Morgen kan groep 8 weer rustig slapen

Zeven van de tien basisscholieren in groep acht maken deze week de CITO-toets. Samen met het advies van het schoolhoofd speelt de uitslag een belangrijke rol bij de keuze voor de middelbare school.

OUDERKERK, 7 FEBR. “Vandaag is het zover. Hopelijk hebben jullie een beetje geslapen.” In een bovenlokaal op de Jan Hekman basisschool probeert leerkracht Gerke Rienks (31) de opwinding onder zijn 28 leerlingen uit groep acht te temperen. “Ik moet zeggen dat ik ook zenuwachtig ben”, geeft hij toe. “Maar maak je niet druk, anders lukt het niet.”

Gisteren begonnen naar schatting 114.000 scholieren in de hoogste groep van de basisschool aan de driedaagse eindtoets van het CITO, het instituut voor toetsontwikkeling. Samen met het advies van het schoolhoofd speelt de uitslag een belangrijke rol bij de keuze voor het type middelbare school. De toets bestaat uit vier onderdelen: taal, rekenen, informatieverwerking en wereldoriëntatie, elk met zestig meerkeuzevragen. Informatieverwerking bevat een scala van teksten, tabellen, en grafieken om te zien of een leerling zijn weg weet te vinden in postcodeboek, atlas en encyclopedie. Wereldoriëntatie is een potpourri van aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, staatsinrichting en geestelijke stromingen. Dat onderdeel is vorig jaar voor het eerst in de CITO-toets opgenomen en kunnen scholen facultatief afnemen.

Op de basisschool in Ouderkerk aan den Amstel liggen potlood, gum en kladpapier klaar. Na een korte instructie - streep duidelijk aan, je kan maar één antwoord kiezen en werk niet te snel - laat Rienks de opgaven naar achteren doorgeven. Dan wordt het stil in het lokaal. Niemand kijkt meer het raam uit, naar de besneeuwde zerken van de Portugees-Israëlitische begraafplaats.

Na ruim drie uur is de toets afgelopen. Tommy Dekkers (11) leest een Donald Duck-strip. “Gisteren ben ik om half negen gaan slapen”, zegt hij, “maar om tien uur sliep ik nog niet. Misschien heb ik het goed gemaakt, maar ik weet het niet zeker.”

De CITO-toets is niet verplicht. Dit jaar doen 5.260 van de 7.400 basisscholen mee, twee procent meer dan vorig jaar. In Amsterdam doen bijna alle scholen mee. Vorig jaar sloten de basisscholen een convenant met de gemeente waarin zij zich verplichten tot het afnemen van een toets, het liefst die van het CITO. Nemen ze geen toets af, dan lopen ze het risico subsidie van de gemeente te verspelen.

De uitslag van de toets volgt eind februari, begin maart. Dan krijgen de scholen van het CITO twee rapporten toegestuurd. Een schoolrapport, dat rekening houdt met de achtergrond van de leerlingen zodat een vergelijking van prestaties op soortgelijke scholen mogelijk wordt - van kinderen die nog maar net in Nederland zijn kan bijvoorbeeld niet verwacht worden dat ze het evengoed doen als kinderen die in Nederland zijn geboren.

Belangrijker nog is het leerlingrapport dat het CITO opstelt. Dat rapport laat zien hoe de individuele leerling heeft gescoord. Leerlingen krijgen een 'percentielscore' en een 'standaardscore'. Heeft een leerling een percentielscore van 56, dan heeft 44 procent van zijn groepsgenoten de opgaven beter gemaakt. De standaardscore vertelt iets over de schoolkeuze voor het vervolgonderwijs: 526 staat voor voorbereidend beroepsonderwijs, 532 voor Mavo, 539 voor Havo en 546 voor VWO. In 1993 lag het gemiddelde op 535. Van de leerlingen scoorde toen 15 procent onder de 525, en 15 procent boven de 545.

Rienks heeft het oordeel over zijn leerlingen al klaar. Op zijn leerlingenlijst staat achter iedere naam al een CITO-score in zwart en in rood het schooladvies. Maar de uitslag van de CITO-toets is er toch nog niet? “Als oefening hebben we de toets van vorig jaar gemaakt”, zegt Rienks, “en ik verwacht met deze toets geen afwijkingen.”

Sommige basisscholen zijn wars van CITO-toetsen, zoals de Hobbedob in Weesp. “Het CITO toetst schoolvorderingen alleen cognitief en dan nog in een te laat stadium. Wij toetsen de kinderen in groep zeven, zodat je er nog wat aan kunt doen”, zegt directeur J. Korevaar. Behalve kennis wordt daarin ook leerhouding getoetst, in meerkeuzevorm. Korevaar wijst op het gevaar van 'trainbaarheid': “Oude toetsen worden gebruikt om leerlingen te trainen. Dat moet je voorkomen.” Hij is voorstander van een systeem waarbij kinderen vanaf groep drie elk jaar twee keer worden getoetst, op kennis en ook leerhouding. “Dat is een continu proces en maakt de CITO-toets overbodig.”

Evenals in Weesp heeft de Onderwijsbegeleidingsdienst van Zoetermeer een alternatieve toets ontwikkeld. De toets bestaat ook uit meerkeuzevragen, maar test behalve kennis ook motivatie, concentratie, sociale vaardigheden en het 'zelfbeeld' van een leerling. Basisschool de Piramide in Zoetermeer maakt er gebruik van. “Je krijgt een breder beeld van de leerling. Wij zijn blij dat we dat zo doen”, zegt directeur W. in 't Veld.

De Amsterdamse hoogleraar onderwijskunde, J. Dronkers vindt de CITO-toets “een goede voorspeller en analytisch gesproken een mooi systeem. Alternatieven? Natuurlijk kun je andere toetsen verzinnen. Links- of rechtsgedraaid, het blijft yoghurt”, zegt Dronkers. “Cognitieve aspecten staan nu eenmaal centraal in de onderwijsloopbaan, daar wordt men op afgerekend.”

Wat CITO-percentielen ook mogen voorspellen, waarschijnlijk niet de loopbaan van Tommy Dekkers. Ongeacht de uitslag, werkt hij over vijf jaar op Schiphol. Niet als piloot, want “ik heb hoogtevrees”, maar als heftruckchauffeur. “Zoals mijn broer van zestien”, zegt Tommy. “Die laat per ongeluk dozen met flippo's kapot vallen en komt met stapels thuis. Dat werk wil ik ook wel doen.”