'N-Korea heeft helemaal niets'; Chinezen bij de grens gefascineerd door 'malle' buurland

DANDONG (China), 7 FEBR. Behendig stuurt Ma Yong Cheng zijn motorbootje tussen de ijsschotsen op de rivier de Yalu door. Halverwege het een kilometer brede water begint communistisch Noord-Korea. De grens overvaren is toegestaan, tot aan de oever, verder mag niet. Achter de beschoeiing ligt een aarden wal die de Noord-Koreaanse stad Sinuiju aan het oog onttrekt. Een rij verroeste en verrotte kotters ligt aangemeerd.

Ma, al 25 jaar schipper op de Yalu, draagt een zwart leren pak en een bontmuts met oorflappen tegen de ijzige kou en koestert een Charlie Chaplin-snorretje.

'Noord-Korea heeft helemaal niets', zegt Ma meewarig en hij wijst op het armoedige uitzicht, 'maar het is hun eigen schuld, wat wil je met zo'n systeem'. Hij passeert twee afgeladen modderschuiten, die heel langzaam stroomopwaarts varen. De Noordkoreaanse opvarenden groeten sloom.

Ma's houding ten opzichte van Noord-Korea is zoals die van de meeste Chinezen: meewarig, soms spottend bespreken ze de toestand aan de overkant. Langs het chique havenfront van Dandong, een razendsnel groeiende stad, leunen oude mannetjes tegen de balustrade. 'Het lijkt daar op China begin jaren zeventig. Alles is op de bon, burgers worden behandeld als soldaten, samenscholingen zijn verboden', zegt een van hen, 'Koreaanse hereniging onder leiding van Zuid-Korea zou het beste voor hen zijn.'

Chinezen zijn gefascineerd door het 'malle' Noord-Korea. Gezinnen gaan een dagje uit naar Dandong om zich in het Yalu River Park te laten fotograferen met Noord-Korea op de achtergrond. Er zijn verrekijkers te huur voor 1 yuan (twintig cent). Schieten met een AK-47 of een pistool (losse flodders) kost 3 yuan. En op het glimmende trottoir hebben tientallen straathandelaren hun waar uitgespreid: speldjes van de Noordkoreaanse leiders (verkoop daarvan is in Noord-Korea zelf een misdaad), postzegels, bankbiljetten, foto's, petten - alles wat maar met Noord-Korea te maken heeft en door Chinezen of Zuidkoreanen als 'collectors items' wordt gekocht.

In de rivier ligt anderhalve brug. De halve brug - tijdens de Koreaanse oorlog van 1950 - 53 bombardeerden de Amerikanen de andere helft weg - kan worden beklommen voor 5 yuan (een gulden). De naoorlogse, hele brug verbindt met een enkel treinspoor en een rijbaan de Volksrepubliek China en de Democratische Volksrepubliek Korea. In naam zijn het nog twee communistische broederlanden, maar China is - alleen in economisch opzicht - allang de weg van het kapitalisme ingeslagen, terwijl Noord- Korea halsstarrig vasthoudt aan zijn idee van volledige zelfredzaamheid.

Het verkeer tussen Dandong en Sinuiju is minimaal. Twee keer per week een trein, vier keer een bus en een enkele maal een bestelwagen met wat vaten olie of levensmiddelen. De totale handel tussen de twee landen is te verwaarlozen klein. De Noordkoreaanse export naar China (wel de belangrijkste handelspartner) had in 1993 een waarde van minder dan 300 miljoen dollar, de import 600 miljoen. Daarna trad een scherpe daling in. In 1994 bedroeg de hele Noordkoreaanse export nog maar 800 miljoen dollar, de import 1 miljard. Ter vergelijking: Zuid-Korea exporteerde in 1993 voor 5 miljard dollar naar China en dat bedrag neemt exponentieel toe. De totale Zuidkoreaanse export bedroeg vorig jaar 400 miljard dollar. In Zuid-Korea wonen 44 miljoen mensen, in Noord-Korea 23 miljoen.

Chun, de uitbater van restaurant Ping Rang (Chinees voor Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea) is een van de weiningen die handel drijven met Noordkoreanen. Hij verkoopt alles wat los en vast zit en mag nog regelmatig het land binnen. Chun (60) behoort tot de Koreaanse minderheid, die in het noordoosten van China bijna twee miljoen zielen telt. 'De handel met Noord-Korea loopt voor mij uitstekend. Er zijn veel partijmensen die nog genoeg middelen hebben. We behalen winstpercentages van 100 of meer.' Bij gebrek aan buitenlandse valuta komt ruilhandel veel voor, of de waar wordt betaald in baar goud, zegt Chun. De winst schenkt hij grotendeels aan zijn familieleden in Noord-Korea.

