Steun aan tribunaal nog gering

DEN HAAG, 7 FEBR. Zowel Kroatië als Joegoslavië heeft beloofd zijn medewerking aan het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië te verbeteren, maar het uitzicht op de uitlevering van verdachten door beide landen is vooralsnog klein.

Dat schrijft president Antonio Cassese van het tribunaal in een notitie over een recent bezoek aan beide landen, die gisteren werd verspreid. Volgens Cassese heeft Kroatië het tribunaal nog altijd niet formeel erkend, ondanks de medewerking die het land heeft gegeven aan de aanklager en zijn onderzoekers. Zo heeft het tribunaal in november 1994 een kantoor kunnen openen in Zagreb en hebben de onderzoekers vrijwel ogestoord hun werk kunnen. Maar Kroatië heeft nog altijd niet gereageerd op de arrestatiebevelen van het tribunaal. Cassese noemt in zijn notitie vooral de hoge Kroatische militair Blaskic, die door het tribunaal is aangeklaagd maar nog altijd niet is uitgeleverd. Kroatië kondigde enkele weken geleden aan Blaskic te zullen uitleveren, maar dat daarvoor eerst de uitleveringswet veranderd moet worden.

In Belgrado heeft de regering heeft zich volgens Cassese bereid getoond van 'geval tot geval zijn medewerking te zullen overwegen'. Cassese kondigt in zijn notitie aan de landen van de Europese Unie op de hoogte te zullen stellen van zijn bevindingen.