De doorbreking van de arrogante kijk op de Afrikaanse kunst

Er bestaat geen kunst in Afrika. T/m 17 mrt. Stadsgalerij Heerlen, Raadhuisplein 19. Di t/m vr 1117u, za-zo 14-17u. Catalogus ƒ 15,-

De Zaïrees Moke signeert zijn schilderijen met 'Peintre of Art(iste) P(eintre) Moke'. Deze signatuur is een bevestiging van zijn positie als kunstschilder. Moke ontwikkelde zich van schoenpoetser tot schilder van fantastisch-realistische taferelen waarin hij commentaar geeft op toestanden in zijn vaderland. Zo is het bij een privé-kliniek, gebouwd op palen in het water, een druk komen en gaan van ambulance-boten met zieken en zwangere vrouwen. Het lijkt of alles soepel verloopt, maar in het water loeren twee krokodillen met vissen in hun bek op hun volgende prooi.

Terwijl Moke zijn kritiek in verhulde vorm brengt, stelt zijn landgenoot Botalatala politieke misstanden openlijk aan de kaak. Zijn beschilderde borden met teksten en miniatuur objecten in reliëf spreken duidelijke taal. Vergelijkbare 'affiches' van Botalatala werden enige jaren in het onderwijs gebruikt als propagandamateriaal om de vijf- en tienjarenplannen van de socialistische regeringspartij uit te leggen. Op een van de borden symboliseert een trechter de relatie tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond. Via deze trechter dumpen de rijke landen hun overtollige producten - van nucleair afval tot afgekeurde medicijnen - in de Derde Wereld. In ruil daarvoor ontvangen zij een emmer met vruchten, goud en andere grondstoffen. Toch heeft ook Botalatala er, net als Moke, behoefte aan om zijn positie als kunstschilder te verklaren. Hij portretteert zichzelf voor een ezel in zijn atelier als een oog met hersens dat zijn schilderende armen bestuurt. “De kunst heeft mij gekozen, woont in me en is mijn rechvaardiging”, luidt het onderschrift.

Werk van Botalatala en Moke is tot half maart te zien op de tentoonstelling Er bestaat geen kunst in Afrika in de Stadsgalerij Heerlen. De expositie geeft een helder beeld van de verschillende posities tussen handwerksman, magiër, opvoeder en kunstenaar. Of zoals samensteller Felix Valk, oud-directeur van het Rotterdamse Museum voor Volkenkunde in de catalogus schrijft: “In de Derde Wereld is creativtieit allereerst functioneel en pas op den duur individueel beeldend.” Het beroep kunstschilder is nieuw in Afrika. Vanaf de jaren vijftig zijn er in de steden wel schilders van kappersborden actief, maar pas de laatste decennia heeft zich hieruit een groep ontwikkeld die vrije straatkunst produceert. De populaire Zaïrese schilder Chéri Samba, wiens schilderijen in Heerlen ontbreken, maar ook Moke zijn hiervan voorbeelden.

De tentoonstelling is een geslaagde poging om de doorgaans arrogante westerse kijk op de 'primitieve' kunst uit Afrika te doorbreken. De overgang van ambachtskunst naar kunst-kunst verloopt bijna ongemerkt. Je bekijkt met evenveel plezier een reeks kappersborden en een fraaie houten doodskist in de vorm van een witte Mercedes van Paa-Joe (Ghana), als de miniatuur-huizen van Abroudramane (Ivoorkust) en de gestileerde diertekeningen van Kivuthi Mbuno (Kenya). Werk van een aantal kunstenaars, zoals de decoratieve schilderijen van Twins Seven Seven (Nigeria) en de papieren maquettes van Bodys Isek Kingelez (Zaïre), was in 1991 ook te zien in het Groninger Museum tijdens de manifestatie Africa Now.

“Eigenlijk bestaat er geen Kunst. Er zijn alleen kunstenaars”, schrijft Ernst Gombrich in zijn veelgelezen handboek The Story of Art. Toch heeft hij er geen bezwaar tegen om de uiteenlopende activiteiten van kunstenaars - van grotschildering tot affiche - kunst te noemen, als we maar beseffen dat het woord in de loop van de tijd zeer veel verschillende betekenissen heeft gehad. Gombrich pleit voor een onbevangen blik. Kunst met een hoofdletter K bestaat volgens hem niet, ook niet in onze westerse wereld.

    • Din Pieters