HOMEOPATHIE

Tweehonderd jaar geleden toen Hahnemann de homeopathie bedacht, stelde de geneeskunde nog weinig voor. Dokters wisten ongeveer waar de belangrijkste organen zaten, maar hoe ze werkten was grotendeels onbekend. Men wist niet hoe ziekten ontstonden en dus ook zelden wat er aan te doen was. Er waren een paar werkzame geneesmiddelen, maar hoe die werkten, was een mysterie. Dokters hielpen de patiënt vaak van de wal in de sloot met hun drastische therapieën, zoals purgeren en aderlaten. De huidige minister van VWS, E. Borst-Eilers, heeft daar drie jaar geleden een vermakelijk en onthutsend beeld van geschetst in haar intreerede als hoogleraar. Dit was de tijd dat Hahnemann zijn medische carrière begon en zijn start was niet slecht.

Terecht concludeerde hij dat een groot deel van de medicaties van zijn tijd de patiënt alleen zieker maakte. Hij was ook een van de eerste dokters die proeven met geneesmiddelen deed bij gezonde proefpersonen. Jammer alleen dat hij bij het ontwerpen van zijn nieuwe ziekteleer, de homeopathie, die kritische zin overboord heeft gezet. Ook mét kritische zin was hij overigens niet ver gekomen. De basiskennis ontbrak gewoon in de 18e eeuw voor een omvattende ziekteleer, die hout sneed. Het is niet eenvoudig om de essentie van de homeopathie samen te vatten. De Jongh, hoogleraar Farmacologie en een van de grootste kenners van de homeopathie, schreef in 1943 al: 'Er bestaat geen homeopathie, er bestaan slechts artsen, die zich homeopathen noemen en die op allerlei in schijn gelijke, doch in wezen verschillende wijzen hun patiënten behandelen'. Dat neemt niet weg, dat er twee grondprincipes zijn, die praktisch alle homeopathen aanhangen en die kunnen dienen om het verschil tussen homeopathie en natuurwetenschappelijke geneeskunde te illustreren.

Het eerste grondprincipe is het similia principe, dat inhoudt dat ziekten kunnen worden genezen door geneesmiddelen die soortgelijke symptomen opwekken als de ziekte zelf. Hahnemann schijnt dit wonderlijke idee gekregen te hebben door proeven met kina, een middel dat in de 18e eeuw werd toegepast tegen koorts. Die koorts werd vaak veroorzaakt door malaria, die toen nog op veel plaatsen in Europa voorkwam en die bekend stond als moeraskoorts. Kinine, het werkzame deel van de kinabast, doodt de malariaparasiet en kina was daarom een van de weinige 18e eeuwse geneesmiddelen, dat echt werkte, al wist men niet waarom. Het doelwit van kinine, de malariaparasiet, werd pas in 1880 ontdekt. Hahnemann probeerde kina op zichzelf uit en werd er behoorlijk ziek van. Waarschijnlijk was hij overgevoelig voor kina, hetgeen nogal eens voorkomt. Hahnemann dacht echter dat iedereen koorts krijgt van kina en dat kina werkte tegen moeraskoorts doordat het zelf koorts opwekt. Zo werd het similia principe geboren. Had Hahnemann de moeite genomen om kina ook nog bij een paar andere proefpersonen uit te testen, dan was ons niet alleen het similia principe bespaard gebleven, maar zelfs het begrip homeopathie, dat immers is opgebouwd uit de Griekse woorden homoios (gelijksoortig) en pathos (lijden).

Het similia principe is dus gebaseerd op een misverstand en het heeft geen enkele basis in ons natuurwetenschappelijke denken of in de huidige geneesmiddelenleer. Iedere leek kan dat trouwens zelf bedenken. Penicilline doodt bacteriën door de bacteriële celwand aanmaak te remmen, niet door koorts op te wekken. Vitamine C helpt tegen scheurbuik door een tekort aan vitamine C op te heffen, niet door een beetje scheurbuik te veroorzaken. Het similia principe is echt volkomen onzin. Hahnemann had dat al 200 jaar geleden kunnen weten, als hij wat kritischer was geweest.

