Angenent: bezinning nodig op toekomst van Elfstedentocht

ANKEVEEN, 7 FEBR. Het bestuur van de Vereniging de Friesche Elf Steden moet zich volgens marathonschaatser Henk Angenent afvragen of het verstandig is ooit nog een Elfstedentocht te organiseren. Aanleiding voor bezinning is volgens hem de enorme massaliteit van het evenement. De marathonrijder uit Woubrugge zei dat gisteren nadat hij over de streep was gegleden in de eerste etappe van de Driedaagse van Ankeveen.

Zondag besloot het Elfstedenbestuur om deze week geen tocht uit te schrijven. Het ijs op de route zou dezer dagen nog geen tienduizend schaatsers kunnen verdragen. Dat leidde binnen en buiten Friesland tot een discussie over de vraag of het aantal mensen dat de tocht mag rijden, beperkt moet worden. Of dat er een scheiding moet plaatsvinden tussen de wedstrijd- en de toerrijders. Dat laatste bijvoorbeeld door de Elfstedentocht over twee dagen te verrijden.

Het grote aantal zwartrijders dat op de Tocht der Tochten dreigt af te komen en de vele honderdduizenden bezoekers op en langs het ijs vergroten de kans dat het evenement uit de hand loopt. “In 1986 liep het al uit de klauwen. Het is te gek geworden”, zegt Angenent, die visioenen heeft van grote groepen toeschouwers die op het ijs de schaatsers in de weg lopen. “Stel je voor dat er een man of vijf ontsnapt en er stapt duizend man het ijs op. Wat gebeurt er dan? De achtervolgers komen er dan in elk geval nooit meer door”, aldus Angenent, die behoort tot een groep van tien marathonrijders die een goede kans maken om een volgende Elfstedentocht te winnen.

Eén ding weet Angenent zeker: “Hij komt”. En wanneer dan wel? “Tussen 12 en 15 februari.” Het heeft volgens Angenent geen zin om het aantal deelnemers, in de loop der jaren uitgebreid tot 16.000, te beperken “Het is nu al beperkt, want er geldt een ledenstop”, aldus de marathonschaatser, die gisterochtend in de proloog in Ankeveen derde werd, achter Arnold Stam en Lammert Huitema. De eerste etappe, in de middaguren tachtig kilometer lang over de Ankeveense Plassen, werd gewonnen door Richard van Kempen, afgelopen zaterdag op de Plansee winnaar van het Open Nederlands kampioenschap. In de sprint versloeg hij gisteren de vier marathonrijders met wie hij al snel in de race ontsnapte: Arnold Stam, Fausto de Marreiros, Henri Ruitenberg en Ruud Borst.

Evert van Benthem, winnaar van de twee vorige Elfstedentochten, in 1985 en 1986, voelt niks voor een scheiding tussen de wedstrijd- en de toerrijders. “En dat zal ook nooit gebeuren”, zegt hij, als hij na afloop van de eerste etappe van de Driedaagse van Ankeveen het wedstrijdterrein verlaat. Scheiding van de diverse rijdersgroepen zou volgens Van Benthem het unieke, eendaagse karakter van de tocht ondermijnen. “Het gaat het schaatspubliek juist om die ene dag waarop iedereen rijdt.”

Als het in Friesland te druk dreigt te worden, moeten de toegangswegen tot de provincie afgesloten worden, vindt Van Benthem. “Dat kan toch makkelijk?” Het heeft volgens de veehouder uit Sint Jansklooster geen zin het aantal deelnemers te reduceren, omdat er dan meer zwartrijders zullen zijn. “Iedereen wil 'm toch rijden. En de vorige keer, in 1986, is gebleken dat het kan met 16.000 rijders. Toen was dat geen probleem.” De vrees voor een omvangrijke groep zwartrijders is niet ongegrond: alle 18- tot 28-jarigen hebben door de ledenstop in 1985 nooit lid van de Vereniging kunnen worden. Zij kunnen dus niet op een legale manier aan de Elfstedentocht meedoen.

“Hij gaat niet door, hè”, grapt Lammert Huitema, een beetje moe van alle publiciteit en onzekerheid over de Elfstedentocht. Wat hem betreft mag de wedstrijd worden losgekoppeld van de toertocht langs de elf Friese steden. “Maar dat lukt toch nooit. Als dat wel was gebeurd, zouden we hem al hebben gereden.” Meerdere keren zelfs, voegt zijn ploeggenoot Piet Kleine er aan toe. Huitema heeft er wel begrip voor dat de opzet van de Elfstedentocht ongewijzigd blijft. “Maar voor ons is dat wel spijtig.”

Jan Eise Kromkamp, vorige week winnaar van de Ronde van Loosdrecht (120 km.), is uitgesproken tegenstander van ontkoppeling: “Als je wedstrijd en toertocht uit elkaar haalt, is het ook niet zo'n groot feest meer. Het moet gewoon blijven zoals het altijd geweest is.” Boven alles hoopt de 41-jarige rechercheur uit Wolvega op een Elfstedentocht. Wat Kromkamp betreft mag De Tocht komen, al was het maar omdat hij gezien zijn leeftijd niet zoveel mogelijkheden meer heeft om de legendarische marathon na dit jaar te winnen.

Tijdens de race in Ankeveen staat Dries van Wijhe langs de kant. 'Dolle Dries' is ex-wedstrijdrijder en reed de laatste twee Elfstedentochten. In de aanloop naar een mogelijke nieuwe tocht is hij begeleider van een gelegenheidsformatie gevormd door de broers René en Henri Ruitenberg en Erik Hulzenbosch, die gisteren “helemaal leeg” uit de wedstrijd stapte. Ook Edward Hagen gaf voortijdig op.

“Alles moet op één dag gereden worden”, is de stellige overtuiging van Van Wijhe. “Anders zou het geen feest meer zijn. Die gekte hoort erbij.” Halvering van het aantal deelnemers heeft geen enkele zin, meent hij. “De mensen komen toch.” Van Wijhe meent dat de onverwacht grote toeloop bij de IJsselmeertocht, afgelopen zondag tussen Stavoren en Enkhuizen, een rol heeft gespeeld bij het (nog) niet laten doorgaan van de Elfstedentocht. Als er een Elfstedentocht komt, zal Van Wijhe niet op het ijs staan. “De twee keer dat ik reed, heb ik er geen plezier in gehad. Het begint er al mee dat je als apen in die kooi moet staan. De wedstrijd zelf is ook geen lolletje.” Uitstel van de tocht ervaart hij niet als een teleurstelling. Het “voorspel” voordat er een tocht wordt uitgeschreven, de koorts voorafgaande aan de Tocht der Tochten, kan hem niet lang genoeg duren. “Als de wedstrijd achter de rug is, ben je ook dat hartstikke mooie gevoel kwijt.”

    • Ward op den Brouw