Volgens Chun is er nog geen sprake van hongersnood in Noord-Korea, 'maar ze hebben wel heel erg weinig'. Twee vrouwen die Chinese toeristen naar de bootjes moeten lokken weten van hun familie in Noord-Korea de grootte van de rantsoenen. Gewone burgers ontvangen per dag 3 liang rijst (150 gram); zij die arbeid verrichten, krijgen het dubbele en militairen krijgen nog iets meer. Ma Yong Cheng denkt dat het huidige Noord-Korea het zo nog een jaar kan volhouden. 'Ze moeten hun deuren openen, zoals China heeft gedaan, anders gaat het land eraan.'

Opmerkelijk in de Chinese noordoostelijke provincies, het vroegere Mantsjoerije, grenzend aan noord-Korea, is het grote aantal bezoekers uit Zuid-Korea, met name zakenlieden. Ze voelen zich er thuis, door de aanwezigheid van de etnische Koreanen. Ooit, duizend jaar geleden was Mantsjoerije Koreaans; de etnische Koreaanse minderheid vindt haar oorsprong aan het begin van deze eeuw, toen Korea langdurig was bezet door Japan en Mantsjoerije een Japanse vazalstaat was. Veel Koreanen beproefden toen hun geluk in noordelijker regionen en bleven daar. Een gevoel van irredentisme is de Koreanen niet vreemd; zoals de nationalistische gevoelens in Noord- en Zuid-Korea sterk zijn en een hereniging onvermijdelijk ten gevolg zal hebben, zo denken de Koreanen ook graag aan een groter Korea. 'Gemakshalve' tellen te Koreanen, zowel in Noord als Zuid, altijd de Koreanen in het buitenland mee en komen zo op 70 miljoen (44 in het Zuiden, 23 in het Noorden, 3 buiten 'Korea').

Het lijntoestel van Seoul naar Shenyang, een uitgestrekte Chinese stad van 6 miljoen inwoners in de provincie Liaoning, is tot de laatste honderdvijftigste stoel bezet, met vrijwel uitsluitend Zuidkoreanen en dat is elke dag het geval. Drieeneenhalf jaar geleden hadden Peking en Seoul diplomatieke betrekkingen noch luchtverbindingen, nu overspoelen de Zuidkoreanen China.

D.H. Yoon reist eerste klas met China Northern Airlines naar Shenyang. De Zuidkoreaanse zakenman geeft hoog op over zijn zaken: hij heeft kledingfabrieken in de stad, koopt garen in de provincie en exporteert vervolgens zijn produkten naar diverse derde landen. Yoon komt ook in Shenyang omdat het een van de weinige plaatsen is waar Zuidkoreanen en Noordkoreanen elkaar vrijelijk kunnen ontmoeten. De twee Korea's zijn al sinds 1953 niet meer 'on speaking terms' en door het zelfgekozen isolement zijn burgers uit Noord-Korea buiten het eigen land vrijwel niet te vinden. Wel in Shenyang, waar een klein aantal van hen het restaurant Ko Gu Ryo mag drijven.

Yoon is er vaste klant. Vanavond gaan we Koreaans fonduen: veel vlees, knoflook en sesamolie, weggespoeld met kruidige rijstwijn. De serveersters hebben een speldje van Kim Il Shung op hun roze mohair- truien gespeld. 'Ik praat hier nooit over politiek', zegt Yoon, 'dat heb ik een keer gedaan en ze sloegen meteen dicht. Ze staan geen enkele kritiek op hun politieke systeem toe.' Yoon zegt dat zich onder het personeel en de Noordkoreaanse bezoekers veel geheim agenten bevinden, die de etnische Koreanen en de Zuidkoreanen in de gaten houden. Opeens breekt in het restaurant een woeste vechtpartij uit tussen Noordkoreanen en Chinezen. Het bloed spat in het rond. Een uur lang timmeren de twee partijen er stevig op los. Maar Yoon kijkt niet op of om en fonduet rustig verder. 'Ik kom uit Zuid-Korea, wij zijn gehard in het leger. Jij hebt vast een dubbele laag kleren aan, ik niet, kijk maar', zegt Yoon. Buiten vriest het twintig graden.

    • Lolke van der Heide