Irak en VN praten weer over 'olie voor voedsel'

NEW YORK / BAGDAD, 7 FEBR. Irak en de Verenigde Naties zijn gisteren in New York onderhandelingen begonnen over een mogelijke verkoop van een beperkte hoeveelheid olie door Bagdad voor met name voedsel en medicijnen.

Zo'n olieleverantie, voor maximaal 1 miljard dollar per drie maanden, heeft de Veiligheidsraad van de VN mogelijk gemaakt in resolutie 986 van april 1995. Doel is met name de groeiende nood onder de Iraakse bevolking te lenigen als gevolg van het volledige handelsembargo dat de Veiligheidsraad tegen Irak heeft afgekondigd na de Iraakse bezetting van Koeweit in augustus 1990. Een eerdere dergelijke resolutie is nooit uitgevoerd, omdat Irak de voorkeur gaf aan opheffing van het hele embargo en de begeleidende voorwaarden afwees als inbreuk op zijn soevereiniteit. In Irak wordt ditmaal van officiële zijde een groot optimisme aan de dag gelegd.

De Iraakse delegatieleider, de Iraakse UNESCO-ambassadeur Abdul Amir al-Anbari, die ook in 1992 met de VN over dit onderwerp onderhandelde, zei gisteren dat deze onderhandelingsronde waarschijnlijk zeven tot tien dagen zal duren. Anbari kan echter geen politieke beslissingen nemen; dat gebeurt op het hoogste niveau in Bagdad.

Anbari zei gisteren na afloop van de eerste gesprekken met de VN-delegatie geen probleem te hebben met een bepaling in resolutie 986 dat het grootste deel van de Iraakse olie moet worden uitgevoerd via de pijpleiding door Noord-Irak naar Turkije. Dit was een van de bepalingen waarop de eerdere onderhandelingen afsprongen. De rest van de olie mag dan worden geëxporteerd via de Iraakse Golfhaven Mina al-Bakr. Ook de bepaling dat 30 procent van de opbrengst in een VN-fonds voor herstelbetalingen aan Koeweit moet worden gestort is volgens Anbari “geen probleem”. “Onze bevolking heeft voedsel en medicijnen nodig. De situatie is bijna zeer kritiek”, zei hij.

“Ik zou willen onderstrepen dat als wij - het (VN-)secretariaat en de Iraakse delegatie - met rust worden gelaten, zonder druk of inmenging van andere partijen, we, geloof ik, in staat zijn een werkbare oplossing te vinden”, aldus Anbari. Hij doelde daarmee duidelijk op de Verenigde Staten, die bij herhaling hebben onderstreept dat de huidige onderhandelingen alleen de uitvoering van resolutie 986 mogen betreffen en dat geen sprake kan zijn van aanpassing van de bepalingen.

Een woordvoerder van de Amerikaanse VN-missie onderstreepte dat gisteren nog. Maar “als Irak serieus is - en dat is een groot 'als' - steunen de VS tenuitvoerlegging van de resolutie”, zei hij. Hij voegde eraan toe dat als Irak de bepalingen dan correct uitvoert, de olieleveringen in principe voor onbepaalde tijd kunnen voortduren. Tegen de huidige prijzen zou de hervatte Iraakse export neerkomen op 700.000 vaten per dag, tegen ruim drie miljoen voor de jongste Golfoorlog. Andere olie-exporteurs, met name Saoedi-Arabië, volgen de onderhandelingen gespannen, wegens de mogelijke gevolgen voor de olieprijs. (Reuter, AFP, AP)