Te weinig interesse in aard van de sok

Tentoonstelling: De kracht van de herhaling. In Museum Jan Cunen Oss, Molenstraat 65, Oss. Di t/m zo 12u30-16u30. En in Museum de Wieger, Oude Liesselseweg 29, Deurne. Di t/m zo 12-17u. T/m 24 maart. Cat ƒ 15,-.

Herhaling is saai. Behalve wanneer zichtbaar wordt dat een beeldend kunstenaar zo gefascineerd is door een bepaald motief of thema dat hij er álle aspecten van moet onderzoeken en dat de herhaling onontkoombaar, absoluut noodzakelijk, is. Dat was bijvoorbeeld het geval met Jan Schoonhoven (1914-1994). Schoonhoven hield van streepjes en hokjes. Hij legde zijn ziel erin. In een selectie uit zijn tekeningen en reliëfs in Museum de Wieger in Deurne is Schoonhovens liefde voor de ordening van horizontalen en verticalen opnieuw na te voelen. Zijn passie, of obsessie, brengt de sobere rasters tot leven.

Schoonhoven maakt deel uit van de dubbeltentoonstelling De kracht van de herhaling, die tot stand kwam door samenwerking tussen Museum de Wieger in Deurne en Museum Jan Cunen in Oss. Schoonhoven is de enige op deze expositie die de herhaling niet alleen toepaste, maar voor wie zij ook het doel was. Hij thematiseerde de herhaling. Voor de andere exposanten geldt dat niet. Jammer genoeg is dit belangrijke onderscheid tussen Schoonhoven en de anderen op de tentoonstelling niet gemaakt.

Is bijvoorbeeld Carina Diepens gefascineerd door het wezen van de sok? Nee, dat spreekt niet uit haar wandobject. Diepens verzamelde oude sokken, sorteerde ze op kleur en hing ze aan stalen buizen die gelakt zijn in dezelfde tint als de sokken, paars, blauw, geel, groen, roodbruin. Het gaat Diepens niet om de herhaling op zichzelf, maar om het decoratieve effect van de herhaling. Hetzelfde geldt voor de schilderijen van Guido Lippens. Het veelvuldig herhaalde, drielobbige motief van een matteklopper doen denken aan de decoratieve randen van een oosters tapijt of tegelwerk.

Leo Vroegindeweij bouwt zijn vloerbeelden op uit identieke onderdelen, zoals zeskantige stoeptegels, zwarte speelgoedautootjes of gekleurde rubberen hondespeeltjes. De totaalvorm van deze beelden, een zich in segmenten vertakkende slinger, is steeds dezelfde. Over deze slinger drapeerde Vroegindeweij een ketting van roestig of juist blinkend gegalvaniseerd staal.

Vroegindeweij past de herhaling toe als schakeling of aaneenrijging van elementen. Bij de reliëfs die Jan Henderikse in de jaren zestig vervaardigde van bijvoorbeeld verpakkingsmaterialen - plastic flessen, allerhande kartonnen doosjes, doppen - heeft de herhaling weer een andere betekenis en verwijst zij naar de massaproduktie in de industriële maatschappij. Ook hier heeft de verzameling van soortgelijke voorwerpen een decoratief effect.

In de grote glanzende ektacolors van Ine Lamers is van herhaling als beeldmiddel geen sprake. Zij maakte een serie foto's van opeenhopingen van verschillende spullen op het balkon van een flatgebouw, zoals een wasrekje, kinderfietsje, plastic stoeltje enzovoort. Er is geen herhaling binnen het beeld zelf.

De opzet van de dubbeltentoonstelling is om 'te onderzoeken welke functie het motief van de herhaling in de beeldende kunst vervult'. Helaas beantwoorden de tentoonstellingen niet aan die opzet: over de functie van de herhaling, of over de historische ontwikkeling ervan, wordt weinig duidelijk. Hiermee krijgt de selectie van de kunstwerken een nogal willekeurig karakter.

    • Janneke Wesseling