Nederlaag Major na stemming omroepwet

LONDEN, 7 FEBR. De Britse regering heeft gisteren in het Hogerhuis een ongebruikelijke nederlaag geleden over een nieuwe omroepwet. Britse kranten spraken vanmorgen over één van de zwaarste nederlagen sinds de laatste verkiezingen.

Het Hogerhuis eiste gisteren de wettelijke garantie dat ook tv-kijkers zonder kabel-tv of schotelantenne de belangrijkste sportevenementen kunnen blijven volgen. Een amendement van die strekking werd met overweldigende meerderheid aanvaard door de Britse Eerste kamer waarin de regerende Conservatieve partij een ruime meerderheid bezit. De Britse omroepwet van 1990 verbiedt al dat de belangrijkste sportevenementen exclusief worden vertoond op 'pay-as-you-view'-zenders, omroepen die elk programma apart bij de kijker in rekening brengen. Daarbij gaat het om de Olympische Spelen, het laatste weekend van Wimbledon, de testmatches van het Engelse cricketteam, paardenraces als de Derby en de Grand National, en verder om de wereldkampioenschappen voetbal en de Engelse en Schotse bekerfinale. Het amendement verlangt dat dit verbod wordt uitgebreid tot abonnee-omroepen, zoals Sky TV. In Groot-Brittannië beschikt 85 procent van de huishoudens niet over de kabelverbinding of schotelantenne die nodig zijn voor ontvangst van abonnee-tv.

De BBC verwelkomde de stemming in het Hogerhuis als “steun voor de wijdverbreide opvatting dat nationale gebeurtenissen door iedereen op televisie te volgen moeten zijn”. BSkyB, de moedermaatschappij van Sky satelliet-tv die de koers van haar aandelen onmiddellijk na de beslissing van het Hogerhuis zag dalen, klaagde over “een gevaarlijk geval van staatsbemoeienis”. Sportbonden protesteerden omdat ze vrezen dat een beperking van de concurrentie tussen de tv-maatschappijen ten koste van hun tv-inkomsten gaat.

De Britse regering kan het Lagerhuis vragen om het amendement van het Hogerhuis te negeren. Maar de kans is groot dat daarvoor in het Lagerhuis geen meerderheid bestaat. Een aantal Conservatieve parlementariërs heeft al aangekondigd desnoods mee te stemmen met de oppositie.