Een Streetcar met pit in De Toneelfabriek

Toneelgroep Amsterdam in De Toneelfabriek. Voorstellingen: Vriend of vijand, naar David Grossman; regie: Gijs de Lange; vormgeving: Paul Gallis; spel: Pierre Bokma en Hein van der Heijden.

Streetcar, naar Tennessee Williams; regie: Titus Muizelaar; spel: Malou Gorter, Ruben Lürsen, ea. Gezien: 6/2 Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam. T/m 17/2 aldaar; inl 020-5237800.

Even lijkt het alsof we in de jaren zeventig zijn beland, de jaren van het vormingstheater, toen het publiek nog werd gedwongen met de acteurs mee te spelen. Publieksparticipatie heette dat, en bij aanvang van de voorstelling Vriend of vijand vallen de acteurs Pierre Bokma en Hein van der Heijden de zaal eveneens lastig: of er iemand bij hen wil komen zitten, vragen ze.

Warempel, een baardige man schuift onder applaus aan het tafeltje aan waar Bokma en Van der Heijden mineraalwater zitten te drinken. Een showmuziekje zet in en zonnig licht beschijnt een glazen windscherm met doorzicht op een rij cactussen en op een achterdoek van een ongrijpbare kleur blauw: de zee. En Bokma, zonnebril in het haar, blote voeten in afgetrapte schoenen, verandert op slag in de joodse restauranthouder Zjozjo Aboetboel, Van der Heijden in de Palestijnse advocaat Mohammed Kiwan en de man met de baard in een aandachtig luisterende David Grossman, de auteur van het boek Vriend of vijand.

Grossman, een joods-Israëlische schrijver, voert in dat boek opzienbarende gesprekken met joodse en Palestijnse landgenoten, en het door hem opgetekende debat tussen Zjozjo en Mohammed gaat tot over de pijngrens. Ook op het toneel, waar de ontmoeting die zo vrolijk begon al gauw omslaat in een woordenstrijd. 'Kun jij aanvaarden dat Israël MIJN land is?' vraagt Zjozjo dreigend aan Mohammed. 'Dat jij hier wel mag wonen, maar op mijn voorwaarden, onder mijn gezag, mijn wetten? En dat als ik bij jou wil wonen, het dan onder jouw wetten en jouw gezag en jouw voorwaarden zal zijn?' Maar Mohammed wil zich niet terugtrekken in een Palestijns reservaat op de Westoever; hij wil in Israël blijven, waar hij weliswaar gediscrimineerd wordt maar waar hij ook geboren is en getogen. En hij eist gelijkheid - waarmee hij het exclusieve joodse karakter van de staat Israël naar het vuilnisvat der geschiedenis verwijst.

Het probleem dat regisseur Gijs de Lange samen met de acteurs aan ons voorlegt reikt verder dan het joods-Palestijnse conflict op zich. Het gaat ook over de veel algemenere vraag hoeveel plaats een meerderheid moet maken voor een minderheid.

Is Vriend of vijand dan inderdaad vormingstheater? Een beetje wel, want de Israëlische Mohammed die ook een Hollandse Mohammed zou kunnen zijn schrééuwt met zijn schrijnende verhalen om verandering. Maar op dergelijke gedachten kom je pas na afloop: tijdens de voorstelling zelf kijk je alleen maar vol bewondering naar het gepassioneerde spel van vooral Pierre Bokma, die de kunst verstaat om met een enkel klopje op de handrug van de ander een patjepeeërig superioriteitsgevoel uit te stralen.

Twee voorstellingen-voor-op- één-avond heeft de toch al op hoge toeren draaiende 'Toneelfabriek' van TGA nu maar liefst geproduceerd; de tweede voorstelling, Streetcar, vindt plaats in een uithoek van het weidse theater dat Toneelgroep Amsterdam ter beschikking staat. Benauwd en behangen met armzalig pakpapier is de ruimte waarin de vier personages ageren: de woning waarin Tennessee Williams zijn drama situeert is immers ook sjofel. En alles lijkt nog sjofeler wanneer de aristocratische Blanche Dubois in die woning haar intrek neemt. Haar zusje Stella, getrouwd met de Poolse arbeider Stanley Kowalsky, voelt zich in haar volksbuurtje gelukkig. Maar Blanches verloederde leven is vastgelopen in een brij van fantasieën en leugens.

Hier, in de regie van Titus Muizelaar, niks geen poëzie, maar een keihard gevecht van allen tegen allen, een gevecht om te overleven, meer niet. Zonneklaar is dat deze Blanche haar dichterlijke imago uitsluitend cultiveert om de mannen van wie zij afhankelijk is om haar vingers te winden. Helaas ontmaskert Stanley haar leugens, zonder een greintje respect voor haar drang tot zelfbehoud die toch minstens even sterk is als de zijne. Alleen zijn eigen wapens accepteert hij: machogedrag gecombineerd met een boosaardig soort realisme. Zoals Stanley Blanche doorziet, zo doorziet zij hem, en dat behoedt haar, anders dan in het toneelstuk, voor een totale verstandsverbijstering.

Het spel van Ruben Lürsen als Stanley en Janni Goslinga als Blanche is vitaal en krachtig en lang niet zo hartverscheurend, helaas, als dat van Chris Nietvelt en Johan Van Assche vorig seizoen bij Het Zuidelijk Toneel. Dit hier zijn jonge acteurs die een snelle voorstelling wilden maken. En daarin zijn ze geslaagd. De gejaagde rockmuziek, uitgevoerd door de mannelijke spelers, geeft de acties extra energie. Lürsen, Goslinga, Malou Gorter (Stella) en Casper Gimbrère (als Stanleys pokervriend Mitch) zijn net afgestudeerd aan de Amsterdamse toneelschool en vanaf dit seizoen mogen ze meedraaien in 'De Toneelfabriek'. Of ze ook subtielere types kunnen neerzetten moet nog blijken, maar in elk geval hebben ze pit.

    • Anneriek de Jong