Lachbui geen teken van Heilige Geest

DOORN, 7 FEBR. De Broederschap van Pinkstergemeenten, de grootste vereniging van pinksterkerken in Nederland, heeft in een verklaring gewaarschuwd voor de nadelen van de zogeheten Toronto-beweging. Aanhangers van deze beweging vallen tijdens samenkomsten brullend van het lachen op de grond. De verondersteld heilzame werking van dit fenomeen wordt door de aanhangers toegeschreven aan de Heilige Geest.

“Wij stellen ons op het standpunt, dat waar buitengewone geestelijke ervaringen, als 'vallen', 'lachen' of 'schudden' en dergelijke, zich binnen een geestelijk gezonde context voordoen, dit vooral als een diepe menselijke reactie op het werken van Gods Geest moet worden aangemerkt en niet tot het niveau van de uitingen van de Geest mag worden verheven”, aldus de verklaring. “Met betrekking tot verschijnselen als het voortbrengen van dierlijke geluiden willen we erop wijzen, dat dit in de bijbel alleen in negatieve zin wordt genoemd.”

De Toronto-beweging ontstond een kleine drie jaar geleden in de Vineyard Church in de Canadese stad Toronto, waar het onder voorganger John Arnott in samenkomsten tot een plotselinge uitbarsting van onstuitbare lachbuien kwam. Sinsdien worden in de kerk massale bijeenkomsten gehouden. Ook veel buitenlanders bezoeken de samenkomsten. Het fenomeen onbedaarlijk lachen was enkele jaren daarvoor geïntroduceerd door de Amerikaanse voorgangers John Wimber en Rodney Howard Browne. De laatste bracht vorig jaar een bezoek aan Nederland. Over de hele wereld zijn er ongeveer veertig miljoen aanhangers van de Toronto-zegen, dat wil zeggen ongeveer tien procent van het totaal aantal gelovigen in de pinksterbeweging, aldus een schatting van ds. A. Krol, directeur van de werkgroep gemeentegroei die kerken van verschillende signatuur helpt met het opbouwen van het kerkenwerk.

Het fenomeen van de Toronto-zegen is de laatste anderhalf jaar naar Nederland overgewaaid en heeft binnen de Nederlandse pinksterkerken onrust veroorzaakt. De discussie binnen de toch al op uiterlijk waarneembare effecten van de werking van de Heilige Geest gerichte pinksterkerken draait vooral om de vraag of het voorkomen van lachbuien wel of niet iets zegt over de mate van inspiratie van een gemeente. Voorgangers staan onder druk van hun gemeenteleden om er ook aan mee te doen.

De verklaring van de Broederschap, die zestig kerken verenigt en ongeveer 25.000 gelovigen telt, moet de gemoederen binnen de pinksterbeweging tot bedaren brengen. Volgens de verklaring gaat het niet aan om de kwaliteit van het geestelijk leven van iemand af te meten aan het al dan niet hebben van een bepaalde geestelijke ervaring. Dit geldt volgens de verklaring voor het spreken in tongen, het profeteren en visioenen, maar zeker ook voor ervaringen die behoren tot “de periferie van het bijbelse getuigenis, of buiten-bijbelse geestelijke ervaringen”. Ook betekent het persoonlijk ontvangen van een zegen van de Heilige Geest niet dat een hele beweging goed moet zijn. “De persoonlijke ervaring als toetsingscriterium is onzes inziens onvoldoende.”

De Broederschap verklaart met nadruk zich te hebben gewacht om een uitspraak te doen over de legitimiteit van de Toronto-beweging als geheel. De Broederschap wil zich beperken tot het waarschuwen tegen excessen of generalisaties. “Uitwassen, zoals het moedwillig bespelen van het publiek, het bewust stimuleren van massapsychologische effecten, het verwarren van de hoofdzaken van het geloof (zoals toewijding aan de Heer) met bijzaken (zoals het najagen van geestelijke ervaringen, omwille van het ervaren zelf), achten wij verwerpelijk. Hierin kunnen onzuivere motieven meespelen en mogelijk een stuk misleiding”, aldus de verklaring.