Japan wil geen compensatie betalen aan 'seksslavinnen'

TOKIO, 7 FEBR. De Japanse regering betaalt geen compensatie aan de zogeheten seksslavinnen, vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gedwongen in bordelen van het Japanse leger te werken. Dat is de officiële reactie van Tokio op een gisteren openbaar gemaakt rapport van een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties, dat de Japanse regering adviseert compensatie te betalen en de verantwoordelijken voor de wandaden alsnog te straffen. De commissie zal het rapport volgende maand aan de Commissie voor de mensenrechten van de VN aanbieden.

Premier Ryutaro Hashimoto zei gisteren dat de Japanse regering de conclusies van het rapport op juridische gronden zal aanvechten. Volgens de Japanse regering is met het vredesverdrag van San Francisco uit 1952 en de diverse bilaterale overeenkomsten over herstelbetalingen met Aziatische landen de compensatie voor oorlogsslachtoffers voldoende geregeld.

De voorzitster van de VN-onderzoekscommissie, Radhika Coomaraswamy uit Sri Lanka, zegt echter dat in geen van deze verdragen schendingen van de mensenrechten aan de orde komen. Japan “blijft juridisch verantwoordelijk”, aldus Coomaraswamy. Het VN-rapport adviseert daarom landen als Zuid- en Noord-Korea, waar de meeste slachtoffers wonen, om de zaak voor te leggen aan het Internationale Gerechtshof in Den Haag.

Volgens Coomaraswamy “voerde het Japanse leger met medeweten van zijn leiders een systematisch en dwangmatig systeem van seksuele slavernij door”. Japan moet alle documenten over deze kwestie openbaar maken en zelf een tribunaal instellen om de verantwoordelijken te straffen, aldus Coomaraswamy.

    • Hans van der Lugt