Tweede Kamer in de luren gelegd

De salarisstroken van januari hebben de Tweede Kamer in rep en roer gebracht. Anders dan het kabinet de Kamerleden in het afgelopen najaar had voorgespiegeld, blijken nogal wat inkomenstrekkers er met ingang van het nieuwe jaar netto niet of nauwelijks op vooruit te zijn gegaan. Voor de koopkracht belooft dat weinig goeds, omdat in 1996 prijzen en tarieven dooreengenomen opnieuw stijgen.

Inmiddels heeft minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de onrust (tijdelijk) bezworen door beperkte koopkrachtreparatie toe te zeggen. Verder beloofde de bewindsman vorige week aan de Kamer de oorzaken van de tegenvaller nader te zullen onderzoeken. De volksvertegenwoordiging liet zich bij deze gelegenheid weer eens door het kabinet in de luren leggen. Daarbij staan de getroffen inkomenstrekkers in de kou.

Vanwaar de koopkrachtdaling? Anders dan de opstellers van het koopkrachtoverzicht tot nu toe aannamen, betalen werknemers en uitkeringsontvangers in januari en februari nog 1 procent premie voor de Ziektewet, omdat de Eerste Kamer vooralsnog niet instemt met de voorgestelde afschaffing van deze wet. Melkert beloofde de afgelopen week compensatie voor het tijdelijke inkomensnadeel dat hierdoor ontstaat. Voor een doorsnee werknemer gaat het om twee tientjes per maand. Ten onrechte laat de minister een belangrijker oorzaak van de tegenvallende loonstroken geheel onbesproken. In tal van bedrijfstakken is de werknemerspremie voor de vut- en de pensioenregeling blijvend verhoogd, om lastenstijgingen als gevolg van de vergrijzing van de beroepsbevolking op te vangen. Het kabinet berust in deze aanslag op het netto inkomen.

Na een speurtocht naar andere oorzaken van de recente koopkrachtlekkage wijst minister Melkert uiteindelijk alleen met een beschuldigende vinger naar de ziekenfondsen en de gemeenten. Mensen die via het ziekenfonds tegen ziektekosten zijn verzekerd, betalen behalve een procentuele premie maandelijks ook een vaste premie. De rekenmeesters in Den Haag zijn bij de vervaardiging van het koopkrachtoverzicht uitgegaan van een vaste maandpremie van 22,25 gulden per volwassene. Met ingang van dit jaar varieert echter de premie per ziekenfonds. In werkelijkheid bedraagt zij per volwassen verzekerde 27,10 tot 30,10 gulden per maand. Voor een echtpaar ontstaat hierdoor, in vergelijking met het op politieke gronden opgepoetste koopkrachtplaatje, een koopkrachtverlies van 0,3 tot 0,5 procent. Ook in deze inkomensachteruitgang wordt door het kabinet berust.

Ten slotte noemt de bewindsman de mogelijkheid dat de gemeentelijke lasten sterker stijgen dan eerder in Den Haag is verondersteld, wat gemiddeld 0,1 procent koopkracht kan schelen. Omdat gemeentelijke heffingen niet op het loon worden ingehouden, kunnen zij echter moeilijk hebben bijgedragen aan de stampij over de loonstrook. Overigens is de opbrengst van de gemeentelijke belastingen, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht de afgelopen jaren inderdaad fors gestegen. Desondanks dekken deze eigen middelen nog altijd niet meer dan een zevende deel van de gemeentelijke uitgaven. De resterende uitgaven worden gefinancierd uit overdrachten die gemeenten ontvangen van de rijksoverheid. Zo toucheren de gezamenlijke gemeenten een uitkering uit het Gemeentefonds van 18 miljard gulden, die zij naar eigen inzicht mogen besteden.

Een traditioneel moeilijk probleem is de verdeling van het geld uit het Gemeentefonds. Het doel is - rekening houdend met de uiteenlopende omstandigheden en behoeften van de ruim zeshonderd gemeenten - elke gemeente in staat te stellen een vergelijkbaar voorzieningenpeil tot stand te brengen. De Tweede Kamer behandelt op dit moment een wetsontwerp met een ander verdeelsysteem voor de uitkering uit het Gemeentefonds. Deze herziening leidt tot een herverdeling van meer dan een half miljard gulden. Ruim de helft van de gemeenten staat op verlies.

Om de daling op hun uitkering op te vangen, moeten deze 'nadeelgemeenten' het mes in hun uitgaven zetten, òf de gemeentelijke belastingen opschroeven. Veel waarnemers denken dat 'nadeelgemeenten' de lagere uitkering zullen goed maken door de lasten voor de burgers te verzwaren. Anderzijds staan ongeveer driehonderd 'voordeelgemeenten' voor de keuze de extra inkomsten die zij uit het Gemeentefonds gaan ontvangen te gebruiken voor hogere uitgaven, dan wel voor verlaging van de lokale belastingen. Velen vermoeden dat gemeenteraden de meevaller zullen gebruiken om de uitgaven op te voeren. Dit is het vliegenvanger-effect: extra geld blijft kleven waar het in eerste instantie terecht komt, namelijk op de begroting van de (voordeel)gemeente.

Wanneer 'voordeelgemeenten' hun uitgaven verhogen en 'nadeelgemeenten' de belastingen verzwaren, zou als gevolg van de herverdeling van het Gemeentefonds de collectieve-lastendruk met een half miljard gulden oplopen. Dit zet de koopkracht in 1996 en 1997 extra onder druk. Mijn collega's Sterks en Allers van de Groningse universiteit hebben via een enquête onder de tweehonderd grootste gemeenten de gevolgen van de herverdeling van de uitkering uit het Gemeentefonds onderzocht. De uitkomst van hun onderzoek is ronduit verrassend en helpt koopkrachtzorgen van kabinet en burgerij wat te verlichten.

Bij de ondervraagde voordeelgemeenten treedt inderdaad het vliegenvanger-effect op. Gemeenteraden sluizen slechts dertig procent van de meevaller door naar de burgers, door de lokale belastingen met 120 miljoen gulden te verlagen. Anderzijds maken de ondervraagde 'nadeelgemeenten' hun verminderde inkomsten goed door tegen veler verwachting in de belastingen slechts in beperkte mate te verhogen (waarmee 95 miljoen is gemoeid) en compenseren zij ten minste twee derde van hun inkomstendaling door extra te bezuinigen. Doordat 'nadeelgemeenten' hun belastingen met 95 miljoen verhogen en 'voordeelgemeenten' de hunne met 120 miljoen verlagen, leidt de herverdeling van de uitkering uit het Gemeentefonds bij de in het onderzoek betrokken gemeenten per saldo zelfs tot een bescheiden verlaging van de gemeentelijke lasten met 25 miljoen gulden.

Dat maakt de koopkrachtvooruitzichten voor de komende jaren in elk geval een tikkeltje minder somber.

    • Flip de Kam