouwenkoor en een orkest van vijf fluiten, vijf klarinetten, drie hobo's, vier fagotten en strijkers zonder violen, met nog wat spaarzame accenten in koper, slagwerk en harp.

Fluiten en klarinetten beginnen in mechanische quasi-klokfiguren, later komen de wolkenflarden aan bod in onnavolgbaar fraaie clusterklanken in het vrouwenkoor. Er is voortdurend sprake van interactie - zo'n werk scherpt je oor als geen ander. Wel werken aan het einde de mechanische aspecten in het koor minder sterk.

Nog een tegenstelling, maar dan in het groot, bood het programma na de pauze: de wel zeer burleske Mysteries of the Macabre voor trompet of coloratuursopraan en klein orkest constrasteert met het mystieke Lontano uit 1967 voor groot symfonieorkest. Aanvankelijk ging het Ligeti om een vervlechting van stemmen die geheel ondergeschikt zijn aan een groter geheel, maar in Lontano is het andersom.

In dit stuk werken de stemmen zelf in een scherpere profilering, de muziek is poreuzer en kwetsbaarder, in versluierende transformaties. Men kan het voorspel uit Wagners Parsifal en het graalmotief ontdekken, maar dat zijn slechts vage allusies, Ligeti is nu eenmaal tegen elke vorm van eenduidigheid.

Een contrast met Ligeti's muziek vormde Stevan Niculescu's Tweede symfonie (1979-'80). De ondertitel 'Opus Dacicum' verwijst naar de resten van de bouwwerken die de Dacen, een oud Romeins volk, achterlieten. Niculescu is volstrekt niet meerduidig, zoals Ligeti, maar schrijft zeer extatische muziek in continue flakkerende bewegingen, concentrisch stijgend zoals Skrjabin, met het koper centraal in de apotheose.

Ligeti is abstract als een schilderij van Mark Rothko (een belangrijke inspiratiebron voor Lontano), maar in de altijd uitermate geraffineerd uitgewerkte details vele malen spannender en daardoor ook dramatischer. Ook de uitvoeringen waren spannend. Er werd met grote inzet gemusiceerd, maar het is heel moeilijk om in een groot symfonieorkest veel pianissimi te realiseren. Er klinken dan bijna steeds bijgeluiden, die overkomen als onbedoelde vlekjes.

    • Ernst Vermeulen