Russische worsteling over economisch beleid

DAVOS, 7 FEBR. Markten zijn de natuurlijkste zaak van de wereld en ze bestaan al zesduizend jaar, zei de leider van de Russische communistische partij, Gennadi Zjoeganov. Maar de overheid moet markten reguleren, de slavenmarkt is tenslotte ook afgeschaft. De staat dient te zorgen voor orde en voor wettelijke bescherming. En daar ontbreekt het aan onder het bewind van president Jeltsin. “In Rusland hebben de mafia en de bureaucratie de macht over de markt”, aldus Zjoeganov.

De Russische minister van Economische Zaken, Jevgeny Jasin, uitte gisteren de vrees dat president Jeltsin de teugels van de strenge belastingwetgeving zal willen laten vieren. Jeltsin zou kunnen kiezen voor het verruimen van de bestedingsmogelijkheden om zo te verhinderen dat een communist weer aan de macht komt, aldus Jasin.

Gennadi Zjoeganov, de communistische kandidaat voor de komende presidentsverkiezingen in Rusland en winnaar bij de parlementsverkiezingen van eind vorig jaar, gedroeg zich in het Zwitserse Davos met de allure van een politicus die zeker is van zijn overwinning. Hij was het afgelopen weekeinde aanwezig op het World economic forum, een jaarmarkt van leidende Westerse zakenlieden en politici. De ondernemers van de machtigste Westerse bedrijven verdrongen zich in een poging de opkomende politieke ster van Rusland in levende lijve te zien, te horen, de hand te schudden en om zich ervan te vergewissen hoe menselijk hij is. “Onze partij is heel anders dan de communistische partij van de Sovjet-Unie. Dat was de partij van de machtsstructuur, wij respecteren de pluriformiteit”, verzekerde de man die de communistische partij in Rusland opnieuw tot leven heeft gewekt.

Zjoeganov was een en al openheid in Davos. Hij vertelde over zijn vroegere werkzaamheden als filosoof en als beroepsmilitair in de DDR, hij maakte grappen, dronk wodka en voerde een rechtsstreeks verkiezingsdebat - onder leiding van de Amerikaanse senator Bradley - met Grigori Javlinski, de hervormingsgezinde econoom en zelfbenoemde leider van een 'anti-totalitaire coalitie' bij de komende presidentsverkiezingen. Hij haalde uit naar Jeltsin, die volgens hem meer presidentiële macht heeft dan de Russische tsaar, de communistische partijleider in de Sovjet-tijd en de farao van Egypte samen. Hij waarschuwde in krachtige taal voor een Pools lidmaatschap van de NAVO. En gewillig liet hij zich meeslepen van de ene sessie naar de andere om zijn standpunten uiteen te zetten.

“Geen serieuze buitenlandse investeerder komt op dit moment naar Rusland, want hij heeft geen enkele zekerheid. De wetten worden voortdurend veranderd en er bestaat maar één soort belastingen: de heffingen door de mafia”, zegt de communistische leider. Als hij gekozen wordt, krijgt het herstel van een gezonde economie prioriteit, worden de regels van het spel vastgelegd en moeten buitenlandse bedrijven normaal belasting betalen. Alle verplichtingen ten aanzien van buitenlandse investeerders zullen worden nagekomen. En het welzijn van het volk zal voorrang krijgen.

Van onverwachte kant kreeg Zjoeganov steun. Een Zwitserse ondernemer, eigenaar van een distributieketen in Moskou, zei in een forum met onder meer de burgemeester van Moskou dat hij overwoog zijn investeringen terug te trekken, omdat hij het laatste jaar geconfronteerd wordt met “een toenemend onvriendelijke houding van de overheid en bepaalde groepen”.

Pag.19: Russen verdeeld over privatisering

Alle aandacht in Davos voor Zjoeganov ontlokte aan Anatoli Tsjoebais, de in januari uit de regering-Jeltsin ontslagen architect van het privatiseringsprogramma, de bittere opmerking dat de Westerse zakenlieden “om Zjoeganov heen dansen zonder zijn ware aard te kennen”.

Als de communistische leider gekozen wordt, voorspelde Tsjoebais, is het afgelopen met het politieke en economische hervormingsprogramma en zullen de privatiseringen worden teruggedraaid.

Hij waarschuwde ook voor een “uitgaven-gekte” in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van juni die rampzalige gevolgen zal hebben voor het hervormingsprogramma.

De minister van Economische Zaken, Jasin, meldde dat de geldontwaarding vorig jaar nog 60 procent bedroeg, en hij hamerde erop dat de zittende regering haar strakke monetaire beleid zal handhaven.

Tegenover zijn Westerse gehoor verzekerde Zjoeganov dat alle vormen van eigendom, waaronder particulier bezit, gerespecteerd zullen worden. De privatisering zoals die vorig jaar in Rusland is doorgevoerd, is niet anders geweest dan een ouderwetse plundertocht. Aan deze plundering van de economie zal een eind worden gemaakt, zo stelde Zjoeganov in het vooruitzicht. De communistische leider herinnerde zijn welvarende gehoor aan de sociale nood van twintig miljoen Russen die geen enkele vorm van bijstand krijgen, aan de onderwijzers en mijnwerkers die in staking zijn gegaan, omdat ze al maanden geen salaris ontvangen.

Maar Zjoeganov bleef in het vage hoe hij de aanpak van deze economische problemen denkt te financieren. Zijn tegenstander Javlinski was wat dat betreft concreter. “We zullen aan geld komen door de uitgaven voor de Tsjetsjeense oorlog te stoppen, een einde te maken aan de belastingontduiking door de grote olie- en gasmonopolies - de vrienden van de huidige regering -, en door de uitgaven van de Russische overheidsbureaucratie, die groter zijn dan die van de voormalige Sovjet-overheid, te beperken. We zullen echte hervormingen beginnen die leiden tot herstel van groei.”

Uitgedaagd in het debat door de Amerikaanse senator Bradley werd duidelijk dat Zjoeganov op gevoelige punten toch niet rechtsstreeks voor zijn mening wilde uitkomen. Bradley stelde drie vragen aan Javlinski en Zjoeganov met het verzoek daarop met 'ja' of 'nee' te antwoorden. Op de eerste vraag, naar de bereidheid het Start-II-akkoord voor conventionele wapenvermindering te ondertekenen, antwoordde Javlinksi 'ja' en verschool Zjoeganov zich in ontwijkingen. Bij de tweede vraag, naar een eventueel herstel van de Sovjet-Unie, zei Javlinski dat hij een vrijhandelszone voorstaat van onafhankelijke republieken, terwijl Zjoeganov aandacht vroeg voor het lot van de 25 miljoen etnische Russen die in ex-Sovjet-republieken wonen.

Alleen bij de derde vraag, waarom de twee presidentskandidaten zichzelf beter achten dan Jeltsin, antwoordden beiden ondubbelzinnig. “Ik krijg elf procent in de verkiezingsonderzoeken en Jeltsin maar vier procent”, zei Javlinksi. “En ik krijg veertien procent in de polls”, kaatste Zjoeganov snedig terug.

    • Roel Janssen