Rebellie van legerleiders Tadzjikistan is voorbij

DOESJANBE, 6 FEBR. De opstand van twee legercommandanten in Tadzjikistan is voorbij - die van islamitische rebellen niet: gisteren kwam het tot nieuwe zware gevechten in Centraal-Tadzjikistan.

Het bewind van de communistische president Rachmonov leek vorige week in ernstig gevaar te verkeren door de opstand van twee legercommandanten, die met hun troepen de controle over twee belangrijke steden in handen namen en opmarcheerden naar de hoofdstad Doesjanbe. De twee legerleiders, onder wie één die in Sovjet-tijden een reeks hoge decoraties kreeg en bekend staat als een van de meest ervaren militairen van het land, eisten het aftreden van de “corrupte en incompetente” regering. De crisis begon af te lopen toen president Rachmonov, die aan het begin van de rebellie had gewaarschuwd dat het land op de rand van een nieuwe burgeroorlog stond, inging op hun belangrijkste eisen en het afgelopen weekeinde een vice-premier en diverse hoge militairen en bestuurders ontsloeg. Gisteren leverden in de zuidelijke stad Koergan-Tjoebe opstandige militairen hun zware wapens in en keerden ze naar hun kazernes terug.

Rachmonov zei gisteren zich tot de concessie gedwongen te hebben gezien omdat “Tadzjikistan simpelweg geen nieuw conflict kan overleven.”

Niet voorbij daarentegen is het islamitische verzet tegen Rachmonovs bewind, dat al sinds 1992 woedt en dat vorige week in Centraal-Tadzjikistan een offensief ontketende. In de regio Tavildara vielen islamitische rebellen gisteren een Tadzjiekse legereenheid aan. Minister van defensie Chajroellajev zei gisteren dat het leger versterkingen naar Tavildara zal sturen. (Reuter, AP)