Ziektewet-debat is schermutseling aan rand slagveld

DEN HAAG, 6 FEBR. Voor één dag zijn Fokker, de IRT-affaire en al die andere Haagse beslommeringen wat naar de achtergrond gedrongen. In de Eerste Kamer heeft immers vandaag het finale debat plaats over de privatisering van de Ziektewet. Een majeure gebeurtenis, zo lijkt het. De spelers hebben gewicht: Elske ter Veld, Thijs Wöltgens, Hans Wiegel, Frits Korthals Altes en Ernst Hirsch Ballin hebben hun sporen in de politieke arena aan de overkant van het Binnenhof dik verdiend. Ze genieten van de aandacht en gedragen zich als matadoren in de arena, die zich niet zonder slag of stoot gewonnen geven. Het wapengekletter kan echter niet verbloemen dat het eigenlijke gevecht al eerder heeft plaatsgehad: tijdens de kabinetsformatie, najaar 1994 en eind vorig jaar toen de Tweede Kamer de eerder gemaakte afspraken nog eens bezegelde.

Niet alleen politiek, maar ook economisch gezien is het debat over de Ziektewet niet meer dan een schermutseling aan de rand van het slagveld, lang nadat de hoofdslag is geleverd. Sinds de vorige wijziging van de Ziektewet in 1994 zijn de kosten wegens ziekteverzuim gehalveerd. Werd er in 1993 door de bedrijfsverenigingen nog 8,7 miljard gulden in het kader van de Ziektewet uitgekeerd, een jaar later was dat al geslonken tot 4,6 miljard. Reden: de werkgevers draaiden vanaf dat jaar zelf op voor een groot deel van de kosten van het ziekteverzuim. Bedrijven waren verplicht om gedurende de eerste zes weken (twee weken voor kleine bedrijven) het loon van zieke werknemers door te betalen. Een geslaagde operatie, zou je zeggen. De nieuwe Ziektewet breidt deze loondoorbetalingsverplichting uit tot 52 weken. Dat zal niet opnieuw tot een halvering van de collectieve uitkeringen wegens ziekte leiden. Het kabinet rekent op een besparing van 600 miljoen gulden in 1998.

Veel interessanter is het gevecht dat nog geleverd moet worden: dat om de WAO. Wetsvoorstellen voor meer marktwerking in deze vorm van sociale verzekering liggen momenteel bij de Raad van State voor advies. Het kabinet en ook de politieke partijen in de Tweede Kamer houden rekening met forse kritiek van de zijde van dit hoogste adviescollege. En ook de coalitiepartners zelf zijn verdeeld.

De belangen die met de WAO zijn gemoeid zijn veel groter dan die van de Ziektewet. Bij de privatisering van de Ziektewet (het voorportaal van de WAO) lopen werkgevers hooguit het risico dat ze een jaar lang het salaris van een zieke werknemer moeten doorbetalen. Zij kunnen zich echter tegen dit risico verzekeren. De WAO begint na die eerste 52 weken ziekte en kan in principe doorlopen tot het 65ste jaar. De kosten zijn dan ook veel hoger dan die van de Ziektewet. In 1994 werd er door de bedrijfsverenigingen in het kader van de verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid (AAW en WAO) 21,5 miljard gulden uitgekeerd, dat is bijna vijf keer zoveel als er omging in de Ziektewet.

Ook in de WAO greep het vorige kabinet in. Met succes, zo lijkt het. De enorme groei van het aantal WAO'ers werd gekeerd. Eind 1968, anderhalf jaar na inwerkingtreding van de WAO, bedroeg het aantal uitkeringsgerechtigden al 163.000. In de jaren zeventig liep dat verder op tot 349.000 in 1975 en 657.000 in 1980. Bij reorganisaties lieten bedrijven het overtollig geworden personeel afvloeien naar de meest aantrekkelijke regeling voor zowel werkgever als wernemer en dat was de WAO. In 1989 waren er al 845.000 WAO'ers, waarvan zo'n 80 procent volledig arbeidsongeschikt was verklaard.