Waar komen dan die claims vandaan voor 'wetenschappelijke' steun voor het similiaprincipe? Dat is simpel een kwestie van valse etikettering. Uiteraard komt het voor dat weerstand tegen ziekte of vergiftiging kan worden opgewekt door iets dat lijkt op die ziekte of die giftige stof. Als kinderen tegen mazelen of polio worden gevaccineerd, gebeurt dat met verzwakt of gedood virus. Ons immuunsysteem gebruikt dan een kleine hoeveelheid krachteloos virus om afweer tegen het echte virus op te bouwen. Een kleine dosis van een slaapmiddel kan leiden tot aanmaak van enzymen die het slaapmiddel versneld afbreken zodat de slaapmiddelen gebruiker beter bestand raakt tegen slaapmiddelenvergiftiging. Gewenning noemen we dat meestal. Met het similia principe of homeopathie, zoals Hahnemann die uitdroeg, hebben vaccinatie of gewenning niets te maken. Het tweede principe, waar bijna alle homeopathen aan vast houden, is potentiëring door verdunnen. Dit idee is mogelijk nog wonderlijker dat het similia principe. Hahnemann dacht dat de werking van geneesmiddelen toe zou nemen door ze te verdunnen. Potentiëren (laten toenemen in kracht), of dynamiseren noemde hij dat. Het verdunnen moest op een bepaalde manier gebeuren, op en neer schudden bij vloeistoffen, krachtig verwrijven met melksuiker bij vaste stoffen. Hahnemann dacht dat op deze wijze de 'onstoffelijke','dynamische' eigenschappen van de werkzame stof op het verdunningsmiddel overgedragen zouden worden. Ook in Hahnemann's tijd was dit al een idioot idee, maar tot zijn verontschuldiging kan worden gezegd dat men nog bijna niets wist van scheikunde en dat het vitalisme nog springlevend was. Vitalisme hield in dat chemische verbindingen in levende organismen bijzondere eigenschappen hadden en dat er 'immateriële levenskracht' werkzaam was die het lichaam in balans hield. Inmiddels zijn alle postulaten van het vitalisme getoetst en onjuist bevonden. Zelfs uw DNA kan nu netjes worden nagemaakt door competente chemici zonder dat daar 'immateriële levenskrachten' aan tepas hoeven te komen. De wonderen der natuur zijn er niet minder schitterend door, maar het is gewone chemie en gewone natuurkunde.

We weten nu ook dat in de hoge verdunningen (potenties) van Hahnemann geen enkel molecuul meer over is van het uitgangsmateriaal. De gepostuleerde werking van zo'n hoge potentie kan dus niet meer te wijten zijn aan resten van het oorspronkelijke geneesmiddel. Homeopathen zijn daarom gedwongen om andere verklaringen te bedenken: de stof is wel uitverdund, maar zou toch een soort afdruk in het oplosmiddel hebben achtergelaten. Chemisch is dit onmogelijk, even onmogelijk als het achterlaten van een voetafdruk in water dat niet bevroren is. En de 'onstoffelijke' eigenschappen van geneesmiddelen, die op het oplosmiddel zouden worden overgedragen? Dit is ook onzin. Stoffen hebben geen'onstoffelijke' eigenschappen. Er is nog nooit een zinnig, toetsbaar voorstel gedaan wat die 'onstoffelijke' eigenschappen zouden kunnen zijn en hoe ze zouden kunnen worden overgedragen. Er is ook geen enkele serieuze experimentele aanwijzing dat zo'n overdracht optreedt.

Dit zijn een paar argumenten, waarom mensen met verstand van natuurwetenschappen de homeopathische leer onzinnig vinden, even onzinnig als de platte aarde theorie. Ik heb maar twee principes behandeld en daarmee de homeopathie uiteraard niet in volle omvang kunnen beschrijven. Wie meer wil weten, kan de Skeptische Notities nummers 6 en 10 van de Stichting Skepsis (Postbus 2657, 3500 GR Utrecht) bestuderen. Leesbare en evenwichtige notities over homeopathie, waar ik hier ook veel aan ontleend heb.

Hoe komt het dan dat die homeopathie toch nog zoveel aanhangers telt, als de basisideeën onzinnig zijn, en de effectiviteit niet is aangetoond? Ik ken geen systematisch onderzoek dat deze vraag beantwoordt, maar mijn indruk uit stukken van en over homeopathie is dat die populariteit berust op twee pijlers: de speciale dokter-patiënt relatie en het onschuldige karakter van (de meeste, niet alle) homeopathische middelen. De speciale dokter-patiënt relatie hangt samen met het grote belang dat de homeopathie hecht aan de symptomen van de patiënt en aan de wijze waarop de patiënt zijn/haar ziekte beleeft. De patiënt wordt als uniek individu gezien met een unieke kwaal, niet als een robot, die is stuk gegaan en die gerepareerd moet worden, om het gechargeerd te formuleren. Uiteraard luistert iedere goede dokter naar zijn of haar patiënt, maar in de homeopathie krijgt dit een zwaar accent. Die aandacht is prettig voor de patiënt, maar ook de rol van de dokter is een bijzondere. In de homeopathie heeft de dokter nog iets van de geniale genezer, met de trefzekere klinische blik, die van iedere patiënt, de bijzondere kwaal herkent en met daarop toegesneden middelen het natuurlijke evenwicht herstelt, zoals Hahnemann de dokter zag.

