Grundig deel Duits 'Wirtschaftswunder'

BONN, 7 FEBR. Bijna alle Westduitsers boven de 40 weten wat een Heinzelmann was. Dat was namelijk in de eerste tien jaar na de oorlog de radio die Max Grundig had ontworpen en die onverbiddelijk op weg ging naar alle huiskamers van het land dat toen nog slechts van een Wirtschaftswunder kon dromen.

Naar hedendaagse maatstaven was het met zijn lelijke lichtbruine houten kast een plomp ding, maar het had één bijzondere kwaliteit: het was een buisloze radio die daardoor als enige niet getroffen werd door een verkoopverbod van de Geallieerden. Door dat verbod met een technisch meesterstukje te omzeilen wist Grundig tientallen miljoenen radio's te verkopen. Hij was hun overwinnaars-curatele ontglipt, dat telde vast óók.

In 1948 stopte hij er ook nog wereldontvangst in en al in 1950 kwam daar nog korte golf (UKW) bij. En druktoetsen en een klankregelaar, ongehoord voor die tijd. Zo legde de in 1908 geboren self made man Grundig de basis voor een radiobedrijf dat als Volkswagen model stond voor de latere, snelle opgang van de Westduitse economie.

Duitsers kennen weliswaar geen 'oranjegevoel', maar wat Nederlanders voelen als het slecht gaat met DAF, Fokker of de KLM, voelen veel Duitsers enigszins als het slecht gaat met een bedrijf als Grundig. En als het, zoals nu, echt heel slecht gaat, en als - zoals deze week - van Philips afkomstige topmensen de gevolgen daarvan met een vrij hoorbare Nederlandse tongval in het Duitse televisiejournaal bekendmaken, geldt dat nog sterker.

Dat Philips, door zich met ingang van 1997 niet meer beschikbaar te stellen voor verliescompensatie bij zijn Duitse dochter Grundig, als het ware wraak neemt voor Dasa's recente afscheid van Fokker, was maar een grapje van een Duitse tv-commentator. Maar het is de vraag of alle kijkers dat ook als grap hebben verstaan. Holland-Duitsland, maar dan dit keer zéker weer met een oranje balletje aan de auto-antenne? Het is maar goed dat Duitsers in hun veel grotere land in het algemeen milder (kunnen) denken over zulke interlands dan Nederlanders.

Max Grundig is in 1989 overleden, vijf jaar nadat de leiding van zijn bedrijf naar de multinational geworden schepping van Anton Philips was overgegaan. Wat de gloeilamp ooit in Eindhoven voor 'meneer Anton' was, was de radio voor de technisch geniale maar als ondernemer bezeten-starre en autocratische Grundig, de miljardair die tot 1984 de teugels van zijn bedrijf in eigen hand hield, altijd intern problemen had met jongere managers en bijna altijd op voet van oorlog met de vakbeweging (de machtige IG Metall) leefde.

Toen hij in 1984 ten slotte met Philips in zee ging, na mislukte pogingen om zich bij AEG-dochter Telefunken in te kopen of zijn bedrijf te 'europeaniseren' door fusie met het Franse staatsbedrijf Thomson, bedong Max Grundig tot het jaar 2004 een vast jaarlijks bedrag van niet minder dan 50 miljoen mark voor zijn familie. Door deze jaarlijkse transfers uit Eindhoven mag de derde mevrouw Grundig, de uit de Elzas afkomstige jongedame Chantal Rubert, met wie de destijds 73-jarige Max in 1981 trouwde, een wel zeer welgestelde vrouw heten, en is ze dus ook een vanzelfsprekende regelmatige prooi voor de Bildzeitung.

Max Grundig had als autodidact al voor de oorlog een fantastische carrière gemaakt. Hij was twaalf jaar toen zijn vader, een magazijnbediende, in 1920 overleed. Zijn moeder moest de kost voor haar vijf kinderen verdienen in een Neurenbergse machinefabriek. Zoon Max werd op zijn veertiende leerling bij een plaatselijk elektrotechnisch bedrijf, waar hij als 19-jarige al leider van een filiaal werd, terwijl hij thuis als een razende radio's en experimentele tv-apparatuur maakte. In 1930, 22 jaar oud, richtte hij in Fürth zijn eerste radiobedrijf op, waarmee hij een paar jaar later al een omzet van een miljoen (rijks)mark haalde. In de oorlog maakte hij radio-apparatuur voor de Wehrmacht, najaar 1945 begon hij weer bij 'af'. Mede dankzij die eerdergenoemde Heinzelmann werd hij vervolgens binnen een paar jaar Europa's grootste radio-bouwer. Dicteer-apparatuur, schrijfmachines (Adler en Triumph bijvoorbeeld) en cassettebandjes zorgden voor verder succes, ook internationaal. In de vroege jaren tachtig noemde de toenmalige SPD-kanselier Helmut Schmidt hem “een schatrijk monument als particulier ondernemer”. Grundig was toen wereldleider als radioproducent, met een eigen financieringsmaatschappij en in 23 landen 40.000 mensen in dienst. Dat hield geen stand, en kon ook geen stand houden. Niet alleen raakte Grundigs thuismarkt qua radio- en tv-apparatuur verzadigd, bovendien werden Japanse en andere concurrenten op de wereldmarkt goedkoper en technisch interessanter. Een kortstondige opleving in 1990/'91, toen na de Duitse eenwording de “inhaalvraag” in Oost-Duitsland weer even voor zwarte cijfers zorgde, kon niet verhelpen dat Grundig een kwetsbaar kind werd in de Philips-familie. Dat is nog steeds zo. Meer nog: de Nederlandse moeder heeft zich met ingang van 1997 zozeer vrijgemaakt van haar Duitse dochter dat een definitief afscheid op termijn waarschijnlijk lijkt.

Charité bien ordonnée, commence pas soi-même, zegt men daarover in Eindhoven, denkend aan de aandeelhouders, net als elders in Europa. De oude heer Grundig zou daarvoor vermoedelijk wel begrip hebben gehad. Zijn bedrijf staat intussen wéér model voor de toestand van de Duitse economie. Wat wil zeggen: vandaag is het moeilijk en gisteren kan niet meer.