Als de gedeeltelijk arbeidsongeschikten worden herleid tot volledig arbeidsongeschikten dan ging het om 760.000 uitkeringsjaren. Absurd veel, vond het kabinet Lubbers/Kok en greep ten koste van veel stemmenverlies in. In de kern werd hetzelfde recept gevolgd als nu bij de Ziektewet: de financiële betrokkenheid van de werkgevers werd vergroot en de mogelijkheid om kosten af te wentelen op een groter geheel werden ingeperkt. Oude WAO'ers worden herkeurd en voor veel meer banen geschikt geacht dan volgens de oude criteria nog het geval was.

Ook werd de regeling minder aantrekkelijk gemaakt voor werknemers. Hoogte en duur van de uitkering werden beperkt. Doel van het kabinet was om het aantal uitkeringsjaren, dat in 1993 opliep tot boven de 800.000, terug te brengen naar het niveau van eind 1989. Daarin is het vorige kabinet geslaagd: november vorig jaar bedroeg de meterstand 756.300 uitkeringsjaren. Dat is dus onder het niveau dat het vorige kabinet zich ten doel had gesteld.

Sinds 1994 is het aantal beëindigde uitkeringen steeds hoger geweest dan het aantal nieuwe uitkeringen. Aan deze gunstige ontwikkeling lijkt echter een einde te komen. Het aantal beëindigde uitkeringen neemt sinds begin vorig jaar af en het aantal nieuwe uitkeringen stijgt sinds vorige zomer onheilspellend snel.

Als de trends worden doorgetrokken, dan gaat het totale aantal arbeidsongeschikten dit jaar weer toenemen. Reden voor de VVD-Kamerleden Van Hoof en Hoogervorst om alarm te slaan. Vooral het hoge aantal nieuwe uitkeringen (de instroom) valt op, te weten 7.700 in november 1995. Een dergelijk hoog aantal is sedert de WAO-wijziging van januari 1994 niet eerder genoteerd. “De schrik is er kennelijk uit”, constateert Hoogervorst. Als het aantal uitkeringsgerechtigden weer gaat stijgen is dat voor zijn collega Van Hoof een reden om te kijken “of het beleid niet moet worden aangepast”.

In het regeerakkoord wordt een continue “monitoring” van in- en uitstroom bij sociale verzekeringen als de WAO aangekondigd. “Dit kan nadere beleidsreacties mogelijk maken”, staat er letterlijk. Van Hoof heeft dus het regeerakkoord aan zijn zijde. Voor het zover is moet eerst de eveneens in het regeerakkoord aangekondigde WAO-maatregel, die nu bij de Raad van State ligt, worden doorgevoerd. Pas wanneer die onvoldoende effect sorteert treedt het rampscenario van de VVD in werking.

Het kabinet Kok heeft tot nu toe de wind meegehad. Nu de economische groei in Europa vertraagt begint ook het sociale bouwwerk weer te kraken. Niet alleen de WAO-cijfers ontwikkelen zich ongunstig, ook de daling van de werkloosheid hapert volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Om de kosten te drukken en beter te kunnen concurreren verhogen bedrijven hun produktiviteit. Minder produktieve werknemers worden verzocht naar een andere baan om te zien. Vinden ze die niet, dan moeten ze maar aankloppen bij de bedrijfsvereniging voor een uitkering.

Omdat de VUT overal wordt afgeschaft of minder attractief wordt gemaakt, blijft de WAO de meest aantrekkelijke uitkering. Weliswaar is de regeling niet meer zo goed als voor de ingreep van 1994, maar nieuwe arbeidsongeschikten zal dat een zorg zijn. Voor de werkgevers is er maar één belang: overeind te blijven in de concurrentiestrijd. De politici zien het water over het land lopen en werpen hier en daar een dijk op. Tot nu toe heeft het kabinet Kok vooral geprofiteerd van de WAO- en Ziektewetmaatregelen die door het vorige kabinet zijn genomen. De privatisering van de Ziektewet, die vandaag in de Eerste Kamer wordt besproken, is de eerste eigen bijdrage aan de indamming van het weer wassende water.

    • Frank van Empel