Met opbrengst toerrit knapt ijsclub kantine op

Overal in het land rijden duizenden schaatsers hun toertochten. De ijsclubs varen er wel bij.

WOERDEN, 7 FEBR. Wie in Woerden aan de Westveense Poldertocht wil beginnen, moet zich melden bij een container aan de Jachthaven waar de oranje-witte vlag van de schaatsbond stevig wappert. Gisteren klokslag twaalf uur hadden al ongeveer 250 toerrijders een stempelkaart gekocht bij B. van Leeuwen, de lokettist. Buiten is het ijskoud, binnen worden Van Leeuwen en zijn collega mevrouw E. Bos verwarmd door een fel brandend kacheltje. In een doos op de grond liggen de glimmende medailles te wachten op nieuwe eigenaren, die twintig, vijfendertig of zeventig kilometer zullen afleggen.

De organiserende ijsclubs, 'Ons Genoegen', 'Juliana' en 'Hou Streek', zijn in alle opzichten vriendelijk voor hun klanten, óók financieel gezien. Van de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond (KNSB) mogen ze de deelnemers - die ook op twee andere plaatsen kunnen starten - maximaal 7,50 gulden in rekening brengen, maar ze laten het bij zes piek. Toch tikken de inkomsten uit inschrijvingen aan, zeker als men bedenkt dat de Poldertocht in deze vorstperiode al voor de zevende maal wordt verreden en er de eerste drie keer telkens zo'n duizend liefhebbers kwamen opdagen. Zijn deze drie en tal van andere ijsverenigingen in den lande bezig hun zakken te vullen?

“We houden er echt niet zo héél veel aan over”, zegt Bos, maar het bestuurslid van 'Juliana' laat daar meteen op volgen dat Koning Winter de clubkas aardig heeft gespekt. “We hebben een nieuwe borstel met trekker kunnen kopen en een moderne schuif. Bovendien kan het clubgebouw nu een onderhoudsbeurt krijgen. Van de andere kant hebben we een hoge stroomrekening en moeten we geld afdragen aan de KNSB.” “Nee, de clubs worden niet rijk”, weet A. Steltenpool, algemeen coördinator toertochten van het district Noord-Holland/Utrecht van de schaatsbond. Tienduizend deelnemers betekenen niet dat er zo maar even 75.000 gulden binnenrolt, vult hij aan. “Kinderen betalen natuurlijk niet de volle prijs.”

In een langzaam tempo rekent de schaatsofficial uit Zwaag, ook voorzitter van de Gewestelijke Technische Commissie, voor dat de clubs “ook behoorlijke kosten” hebben als ze een toertocht op touw zetten.

“Per dag betalen ze sowieso vijftig gulden aan de bond, die dat bedrag besteedt aan de jongste jeugd. Zijn er meer dan vijfhonderd deelnemers, dan is die som drie keer zo hoog. De verenigingen moeten voorts medailles (een daalder per stuk, red.) aanschaffen en die meestal ook nog per post versturen - het is immers leuker als de datum erin staat gegraveerd.”

Pagina 2: Toerrit heeft alleen worstmaker als sponsor nodig

Verder bedanken de clubs alle gratis helpers van de EHBO met een presentje. Steltenpool: “In mijn district zijn ze ook nog eens verplicht een kwartje per deelnemer af te dragen voor de arme verenigingen, die geen water hebben voor een toertocht. Inderdaad, er is veel solidariteit.”

De organisatie van de Westveense Poldertocht beaamt dat. “En ons soort schaatsliefhebbers is niets te veel”, meent Bos. Lokettist Van Leeuwen heeft een agrarisch bedrijf, waar hij naar zijn zeggen thans “alleen 's ochtends voor dag en dauw en 's avonds” aan het werk is. “Mijn man schilt deze dagen thuis de aardappelen en de groente”, voegt Bos daar giechelend aan toe. Haar familie heeft een speciale band met het ijs: pa was ook al lid van een ijsclub. “Het gaat inderdaad van vader op zoon, vandaar dat de organisatie van een toertocht doorgaans ook in een recordtijd klaar is”, weet Steltenpool. “De meeste van die mensen lopen al jaren mee. Er is ongelooflijk veel know how bij de clubs, die gewoonlijk al tussen de 75 en honderd jaar oud zijn. Het zijn geoliede machines, geleid door overijverige lieden en dat geeft bij hen thuis wel eens een conflict. Ik kan me voorstellen dat moeder de vrouw niet altijd blij is. Ze zou wel eens willen dat het warm water ging regenen.”Steltenpool weet dat zich ook nieuwe organisatoren van tochten aandienen, die de nodige ervaring missen. “Voor hen geldt dat ze zich altijd eerst bij de coördinator van de bond moeten melden voor toestemming en informatie”, vertelt hij. “We willen de namen van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van de ijsclub, die we in het geval van calamiteiten kunnen aanspreken. Maar we bieden die initiatiefnemers ook hulp. Ze krijgen van ons een draaiboek, waarin staat beschreven hoe dik het ijs moet zijn, wat te doen bij wakken, welk contact ze moeten onderhouden met de ambulancedienst en de politie. En ze ontvangen tal van andere voorschriften en adviezen.”

Alle ijsclubs die tochten op touw zetten - in Nederland zijn er deze winter al 190 verreden - krijgen de stempelkaarten cadeau van de KNSB. Of liever van een worstfabrikant, wiens naam op de biljetten staat geschreven. Lokettist Van Leeuwen toont er een in zijn Woerdense container. Het is de enige vorm van sponsoring binnen de grote kermis der toerritten, die zich gemakkelijk zèlf kan bedruipen. Hollanders zijn nu eenmaal schaatsgek.

    • Guido de Vries