Amsterdams vervoerbedrijf stuurloos

AMSTERDAM, 7 FEBR. Het noodlijdende Gemeente vervoerbedrijf (GVB) van Amsterdam heeft niet meer dan “een schijn van kans” om te overleven. Het management functioneert slecht, mede door de bemoeienis vanuit het stadhuis, en het bedrijf is 'out of control'.

Tot deze conclusies is de gedelegeerd bestuurder van de gemeente, M. de Jong, gekomen na een onderzoek van zes weken. De ervaren bestuurder De Jong (NOS, Perscombinatie) verklaarde gisteren bij de presentatie van zijn rapport op het stadhuis, dat hij nooit eerder een dergelijke toestand bij een bedrijf had aangetroffen. Slechts een ingrijpend programma van veranderingen, dat binnen drie maanden moet worden opgesteld, kan volgens De Jong het bedrijf redden. De kans is groot dat daarbij banen verloren zullen gaan. De dienstverlening wordt “zoveel mogelijk gehandhaafd”.

Verantwoordelijk wethouder G. ter Horst, die De Jong in november zijn opdracht gaf, zei gisteren dat zij het ministerie van Verkeer en Waterstaat om financiële steun zal vragen. Volgens haar moet ook de gemeente bijspringen. Het GVB zal aan het eind van dit jaar een tekort van zo'n honderd miljoen gulden hebben en als er geen wezenlijke verbeteringen worden doorgevoerd, komt daar jaarlijks nog eens dertig miljoen gulden bij.

De komende drie maanden zal De Jong, samen met de pas-aangestelde algemeen directeur ad interim, W. Faber, een programma opstellen, dat het bedrijf binnen enkele jaren naar een sluitende begroting moet leiden. Voorwaarde daarbij is dat de rechtspositie van het personeel (niet gebaseerd op een vervoers-CAO, maar op de duurdere regeling voor gemeente-ambtenaren) “vooralsnog uitgangspunt” blijft.

Toch meent De Jong “door zijn oogharen kijkend” dat er te veel mensen bij het bedrijf werken. Een in 1991 aangekondigde reorganisatie is slechts ten dele doorgevoerd. Ook het management zal niet buiten schot kunnen blijven. Met de huidige bedrijfsleiding is het moeilijk bijsturen, aldus De Jong.

De bevindingen van De Jong waren weliswaar vernietigend voor het bedrijf, maar nauwelijks verrassend. Vanaf eind jaren tachtig komen al alarmsignalen over de financiële chaos uit het bedrijf. Jaarrekeningen werden jarenlang afgesloten zonder accountantsverklaringen, “gegeven de leemten in de administratieve organisatie”, schreef de gemeentelijke accountantsdienst in 1987.

De Jong was op dezelfde problemen gestuit, zei hij. Op een en dezelfde vraag kreeg hij uiteenlopende antwoorden van verschillende afdelingen. “Er zwerven allerlei brokken informatie door het bedrijf die niet op elkaar aansluiten.” Hij had in totaal 120 verschillende problemen aangetroffen. “Ook voor een bedrijf dat niet in een structurele verliessituatie zit, zouden dit moeilijk te overwinnen vraagstukken zijn.”

Behalve de financiële problemen heeft het GVB een slecht functionerende leiding met veel verloop en een overdaad aan interim-managers. De organisatie kampt met een hoog ziekteverzuim van ruim elf procent en een vergrijzend personeelsbestand. De Jong wees ook naar het subsidiesysteem van het rijk. Het toenemend gebruik van het openbaar vervoer in Amsterdam werd tot voor kort niet beloond met een hogere rijksuitkering.

Achtereenvolgende managers, interim-managers, wethouders en “ruim twintig jaar continue reorganisatie” hebben het GVB niet in het rechte spoor kunnen trekken. De Jong is de derde externe adviseur die het bedrijf in de afgelopen vijf jaar heeft onderzocht. In 1991 kwam adviesbureau McKinsey al tot de slotsom dat het GVB zich in een “uiterst precaire positie” bevond.

Een deel van de huidige problemen verklaart De Jong uit het feit dat de aanbevelingen van McKinsey in 1991 slechts ten dele zijn doorgevoerd. Met die aanbevelingen had het bedrijf in 1994 “op onderdelen een concurrerend kostenniveau” kunnen bereiken, schreven de onderzoekers destijds.

Vorig jaar presenteerde toenmalig algemeen directeur B. Smit een accountantsonderzoek naar de mogelijke verzelfstandiging van het GVB. De bevindingen in dat rapport noopten het college van B en W, het GVB onder curatele te stellen. Smit kondigde daarbij direct zijn ontslag aan.

Wethouder Ter Horst zag destijds nog enig perspectief voor de verzelfstandiging van het GVB. In het rapport van De Jong staat dat het “een illusie (is) te menen dat het GVB onder de huidige omstandigheden zelfstandig op de markt succesvol zou kunnen opereren”.