Automatisering is nergens goed voor

Het zal nu zo'n vijf jaar geleden zijn, dat ik bij thuiskomst de voordeur open vond. 'Shit, niet alweer', denk je nog, maar jawel hoor: inbraak. Dus eerst de politie bellen, dan uitzoeken wat er weg is, want aangifte doen kan toch pas morgen, ergens ver weg. Je telt de gaten. Cassettedeck, fototoestel met bijna volgeschoten rolletje erin, zoomlens, paspoort, cheques, kortom alles wat onder de arm meekan en snel te verpatsen is. Junkieverdriet zonder ooit een shot gezet te hebben.

De volgende morgen vervoeg ik mij op een tijdelijk politiebureau aan de rand van de stad. Wachten. Ik bedenk hoe ik, lang geleden, toen ik voor het eerst aangifte van inbraak kwam doen, een hele ochtend zoet was met een agent die met één vinger toch niet kon typen. De tweede keer, een paar jaar later, was het druk, en werd ik achter een typemachine gezet om zelf maar het verbaal te maken, althans het verhalend gedeelte daarvan. Ben benieuwd wat er deze keer weer gebeuren gaat. Dan heeft iemand tijd voor me, en gaat me voor naar een kamertje. Verrassing! De nieuwe tijd heeft toegeslagen. Geen Olympia's en Remingtons meer, geen doorslagpapier, alleen maar een zacht zoemend werkstation in bescheiden lichtgrijs. Zegt u het maar, knikt de besnorde Hermandad mij toe, en ik begin vol goede moed mijn opsomming.

Maar even later klotst die moed alweer door mijn schoenen. Dat ik wéér zo'n eenvingertypist getroffen heb (zouden ze het op de politieschool zo léren?), is niet zo erg. Maar wel dat alles nog langzamer gaat dan de vorige keren. En dat het niet goedkomt. Eerst wil de cursor niet in het juiste vakje, dan is de collega die 'weet hoe dat ding werkt' er niet, en als het knipperende kreng eindelijk op zijn plaats staat, blijkt dat de moeizaam ingevoerde gegevens maar half uit de printer willen komen.

De agent gaat eens lekker aan het experimenteren. Vier printjes, vijf, negen, veertien. Mijn lens met nummer en al blijft onzichtbaar. Hij zoekt het wel uit, zegt-ie dan eindelijk, en stuurt me van de week wel een kopietje. Voor de verzekering. Ik hoef in de dagen die volgen nog maar vier keer te bellen om het geheel ook inderdaad compleet te krijgen. Verder nooit meer iets gehoord. Automatisering is nergens goed voor.

Afgelopen zondag om 13.00 uur bezweek een achterdeur van het hypermoderne Amsterdamse Paleis van Justitie aan de Parnassusweg. Geen mens hoorde het, want de bewaker is geautomatiseerd. Een stil alarm, dat keurig afging. Pas een half uur later kwam iemand van het particuliere beveiligingsbedrijf waarop justitie vertrouwt eens kijken, en pas daarna werd de politie gewaarschuwd. Tja, het ding slaat zo vaak loos alarm dat niemand meer hard loopt, en de politie al helemaal niet meer direct gewaarschuwd wordt.

Voor de tweede keer in een maand tijd, stond vrouwe Justitia in haar lingerie te kijk. Waarom er na de vorige inbraak nog steeds geen normale bewaking van vlees en bloed was? Onder meer omdat dat geld kost, volgens een woordvoerder van minister Sorgdrager, een miljoen per jaar. Daar was na de aanleg van alle stille alarmen uiteraard geen geld meer voor. Automatisering is nergens goed voor.

Die gegevens die mijn agent zo manmoedig dagenlang heeft proberen in te kloppen, verdwijnen in een systeem waarin alles geregistreerd wordt, met fouten en al. Elke politieregio heeft zo'n kostbaar systeem. Elk met zijn eigen opzet en indeling, zijn eigen selectie en categorisering van gegevens, zijn eigen codenummers. Vijfentwintig verschillende systemen, plus het systeem van het CRI, dat ook weer anders is. Ooit moet er één fantastisch nationaal systeem zijn, maar vooralsnog ruziet men vooral over wiens ideale systeem daarvoor model moet staan, en wat er wel en niet in moet. Ooit moet je met één druk op de knop alles naar boven kunnen halen, maar vooralsnog lopen zelfs de globale landelijke statistieken altijd meer dan een jaar achter, omdat regio's gegevens niet, dan wel te laat en verkeerd aanleveren. En dan nog. Wat moeten we met al die statistiek, zelfs als hij klopt? Dat er heel wat gestolen, geroofd en geslagen wordt weten we zo ook wel. Daar wordt geen videorecorder meer om teruggevonden, geen inbreker meer om gepakt, geen verlies van een familiekiekje mee goedgemaakt. Automatisering is nergens goed voor.

Officieren van justitie zijn belangrijke, drukbezette mensen. Belangrijke, drukbezette mensen herken je op vrijdagmiddag aan loodzware leren tassen, uitpuilend met papierassen. Dat is het werk voor het weekend. Maar de laatste tijd zie je ze steeds minder. Ook drukbezette mensen hebben tegenwoordig een PC, en een stapeltje floppen met tien tassen werk gaat gemakkelijk in een binnenzak. Sommige mensen vinden het handig om alles bij de hand te hebben. Zoals officier Valente. Had hij geen computer gehad, dan had hij nog geen procent van de informatie thuis kunnen hebben liggen die nu door boze criminelen gestolen werd. Ongeveer honderdvijftig floppies waren het, het mogelijke equivalent van 90.000 velletjes A4. Dat is niet alleen onverantwoord, maar hoeveel van die enorme hoeveelheid 'informatie' zou Valente nu ook echt voor zijn pensioen onder ogen hebben kunnen krijgen? Automatisering is nergens goed voor.

Wie een Zaanse klok bezit, of een zilveren theeservies, krijgt orders van zijn verzekering om zijn huis van een alarminstallatie te laten voorzien. Voortaan leef je in een elektronisch gevang. Telkens als je het huis verlaat moet je je afmelden bij cipier alarm, telkens als je binnenkomt moet je ONMIDDELLIJK je pincode correct intikken op het meedogenloze kastje, op straffe van luid geloei, of wellicht stil alarm. Dan staat er een uurtje later zo'n volkswagentje voor de deur, met zo'n beambte die chagrijnt dat ze hem weer voor niks hebben laten komen. En kent u ook maar één klokken- en serviezendief die zich om heeft laten scholen tot eerzaam schoenlapper? Automatisering is nergens goed voor.