Op Internet blijft wetgever achterlopen

Wie de structuur van het wereldwijde computernetwerk Internet wil typeren, verliest zich al gauw in metaforen. Het is niet alleen een internationale muurkrant, want er kunnen ook persoonlijke berichten worden verstuurd en ontvangen. Het is evenmin een geschreven telefoonnet, want particuliere mededelingen kunnen publiek worden gemaakt. Het is ook geen onuitputtelijke databank van belangwekkende mededelingen, want veel van wat wordt geëtaleerd is triviaal of onbetrouwbaar. Beter is het te berusten in de constatering dat dit nieuwe medium zich onttrekt aan alle traditionele definities van media op zowel technisch, inhoudelijk als publiekrechtelijk niveau.

Internet wordt terecht omschreven als 'anarchistisch'. Landelijke wetgevers hebben zich het hoofd gebroken over maatregelen tegen excessen op het net. Wie belang stelt in kinderporno of mededelingen van de Ku Klux Klan kan er zijn hart ophalen, maar het bepaalt beslist niet het aanbod. Toch worden de discussies over de toekomst van het net vooralsnog bepaald door vragen van ethisch-juridische aard.

In Frankrijk laaide het debat op naar aanleiding van het boek van dokter Gubler, de lijfarts van François Mitterrand, dat door de eigenaar van een 'cybercafé' in Besançon op het net is gezet. In het boek stellen Claude Gubler en Michel Gonod dat de Franse president al sinds 1981 wist dat hij leed aan prostaatkanker. De familie van Mitterrand had met succes de publicatie van het boek bij de rechter aangevochten, ofschoon de eerste druk al was uitverkocht. Nu is 'Le Grand Secret' voor iedereen die over een aansluiting beschikt te lezen via het Internetadres http:/www.le-web.fr/secret/. Volgens de triomfantelijke café-eigenaar wordt het boek nu dagelijks door 100.000 mensen gelezen, meer dan twee keer zoveel als de gehele oplage van de eerste druk. Een Engelstalige versie van het boek voor Internet is in de maak.

Naast het discours over de rechtmatigheid van de publicatie van een arts van geheime beroepsgegevens woedt nu in Frankrijk een debat over de 'juridische leegte' waarin Internet zich bevindt. Vorige week pleitte de Franse minister François Fillon van Informatietechnologie al voor internationale regels voor het net, vergelijkbaar met het zeerecht. Daartoe zou hij binnenkort op een bijeenkomst van Europese ministers het initiatief nemen.

Elke staat ontwikkelt tot nu toe zijn eigen maatregelen tegen onwelgevallige uitingen op het net, en dat kan zelfs per deelstaat verschillen. Werden in Beieren abonnees van Internet-leverancier CompuServe tijdelijk afgesneden van 'nieuwsgroepen' over seksualiteit, teneinde verspreiding van kinderporno te dwarsbomen, vorige week besloot het parket in Mannheim actie te ondernemen tegen teksten waarin de holocaust wordt ontkend. De grootste Duitse Internet-provider Deutsche Telekom heeft onlangs de toegang afgesneden tot een Amerikaanse computer die World Wibe Web-pagina's (grafisch vormgegeven 'periodieken') met neo-nazistische propaganda verspreidt.

Wat in de Verenigde Staten onder het mom van vrijheid van meningsuiting te distribueren valt, geldt in Europa als verwerpelijke propaganda. Wie onder trefwoorden als 'Right' en 'White' zoekt, treft onversneden fascistische teksten aan van 'Stormfront' (“Keeping America white”) en 'The right side of the net' (“Destroy what destroys you”).

De Duitse justitie heeft het vooral begrepen op de activiteiten van de in Toronto verblijvende revisionist Ernst Zündel, die op het net lawaaierig zijn dubieuze ideeën uitvent. Op zijn 'Zundelsite' reageert deze dagelijks - en ook triomfantelijk - op de 'censuur' die hem vanuit Duitsland treft. De hoeveelheid raadplegers van zijn 'server', Webcom in Santa Cruz, was sinds de aangekondigde maatregelen in Duitsland volgens hem groter dan ooit. Zündel plaatst zich nu in de rol van de underdog en maakt dankbaar gebruik van de controverse. Hij beschouwt restricties tegen hem als 'hate crime' tegen zijn 'politiek incorrecte ideeën' en zegt voort te gaan met zijn kruistocht tegen “fabels en schandelijke leugens over de Tweede Wereldoorlog, verteld in de media en het onderwijs”. Zündel kondigt aan de tekst van zijn geschrift 'Did six million really die?” integraal op het net te zetten.

Discussies over wat op Internet kan worden aangeboden, hebben zich in Nederland tot nu toe alleen afgespeeld rondom de 'Operating-Thetan-levels' van de Scientology-kerk, die onder anderen door afvallige leden op het net waren gezet. Scientology claimt het auteursrecht op de tekst en daagt 26 februari verscheidene Internet-aanbieders en publiciste Karin Spaink voor de kort-geding-rechter. In de Verenigde Staten (waar overigens onlangs iemand is veroordeeld voor het verspreiden van Scientology-teksten) richt de wetgever zich vooral op kwesties van openbare eerbaarheid op de elektronische snelweg. De onlangs aangenomen Communications Decency Act moet het net vrijwaren van onfatsoenlijke woorden, teksten en afbeeldingen.

De moeilijkheid bij maatregelen van landelijke overheden is de ongrijpbaarheid van Internet. Sluit het ene kanaal, er komt onherroepelijk toegang via drie andere. De verspreider verschuilt zich over het algemeen achter zijn 'neutrale' telefoondienst-functie, degene die de betwiste documenten thuis bekijkt en print is niet meer dan een argeloze media-consument. En of het nu teksten of afbeeldingen zijn die de openbare orde links of rechts ondermijnen; of het nu abjecte of satirische uitingen zijn - de nationale wetgever loopt op dit internationale netwerk altijd achter de feiten aan. Internet en de verbieder: ze staan met elkaar op gespannen voet.

    • Tom Rooduijn