Moordlustig pact tegen de bourgeoisie

La cérémonie. Regie: Claude Chabrol. Met: Sandrine Bonnaire, Isabelle Huppert, Jacqueline Bisset, Jean-Pierre Cassel. In: Amsterdam, Alfa 2 en Desmet; Den Haag, Tuschinski 5; Eindhoven, Plaza Futura; Nijmegen, Cinemariënburg.

Ogenschijnlijk is regisseur Claude Chabrol (Parijs, 1930) met La cérémonie, zijn achtenveertigste lange speelfilm sinds 1958, terugbeland bij thema, vorm en intensiteit van de cyclus die hij in de periode 1969-73 wijdde aan de kilte van de altoos dinerende provinciale bourgeoisie en hun misdadige bloeddorst. Ook het citaat op de televisie uit de deze serie afsluitende film Les noces rouges wijst op Chabrols thuiskomst.

Toch klopt het niet helemaal. Niet alleen komt de moordlust dit keer van de kant van het proletariaat en zijn de gegoede burgers het slachtoffer, Chabrol besteedt relatief veel aandacht aan de onbewogenheid en schijnbare berusting van zijn beide heldinnen, een dienstmeisje (Sandrine Bonnaire) en een postbeambte (Isabelle Huppert). De personages werden gecreëerd door de Britse schrijfster Ruth Rendell in een roman uit 1963 (A Judgment in Stone of The Illiterate), maar lijken ook geïnspireerd door De meiden van Jean Genet, onlangs nog opnieuw verfilmd als Sister My Sister: twee zusjes die uit incestueuze liefde voor elkaar hun bazen op spectaculaire wijze uit hun benepen lijden verlossen. Huppert speelt voor de vierde keer de hoofdrol van moordenares in een Chabrolfilm: van haar ouders in Violette Nozière (1978), de engeltjesmaakster in Une affaire de femmes (1988) en Madame Bovary (1991).

Dat we Chabrol bijna vergeten waren, blijkt vooral aan de geringe export van zijn recente films te liggen; hij vormt al geruime tijd een hecht team met producent Marin Karmitz, cameraman Bernard Zitzermann en componist Matthieu Chabrol, dat elk jaar wel een film aflevert.

In La cérémonie (de titel verwijst naar het argot voor de uitvoering van een doodvonnis) arriveert een stug en bescheiden, maar wat betreft huishoudelijke vaardigheden aan de hoogste eisen voldoende nieuwe huishoudster (Bonnaire) in een afgelegen villa te Bretagne bij haar nieuwe werkgevers (Jacqueline Bisset en Jean-Pierre Cassel). Die zijn afgemeten vriendelijk, maar dat verandert wanneer de nieuwe employée vriendschap sluit met dat mens van het postkantoor (Huppert), een wegens haar insubordinatie ternauwernood getolereerd factotum, dat bovendien volgens de roddel haar kind zou hebben vermoord.

De psychologische finesse van de verschillende acteurs is groter dan die van het scenario, dat slecht motiveert waar en waarom de stoppen doorslaan bij het geminachte duo. Ook de scène waarin de kijker het analfabetisme van Bonnaire ontdekt is beter geacteerd dan geschreven: waarom zou ze bij elke letter - vergeefs - haar toevlucht moeten zoeken bij lettergebaren, alsof ze die wel geleerd zou kunnen hebben?

Heel goed is de rol die Chabrol aan de televisie toeschrijft: een onkieskeurige trooster voor Bonnaire, een bron van lering en vermaak voor Huppert, een neutraal behang voor het bourgeoisgezin en een middel tot statusverhoging voor de heer des huizes (Cassel). Zoals Bourdieu de cultuur beschreef als aanleiding tot het profileren van standsverschillen, zo trekt Cassel een smoking aan wanneer Don Giovanni uitgezonden wordt. Het hele gezin leeft mee en merkt niet dat in het bovenkamertje van de meid de geweren geladen worden.

Die gewelddadige ontknoping van La cérémonie wordt weliswaar zorgvuldig en subtiel aangekondigd door de hele film heen, maar komt toch nog als een onberedeneerde en onbegrepen verrassing. In de terloopse feitelijkheid van de dood herinnert Chabrol aan moderne filmauteurs als Michael Haneke en Quentin Tarantino. De snelst werkende, produktiefste en meest ambachtelijke vertegenwoordiger van de voormalige 'nouvelle vague' blijkt nog steeds een meesterlijk vakman, met wiens donkere visie op de mens, vooral de Homo gallicus provincialis, je het liever niet eens zou willen zijn.

    • Hans Beerekamp