'Malta kan zich mentaliteit van eiland niet veroorloven'

BRUSSEL, 7 FEBR. De echte voorstanders van een eengemaakt Europa lijken zich tegenwoordig niet binnen, maar juist buiten de Europese Unie te bevinden.

Neem nu professor Guido de Marco, vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken van de republiek Malta, een eiland in de Middellandse Zee ten zuiden van Sicilië met 370.000 inwoners (25.000 minder dan Luxemburg). De Marco is er vast van overtuigd dat zijn land over drie jaar als zestiende (en tevens kleinste) lidstaat zal toetreden tot de EU.

De toenemende verwarring en verdeeldheid binnen de EU, naarmate de Economische en Monetaire Unie (EMU) dichterbij komt, schrikt hem niet af. Door alleen maar de problemen te onderstrepen verliest men gemakkelijk de werkelijke politieke betekenis van de Europese samenwerking uit het oog, doceert hij. “Men vergeet wel eens waar Europa vandaan komt”, zegt hij. En: “Hoe fragmentarischer Europa wordt, hoe kwetsbaarder het zal zijn”.

Vice-premier De Marco was gisteren in Brussel voor onder andere werkbezoeken aan de Europese Commissie, en bij die gelegenheid onderstreepte hij nogmaals de Maltese ambitie om zo snel mogelijk opgenomen te worden in het huis van Europa. Volgens oude toezeggingen van de EU-regeringsleiders komen Malta en Cyprus in aanmerking voor het EU-lidmaatschap en zullen de toetredingsonderhandelingen beginnen een half jaar na afloop van de komende intergouvernementele conferentie over de toekomst van de EU. Dat komt er “logischerwijze” op neer dat Malta per 1 januari 1999 zijn intrede zou kunnen maken, heeft De Marco berekend.

Of op die datum ook het door Grieks-Turkse tegenstellingen verscheurde Cyprus zal worden opgenomen, is nog maar de vraag. De EU voelt er weinig voor de Grieks-Turkse vete binnen de eigen grenzen te importeren. De Marco zegt dat Malta “solidair” is met Cyprus, dat al twintig jaar te lijden heeft van een (Turkse) bezetting. Daarvoor mag het niet nog eens worden gestraft door het eiland het EU-lidmaatschap te onthouden. Maar tegelijkertijd onderstreept De Marco dat de EU ook heeft afgesproken om elk toetredingsverzoek op zijn eigen merites te bekijken. Met andere woorden: Malta maakt zijn blijde intrede in de EU het liefst samen met Cyprus, maar als dat niet kan, treedt het alleen toe. “Natuurlijk bekommeren we ons om Cyprus, maar we willen niet de gijzelaar worden van de Cyprische kwestie”, aldus de vice-premier. “Sommigen in Europa beschouwen Malta en Cyprus als een soort Benelux, maar zo is het natuurlijk niet. Malta ligt net zover van Cyprus af als van Parijs”.

1 januari 1999 is ook de datum waarop, als de plannen doorgaan, de Economische en Monetaire Unie (EMU) begint. Volgens De Marco voldoet Malta nagenoeg aan alle criteria die gelden voor toetreding tot de kopgroep van de EMU. Alleen de inflatie van 3,6 procent is nog een probleem. In ieder geval beweegt Malta zich “in de goede richting”, zegt De Marco, daarmee zijn betoog kracht bijzettend dat Malta niet uit economische noodzaak maar vooral uit politieke overwegingen wil toetreden tot de EU. Binnen de Europese constellatie, met een komende uitbreiding van de EU in de richting van Midden- en Oost-Europa, kan Malta zich “geen eilandmentaliteit” veroorloven, aldus professor De Marco.