'Faboulousness' in het Metropolitan

Het 'Haute Couture'-overzicht in het Costume Institute van het Metropolitan Museum heeft een duidelijk bedoeling: het bijzetten van modeontwerpers in het Parthenon. In New York worden gewaden van meer dan 10.000 dollar in paradoxale lichtzinnigheid vooral gedragen op liefdadigheidsbals, met als hoogtepunt de jaarlijkse fundraiser ten bate van het Costume Institute zelf. Met dit feest, dé aangewezen gelegenheid om de sociale pikorde vast te stellen, werd deze winter 'Haute Couture' officieel geopend. Onder de op de societypagina's meest genoemde gasten waren vele Supermodellen. Het is geen wonder dat er behoefte aan bestaat dergelijke leeghoofdige 'Faboulousness' (New Yorks woord voor 'glamour') de status van kunst te verlenen. Ook valt de timing van de tentoonstelling niet ontoevallig samen met berichten dat het de Haute Couture commercieel niet voor de wind gaat.

'Haute Couture', Costume Institute van het Metropolitan Museum. Fifth Avenue bij S2nd Street. T/m 24 mrt. Inl 00-12128795500. Cat $ 25.

In 1858 opende de Engelse, in Parijs gevestigde textielhandelaar Charles Frederick Worth het eerste couturehuis, waarmee het maken van kleding voor vrouwen tot een mannenzaak werd. Ook begon hij met het twee maal per jaar tonen van zijn collectie. Vanaf Worth' rijk geborduurde baljurken, waarbij een geprononceerde buste en een sterk naar achteren geschoven kont nog streng gescheiden worden door een onnatuurlijk dun middel, volgen de stijlen op de tentoonstelling elkaar even onontkoombaar op als stromingen in de moderne beeldende kunst.

Kernstukken zijn onder meer de eerste tailleloze 'Flapper'-jurk (Edward Molyneux, 1927) en de 'Little Black Dress' (1926), nog steeds een must in de Amerikaanse garderobe, waarmee Chanel een voorheen aan mannenkleding voorbehouden elegante eenvoud introduceerde in een toen onchique stof als zwarte wollen jersey. Is dit saaie bruine gabardine broekpak (Yves Saint Laurent, 1970) werkelijk de revolutionaire vader van het uniform van de correct geklede vrouw nu? Christian Lacroix was in 1987 de laatste Couturier die nog met een nieuw profiel kwam, de 'pouf'rok, een stijl die er slechts voor een seizoen in slaagde vrouwen terug te brengen tot een banketbakkersfantasie. Gezien het feit dat Gianni Versace en Karl Lagerfeld sponsors zijn van deze tentoonstelling, mag het niet verbazen dat de meest recente voorbeelden van de hand zijn van deze heren. Toegegeven, Lagerfelds bijdragen zijn begeerlijk. Doet alle met veren opgedofte kleding, van Hubert de Givenchy tot Balenciaga belachelijk ouderwets aan, de zwarte avondjurk van Lagerfeld (1995/1996), een variatie op de 'slip' met een van de zoom hangende strook veren, is zowel tijdloos elegant als, door de brede horizontale banen lycra, supermodern. Het meest fascinerende deel van de tentoonstelling is gewijd aan het meesterschap van het handwerk. Juist de mooiste staaltjes ervan krijg je meestal niet te zien; je gaat nu eenmaal niet je neus pal in iemands boezem steken om het stiksel te bewonderen. Door middel van close up foto's en specifieke voorbeelden wordt de aandacht getrokken naar adembenemdende details, zoals een geschubd naadje in de nek van de bruidsjurk van de hertogin van Windsor (Mainbocher, 1937) of de appliqué bloemen op de omslag van een Chanel manchet. Enigszins overdreven zijn wel weer vergelijkingen als een pak van Jeanne Lanvin met Le Corbusier en het vooruitstekende decolleté van een avondtoilet van Jacques Fath met een gevel van Saarinen. (Versace's jurk van doorzichtig vinyl bestikt met dubbele jeansnaden is dan zeker het Centre Pompidou van de mode). De sublieme schijnbare eenvoud van Madeleine Vionnet (1876-1975) is een (her)ontdekking. Minimaal opengewerkt borduursel verbergt de vormbepalende naden in een schuingeknipte jurk van ivoorkleurige zijde (1932). En haar simpele, beeldschone lange avondjapon (1939) van zwart kant over zilver lame met naar de zoom toe in grootte toenemende zwartfluwelen strikvormen, is sensueel zelfs zonder de beweging van een draagster. Die zou je zo wel aan de muur willen hebben. Het is een van de weinige creaties die werkelijk meer is dan mooie decoratie ter opbeuring van fashion victims.