PvdA overstag na belofte Linschoten; Senaat stemt voor nieuwe Ziektewet

DEN HAAG, 7 FEBR. De Eerste Kamer, inclusief de PvdA-fractie, heeft de afgelopen nacht ingestemd met de privatisering van de Ziektewet. De senaat ging akkoord nadat staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) had toegezegd dat bedrijven die genoeg gehandicapten of chronisch zieken in dienst hebben, een korting krijgen op de arbeidsongeschiktheidspremies die ze moeten betalen.

Linschoten denkt daarbij aan drie tot vijf procent van het personeelsbestand dat tot de categorie gehandicapt of chronisch ziek behoort. De staatssecretaris kondigde verder aan dat in zijn nog uit te werken voorstel ook bedrijven die een bepaalde hoeveelheid werk uitbesteden aan de Sociale Werkvoorziening, waar gehandicapten werken, op vermindering van premie kunnen rekenen.

Met 41 tegen 27 stemmen ging de senaat om half twee in de nacht uiteindelijk akkoord met het goeddeels afschaffen van de Ziektewet. De leden van PvdA, D66 en VVD stemden zonder uitzondering voor en de oppositiepartijen tegen. Daaraan waren urenlange beraadslagingen voorafgegaan, maar premier Kok hoefde er niet aan te pas te komen om met een kabinetscrisis te dreigen. Daarmee was vooraf wel rekening gehouden, omdat vooral regeringspartij PvdA grote bezwaren had geuit tegen het wetsvoorstel.

Fractieleider Van den Berg (PvdA) zei vannacht dat zijn fractie “principiële problemen” had met het kabinetsvoorstel. “De PvdA zou deze wet niet hebben bedacht.” Maar hij wees erop dat de marges voor fracties in de Eerste Kamer voor een effectieve, eigen inbreng in het beleid “zeer beperkt” zijn. Volgens Van den Berg wilde de PvdA de positie van werknemers met gezondheidsproblemen op de arbeidsmarkt verbeteren. De toezegging van staatssecretaris Linschoten om met premiereductie te komen, betekende daarvoor “een nieuwe dimensie”.

Eerder had Van de Zandschulp (PvdA) namens zijn fractie het voorstel gedaan alle werkgevers een heffing te laten betalen - uitgezonderd de bedrijven die voldoende gehandicapten en chronisch zieken in dienst hebben. Van deze heffing zou de verbetering van de arbeidsmarktpositie van werknemers met een handicap moeten worden betaald. Van de Zandschulp noemde dit voorstel “een uiterste poging” van de PvdA om “het onoverkomelijke probleem” van de fractie met het Ziektewet-voorstel op te lossen.

Linschoten zag echter niets in een algemene heffing die de lasten voor bedrijven zou verhogen. Dat gold ook voor een ruime meerderheid in de Eerste Kamer, waaronder de VVD en D66. Toen de PvdA-fractie geen steun voor haar heffingsvoorstel kreeg en vervolgens toch instemde met de privatisering van de Ziektewet, kwam haar dat op hoon van de oppositie te staan.

De PvdA'er Van de Zandschulp gaf toe “vuile handen” te hebben gemaakt door in te stemmen met het voorstel. Maar met de belofte van Linschoten om premiereductie voor bedrijven met genoeg chronisch zieken en gehandicapten door te voeren, “hebben we ook iets binnengehaald”, vond Van de Zandschulp.

Belangrijkste bezwaar tegen de privatisering van de Ziektewet bij diverse fracties was de vrees dat werknemers met gezondheidsproblemen daardoor minder kans op een baan zouden krijgen.

Pagina 3: Linschoten: verbod op aanstellingskeuringen

Omdat werknemers met gezondheidsproblemen een groter financieel risico voor bedrijven gaan vormen, zouden werkgevers een scherper selectiebeleid voeren. Linschoten beloofde de Eerste Kamer daarom dat aanstellingskeuringen van werknemers in de praktijk verboden zullen zijn (met een uitzondering voor specifieke beroepen). Hij wil daarbij het protocol volgen dat werkgevers, werknemers, verzekeraars en artsen hebben gesloten. Maar mocht dit protocol worden ontdoken, dan moet er volgens de staatssecretaris alsnog een wettelijk verbod worden ingevoerd. Vooral D66 had daarop aangedrongen.

De staatssecretaris vindt daarom dat de Tweede Kamer het initiatief-wetsvoorstel van D66, om aanstellingskeuringen wettelijk te verbieden, snel moet behandelen. Dan ligt het gereed voor het geval het protocol onvoldoende blijkt te functioneren.

De privatisering van de Ziektewet, die 1 maart zal ingaan, betekent dat bedrijven voortaan zelf gedurende maximaal een jaar hun zieke werknemers 70 procent van het loon moeten doorbetalen. Nu bedraagt deze periode nog twee weken voor kleine bedrijven en zes weken voor grote bedrijven. Werkgevers kunnen zich desgewenst particulier tegen dit risico verzekeren. Alleen voor bepaalde werknemers - zwangere vrouwen en tijdelijk personeel - blijft de Ziektewet bestaan. Een gevolg van de privatisering is ook dat werknemers na 1 maart geen Ziektewetpremie meer hoeven te betalen.