Philips dicht het lek bij Duitse dochter Grundig

FURTH, 7 FEBR. Het was de Philips-managers in de Grundig-staf al jaren een doorn in het oog. De Duitse Philips-dochter leed enorme verliezen en bleek onvoldoende in staat orde op zaken te stellen. Terwijl andere fabrikanten van consumentenelektronica massaal de wijk namen naar lage-lonenlanden om zich staande te houden in een moordende prijzenslag, zat Grundig opgescheept met dure Duitse overcapaciteit. “Ze zitten hier in de kantine te breien en ik kan niet van ze af”, legde een Nederlandse bestuurder maandag - anoniem - nog eens uit, gefrustreerd na jaren soebatten met Duitse vakbondsmensen die in zijn ogen noodzakelijke saneringen afremden.

Aan die blokkade lijkt een eind gekomen, nu het Eindhovense concern het zogeheten Beherrschungsvertrag per 1 januari 1997 heeft opgezegd. Deze overeenkomst, waarin Philips zich garant stelt voor overname van alle verliezen bij Grundig, bleek een blanco cheque. Waarom zouden werknemersvertegenwoordigers bij Grundig akkoord gaan met drastische saneringen als de rekening van uitstel toch in Nederland betaald werd?

Natuurlijk, erkenden de vakbond IG Metall en de ondernemingsraad, het bedrijf in Fürth staat er beroerd voor. Maar gegeven de hoge werkloosheid in de regio voelden ze weinig voor instemming met snelle en rigoureuze ingrepen die nog eens duizenden Duitse banen zouden kosten.

Waar Philips-president Jan Timmer ten koste van zo'n 60.000 banen een miljardenverlies in enkele jaren omboog in een recordwinst, bleef winstherstel bij Grundig uit. Hij uitte zijn ongeduld daarover twee jaar geleden al, maar liet zich sussen door toenmalig Grundig-baas Harmsen die beloofde dat het bedrijf in 1995 uit de verliezen zou zijn.

Geheel in lijn met een lange reeks foute voorspellingen van voorgangers sloeg ook Harmsen de plank mis. En hoe. Over 1995 presenteert Grundig een operationeel verlies van 330 miljoen mark. Samen met 270 miljoen mark aan voorzieningen voor nieuwe reorganisaties komt het netto verlies uit op een recordbedrag van 600 miljoen mark.

Philips is bereid dit verlies nog een keer op te vangen. Daarna raakt Grundig zijn uitzonderingspositie kwijt en zal Philips het behandelen als elke andere dochter. Dat wil zeggen dat het bedrijf toekomstige verliezen zelf moet financieren, dat wil ook zeggen dat het bedrijf op afzienbare termijn rendabel moet worden.

De in Duitsland veelgehoorde vergelijking met het noodlijdende Fokker, waarvan Daimler-Benz zijn handen heeft afgetrokken, gaat in zoverre mank dat Philips een eleganter manier hanteert om zijn dochter de wacht aan te zeggen. Philips laat Grundig immers niet vallen en geeft het de kans zijn bestaansrecht te bewijzen.

Dr. Christian Schwarz-Schilling, president-commissaris van Grundig, noemde het saneringsplan dat het bedrijf nu gaat uitvoeren “tienmaal beter” dan integratie van Grundig in het Philips-concern - ook al betekent dit verlies van ruim 3000 banen en verdere reductie van werkzaamheden in Duitsland. “We blijven een zelfstandige onderneming, een onafhankelijk merk. Grundig heeft zijn kansen in eigen hand.”

De geste van Philips de reorganisatiekosten dit jaar te dragen, zodat Grundigs eigen vermogen intact blijft, omschreef hij als “een situatie waarvan andere ondernemingen in dezelfde positie alleen maar kunnen dromen”. “Grundig is na 1996 in staat zich onafhankelijk op de markt te bewegen, zonder de last van het verleden”, aldus Schwarz-Schilling.

Of zijn optimisme gerechtvaardigd is staat te bezien. Het bedrijf heeft zijn marktaandeel in Europa kunnen behouden, maar kan daarvan pas profiteren als de verkoop van consumentenelektronica aantrekt. Aanwijzingen daarvoor ontbreken echter.

Philips heeft nochtans het grootste lek gedicht. Mocht Grundig niet herstellen, dan heeft het concern niet langer de verplichting de dochter aan het infuus te houden. Daarmee heeft Timmer andermaal een erfenis uit het verleden, toen Philips nog de hebbelijkheid had kosten voor zich uit te schuiven, uit de weg geruimd.

    • Hans Wammes