Grafiek

Automobilisten lopen in Nederland slechts een klein risico om met een lege brandstoftank langs de snelweg te stranden.

Gemiddeld elke twintig kilometer staat er een tankstation. Dat is vaker dan in welk land dan ook. Alleen in België komt het aantal kilometers snelweg tussen twee benzinepompen in de buurt van dat in Nederland.

In Oostenrijk zijn de tankstations ongelijk verdeeld: in dichtbevolkte gebieden is er elke twintig kilometer een pomp, elders duurt het tachtig kilometer voor er weer een gelegenheid is. Gemiddeld is er in Oostenrijk elke veertig kilometer een pomp. De verdeling in de Verenigde Staten, waar de gemiddelde afstand eveneens veertig kilometer is, is minder extreem. De afstanden in de VS liggen tussen de dertig en vijftig kilometer.

Wie met een volle tank van vijftig liter met negentig kilometer per uur onafgebroken over de snelweg rijdt, komt in Nederland 35 benzinestations tegen en in Denemarken, Duitsland en Groot-Brittannië veertien (verbruik: één liter per veertien kilometer). Wie precies tussen twee pompen met een lege tank zou komen te staan, zou in Nederland 0,7 liter benzine tekortkomen. In Duitsland zou er nog 1,8 liter nodig zijn.