Dat is heel iets anders dan de 'evidence-based' (de op bewezen effektiviteit gebaseerde) geneeskunde, waarin de echte dokter nu geacht wordt een vakman (vakvrouw) te zijn die met beide benen op stevige natuurwetenschappelijke grond staat. De klinische blik en de goddelijke inval zijn daarin vervangen door protocollaire geneeskunde, waarbij diagnoses door systematisch onderzoek worden gesteld en de beste therapie vaak al vast ligt. Als iemand borstkanker krijgt, ligt er een gedetailleerd protocol klaar om na te gaan wat voor soort kanker het is en hoe uitgebreid het gezwel is. Op grond daarvan zijn er uitgewerkte protocollen voor de beste behandeling. Die protocollen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en alleen een precieze toepassing van de regels geeft de beste kans op genezing of uitstel van de dood. Te hopen valt dat die protocollen met begrip en aandacht voor de patiënt worden toegepast en dat de beperkte keuzemogelijkheden, die zo'n protocol biedt, goed met de patiënt worden doorgenomen. Maar voor de dokter ligt de beslissingsboom in belangrijke mate vast. Een goede dokter kent die boom en aanvaardt dat keurslijf omdat het de beste kansen biedt voor de patiënt. Behandeling van borstkankeris een vak dat op systematisch onderzoek is gebaseerd en waarin voor de principes van Hahnemann geen plaats is. De patiënt kan uiteraard kiezen hoe, of, en door wie zij zich wil laten behandelen. De keuzevrijheid van de dokter is echter door kennis ingeperkt.

Een tweede pijler van de homeopathie is de onschuldigheid van de gebruikte middelen. Wanneer je geneesmiddelen maar genoeg verdunt, verdwijnen ook de bijwerkingen volledig. Alle echte geneesmiddelen hebben echte bijwerkingen en zelfs als een dokter altijd de kosten en baten goed weet af te wegen, is er een enkele patiënt, die meer bijwerking dan genezing ondervindt. Daar schrikken mensen van, en terecht. Laten we niet vergetendat de 'evidence-based' geneeskunde een jonge tak van wetenschap is. De rampen aangericht door onvoldoende uitgeteste geneesmiddelen, zoals softenon, of door ongefundeerde toepassing van geneesmiddelen, zoals DES, zijn echt niet zo lang geleden. We denken nu dat zulke rampen niet meer kunnen gebeuren, maar dat het publiek zijn argwaan tegen echte geneesmiddelen niet zo maar terzijde schuift, is niet zo vreemd.

Omdat homeopathische artsen oprecht geloven in de werkzaamheid van hun sterk verdunde middelen, kan hun behandeling ook optimaal profiteren van het placebo effekt. Uit onderzoek blijkt dat bij veel kwalen mooie resultaten worden behaald met loze watertjes, placebo's genaamd, zeker als ze door een aardige en zorgzame dokter worden verstrekt, die zelf gelooft dat het watertje werkt. Veel kwalen gaan vanzelf over en die reageren uiteraard heel goed op placebo's. Maar ook bij chronische ziekten, waar bij de huidige stand van de geneeskunde niet zo veel aan te doen is, zoals multipele sclerose of chronisch reuma, zijn belangrijke verbeteringen gezien door placebo's. Tot 70% van alle patiënten voelden zich beter door de behandeling. Helaas beklijft zo'n verbetering niet lang.

Uit deze opsomming blijkt wel waarom homeopathie populair is, ondanks het feit dat de homeopathische leer archaïsch is en naar huidige inzichten onzinnig. Homeopathie trekt omdat homeopathische middelen in het algemeen geen bijwerkingen hebben en omdat er veel aandacht aan de symptomen van de patiënt wordt gegeven. Homeopathie helpt ook, zoals ieder placebo, maar of het meer doet dan een placebo is niet aangetoond. Ik kom daar in een volgende column op terug.

Ook mensen met sympathie voor homeopathie zijn, naar mijn ervaring, wat onthutst als ze de 18e eeuwse ideeën van Hahnemann onverdund krijgen toegediend. Is het werkelijk zo absurd? Ja, het is heel absurd en dat zou u te denken moeten geven. Wees dan ook zo wijs om uw kostbare lijf niet bloot te stellen aan de geneeskunde van 200 jaar geleden.

    • Piet Borst