Protest EU bij Dole tegen sancties VS om handel met Iran, Libië

ROTTERDAM, 6 FEBR. De Europese Unie heeft in een brief aan de republikeinse leider in de Senaat Robert Dole fel geprotesteerd tegen nieuwe Amerikaanse wetgeving die sancties oplegt aan buitenlanders die handel drijven met Iran of in dat land investeren. Europese bedrijven zouden door deze Amerikaanse maatregelen grote schade kunnen lijden. In het bijzonder maakt de Europese Commissie ernstig bezwaar tegen de Amerikaanse wetgeving die in een poging de regimes van Iran en Libië verder te boycotten, extraterritoriale werking zou krijgen, dus buiten de Verenigde Staten.

De Europese lidstaten hebben eerder geweigerd in te gaan op Amerikaanse verzoeken om hun burgers en ondernemingen te verbieden handel met Iran te drijven, of in dat land te investeren, omdat ze normale diplomatieke- en handelsrelaties met Iran onderhouden. Washington probeerde vergeefs zijn Europese partners te dwingen om hiermee het Amerikaanse embargo tegen Iran te steunen en meer effect te geven.

In het geval van Libië gelden al jaren sancties van de Verenigde Naties. In de brief van de Europese Unie, ondertekend door EU-ambassadeur Hugo Paemen in Washington en ambassadeur Ferdinando Salleo van Italië (namens het EU-voorzitterschap) wordt benadrukt dat deze sancties door de internationale gemeenschap zijn aanvaard. “Enige unilateriale actie die bedoeld is om verdergaande sancties buiten deze context af te kondigen kan slechts het gezag van de economische sancties die aanvaard zijn in de resoluties van de Veiligheidsraad ondermijnen. Als de Amerikaanse regering verdergaande maatregelen van de internationale gemeenschap wil, moet zij deze bij de VN aanmelden voor discussie”, aldus de brief.

“Wij achten het onaanvaardbaar dat ondernemingen die in de Europese Unie gevestigd en vanuit Europa werken, worden bedreigd door unilaterale sancties van de VS wanneer zij rechtmatig zakelijke betrekkingen met Iran en Libië onderhouden”, schrijven de ambassadeurs. “Wij onderstrepen onze stellingname dat de Verenigde Staten geen basis in de internationale wetgeving hebben om het recht te claimen transacties die buiten de VS om worden overeengekomen, te reguleren. Deze handelwijze, om unilateraal te pogen derde partijen te dwingen, verstoort de internationale handel- en investeringsrelaties en tast de betekenis aan van internationaal aanvaarde instellingen die juist bedoeld zijn voor beslissingen over dergelijke maatregelen” (tegen andere landen, red.).