'Terroristen' Eta vrij, Spanje boos op België

MADRID/BRUSSEL, 6 FEBR. Spanje heeft alle samenwerking op juridisch gebied met België bevroren nadat de Belgische Raad van State gisteren besloot twee vermeende Baskische terroristen voorlopig niet uit te leveren.

De twee, het echtpaar Luis Moreno en Raquel García, worden ervan verdacht te hebben meegewerkt aan moordaanslagen door de Baskische militante afscheidingsbeweging ETA. De Spaanse minister van buitenlandse zaken, Carlos Westendorp, ontbood vanochtend de Belgische ambassadeur in Madrid in verband met de kwestie.

Het opschorten van de uitwijzing en de vrijlating van de twee vermeende ETA-activisten heeft in Spanje geleid tot woedende reacties. Alle politieke partijen, met uitzondering van de politieke tak van de ETA, hebben de zaak in scherpe bewoordingen veroordeeld. Zij zien de kwestie als een schending van de Europese conventie ter bestrijding van het terrorisme. Veel Spanjaarden zijn ook boos omdat zij het Belgische besluit uitleggen als kritiek op het democratisch gehalte van de Spaanse rechtsstaat.

De zaak-Moreno & García vertroebelde sinds 1993 geleidelijk de Spaans-Belgische verhouding. Spanje vroeg uitlevering van echtpaar omdat zij leden van een terreurcommando van de ETA onderdak en vervoer zouden hebben gegeven. Het commando zou toen een politie-agent hebben vermoord. Een tweede moordaanslag waarbij het echtpaar zou zijn betrokken mislukte.

De twee Basken vluchtten naar België, waar ze politiek asiel aanvroegen. Dit nadat een Madrileense onderzoeksrechter een internationaal aanhoudingsbevel tegen hen had uitgevaardigd op basis van de getuigenissen van een opgepakte ETA-terrorist. Volgens de advocaten van het echtpaar zou deze getuigenis echter zijn afgedwongen met folteringen en daarom niet rechtsgeldig zijn.

De schorsing van het uitleveringsbevel gaat lijnrecht in tegen een beslissing van de Belgische minister van justitie, Stefaan de Clerck. Deze kondigde op 22 januari aan het echtpaar te willen uitleveren op grond van het Europees antiterrorismeverdrag. De advocaten van de twee Basken zeiden echter dat zij worden beschuldigd van een politiek delict dat niet onder het verdrag valt. Ook de Raad van State vindt dat er geen juridische gronden voor uitlevering zijn, noch in het Belgische noch in het Europese recht.

Minister De Clerck verklaarde voor de radio dat hij de woedende reactie van Spanje “in zeker zin” begrijpt. Volgens De Clerck toont de schorsing aan dat de Europese uitleveringsverdragen nog niet geheel sluitend zijn.

In Spanje wordt het besluit uitgelegd als een impliciete toekenning van een politieke vluchtelingenstatus van het echtpaar. Daarnaast bestaat grote verbolgenheid omdat in de overwegingen van de Raad van State op geen enkele manier is ingegaan op de gedetailleerde beschuldigingen van het Spaanse openbare ministerie, dat de hulp van de twee verdachten van essentieel belang is geweest bij de terreuracties van de ETA. Dit besluit “is moeilijk in overeenstemming te brengen met de pricipes van Europese samenwerking op juridisch gebied”, aldus het Spaanse ministerie van buitenlandse zaken in een officiële verklaring.

Het arrest van de Belgische Raad van State betekent een tijdelijke schorsing van het uitleveringsbesluit. Binnen een half jaar moet de Raad een uitspraak doen die moet leiden tot het al dan niet definitieve verbod op uitlevering.