Outsider Forbes tergt Republikeinse rivalen

WASHINGTON, 6 FEBR. De uitgever en miljonair Steve Forbes tergt in de aanloop naar de Amerikaanse voorverkiezingen niet alleen zijn rivalen voor de Republikeinse nominatie. Ook de media brengt hij met zijn eigenzinnige optreden bijna tot wanhoop. En Republikeinse opiniemakers beginnen door de snelle opkomst van deze nieuweling in de politiek danig ongerust te worden.

In hoog tempo breekt Forbes de ene na de andere ongeschreven wet van het campagne voeren, en opiniepeilingen blijven aangeven dat de kiezers het prachtig vinden. De enige manier om een kans te maken in de belangrijke voorverkiezingen van New Hampshire, zo geloofden jarenlang politici, wetenschappers en journalisten, was door langdurig, persoonlijk campagne te voeren. Het beproefde recept was in zoveel mogelijk plaatsen en dorpjes een organisatie van vrijwilligers op te bouwen, maandenlang de staat te doorkruisen, kiezers te ontmoeten en handen te schudden. En dat is dan ook wat kandidaten als Robert Dole, Lamar Alexander, Phil Gramm en Pat Buchanan het afgelopen jaar uit alle macht hebben gedaan.

Toen Steve Forbes zich in september zonder noemenswaardige lokale organisatie in de strijd wierp, leek hij weinig kans te maken. Zijn organisatorische achterstand leek te groot om ooit nog in te lopen. De andere Republikeinse kandidaten maakten zich dan ook niet erg druk over de concurrentie van deze intelligente, maar verlegen en onhandige man.

Terwijl alle andere kandidaten, zoals het in politiek jargon genoemd wordt, in New Hampshire “de grondoorlog” voerden, ontketende Forbes een genadeloze “luchtoorlog”. In een ongekend hoge frequentie liet hij reclamespotjes uitzenden op de lokale televisie, waarin hij zich voorstelde aan de kiezers en bekendheid gaf aan zijn belangrijkste verkiezingsbelofte: invoering van één uniform tarief voor de inkomstenbelasting. Forbes, wiens vermogen wordt geschat op 438 miljoen dollar, financiert zijn campagne zelf en ontvangt, in tegenstelling tot zijn rivalen, geen geld van de overheid. Daardoor is hij ook niet gebonden aan de grens die de overheid stelt aan campagne-uitgaven en kan hij zoveel zendtijd kopen als hij wil.

Hoewel Forbes zichzelf aanprijst als een buitenstaander in de politiek, laat hij zijn reclamefilmpjes maken door twee veteranen in het vak, die voor de harde verkiezingscampagnes van senator Jesse Helms hebben gewerkt. Ook voor Forbes maken ze spotjes waarin politieke tegenstanders hard worden aangevallen - waarmee Forbes zondigt tegen “het elfde gebod van Ronald Reagan”: val nooit een mede-Republikein aan. Maar de spotjes hebben blijkens opiniepeilingen hun effect niet gemist - Forbes lijkt in de eerste voorrondes op een eerste of tweede plaats te kunnen rekenen. En in groten getale komen de mensen af op de spreekbeurten die Forbes inmiddels in een hoog tempo afwerkt in Iowa en New Hampshire, waar op respectievelijk 12 februari en 20 februari wordt gestemd.

Als spreker weet Forbes zijn gehoor op een raadselachtige manier te boeien, ondanks zijn monotone spreekstijl en zijn achter dikke brilleglazen verwaterde blik. Alleen als hij een van zijn twee grapjes maakt, komt er een lichte blos op zijn wangen en krullen zijn lippen iets op. “De enige subsidie waar ik voor ben, is subsidie voor het omscholingsprogramma voor ambtenaren van de belastingdienst.”

Ook in televisieprogramma's blijft Forbes altijd in de plooi, ondanks verwoede pogingen van de meest ervaren interviewers om een enkele spontane reactie los te peuteren. Hoe vernuftig zij ook proberen de kandidaat uit zijn tent te lokken, met een ijzeren discipline spreekt hij alleen over “onze boodschap van hoop, groei en kansen”, en natuurlijk over zijn belastingplan dat een enorme stimulans voor de economische groei zal betekenen.

“Ik had het gevoel alsof ik op de knopjes van een menselijke bandrecorder drukte”, spuide de ervaren interviewer Ted Koppel gisteren zijn frustraties in The Washington Post. En toen Larry King kandidaat Forbes tot zes keer toe vroeg waarom hij niet bereid was zijn belastingaangifte openbaar te maken, kreeg hij zes keer als antwoord: dat zou een afleiding zijn van de discussie over de werkelijke onderwerpen. Een radioverslaggever dacht een persoonlijke invalshoek te vinden met de vraag hoe Forbes' leven de afgelopen maanden veranderd was. Maar het antwoord luidde: we zijn gewoon onze boodschap blijven verkondigen van hoop, groei en kansen.

In de media mag Forbes wegens zijn stijve optreden belachelijk gemaakt worden als de “robot-kandidaat”, in het land lijkt hij een gevoelige snaar te raken. Zijn onhandigheid komt over als authentiek, als een bevestiging van het feit dat hij eigenlijk geen politicus is.

De leiding van de Republikeinse partij begint zich langzamerhand af te vragen wat het zou betekenen als de opkomst van Forbes doorzet en hij in de voorverkiezingen zoveel gedelegeerden voor de Republikeinse Conventie verzamelt dat hij kans maakt op de nominatie. Kan de partij die de afgelopen jaren de terugdringing van het begrotingstekort tot haar voornaamste doelstelling heeft gemaakt, zich verenigen achter een man voor wie dat zacht gezegd geen prioriteit heeft? Brengt de verkiezing van zo'n buitenstaander de “Republikeinse Revolutie” niet in gevaar? En is het verantwoord de leiding van het land in handen te geven van iemand die zo onervaren is als Forbes? Of moet er te elder ure nog een nieuwe kandidaat tegen hem worden ingezet, een van de oud-ministers William Bennett of Jack Kemp, of, altijd goed voor opgewonden speculaties, alsnog generaal Colin Powell?

The Wall Street Journal is “na langdurig onderzoek” naar de biografie van de kandidaat vooral opgevallen dat in Forbes' beschermde leven “crisissituaties en moeilijke beslissingen die het karakter van een politicus vormen” zich niet hebben aangediend. Gevraagd naar de uitdagingen waar hij zich voor gesteld zag, noemde Forbes zijn school, zijn studie, zomerkamp (zonder overnachtingen) en het opvolgen van zijn vader als uitgever van het tijdschrift Forbes Magazine.

Het nieuwe conservatieve tijdschrift The Weekly Standard ziet zich met enige spijt genoodzaakt Forbes af te wijzen om zijn gebrek aan ervaring. “Een eigenschap van conservatisme is de onwil om te gokken met de toekomst van het land. Een stem voor Steve Forbes is een gok”, schrijft hoofdredacteur William Kristol, de voormalige stafchef van Dan Quayle. De buitenstaander Forbes zal zich daar ongetwijfeld niets van aan trekken. Indachtig het succes van de buitenstaander Ross Perot, in 1992, zal hij redeneren: hoe meer kritiek uit Washington hoe beter.